Mladic

Brief van de week

Joegoslavië was tot lang na de Tweede Wereldoorlog in het Westen een impopulair land. Het was immers het enige communistische land dat niet achter het IJzeren Gordijn lag. Op vakantie ging men hooguit naar Kroatië. Zo communistisch was Tito overigens niet. Er is daarom niet al te veel bekend over het verleden van de regio en dat wat bekend is lijdt vaak aan vooroordelen. In 1994 was ik enige tijd voor Artsen Zonder Grenzen in Bosnië. Daar hoorde en zag ik zaken die helaas niet zijn opgenomen in het artikel over de jacht op Mladic in De Groene Amsterdammer (17 april). Van belang is te weten dat na de Tweede Wereldoorlog door Tito het oude Joegoslavië qua grenzen is opgedeeld. Om een betere vertegenwoordiging in het federatiebestuur mogelijk te maken werden de grenzen van het grotendeels katholieke Kroatië en Bosnië verlegd waardoor het oppervlak groter werd en het aantal vertegenwoordigers van deze regio’s in het landelijk bestuur toenam. Daardoor kwamen er veelal orthodox-christelijke Serven in Oost-Kroatië en Noord-Bosnië te wonen. In dat laatste gebied woonden Karadzic en Mladic. De laatste had in de Tweede Wereldoorlog als kind zijn vader door een Bosniër vermoord zien worden. Bosniërs stonden net als Kroaten aan Duitse zijde en vochten mee in de hoop ooit zelfbeschikking als land te kunnen krijgen. Na de oorlog was Kroatië het land dat hulp en doorgang verleende aan Duitse oorlogsmisdadigers om via kloosters naar Rome te trekken om met hulp van Evita Perón naar Argentinië te vluchten. Het verhaal ging dat zij honderd dollar per persoon voor die hulp kreeg.
De Kroaten en Bosniërs vochten tegen het Partizanenleger van Tito dat zich tegen de Duitse bezetting verweerde. Mij werd ooit het volgende verhaal verteld: gedurende de oorlog waren Duitse soldaten op zoek naar Partizanen. In een klein dorpje in de bergen in het noorden van Kroatië vroegen ze waar de Partizanen verborgen waren. Toen de bewoners zeiden dat ze dat niet wisten werden ze op een rij tegen de muur van het kerkje gezet. Een vuurpeloton vroeg de eerste in de rij waar de Partizanen waren. Hij wist het niet en werd neergeschoten. Toen de tweede, een oude vrouw, ook zei dat ze het niet wist, legde een van de soldaten zijn wapen neer en weigerde te schieten. Hij werd door de commandant naast de vrouw gezet en het vuurpeloton schoot hem neer. Een jong meisje dat het gezien had wilde na de oorlog een klein herdenkteken voor de jonge soldaat laten plaatsen. De gemeente, de provincie en de staat weigerden medewerking. Toen liet zij het zelf maken en plaatste het in haar voortuin. De volgde dag was het vernietigd.

In de oorlog van de jaren negentig, toen de Republiek uiteenviel, herhaalde deze strijd tegen de Serven zich zowel in Kroatië als in Bosnië. Terwijl men streefde naar de eenwording van Europa werd het uiteenvallen van Joegoslavië veelal gewaardeerd. Duitsland was het eerste land dat de onafhankelijkheid van Kroatië goedkeurde. In die strijd werden vanuit Noord-Bosnië, waar zich onder meer in en rond Srebrenica Bosnische soldaten gevestigd hadden regelmatig aanvallen op Servische dorpen in het Oosten van Servië gedaan. Zelfs de Nederlandse militairen in Srebrenica werden aangevallen, waarbij tenminste één soldaat is omgekomen. Mladic stond net als Karadzic in de strijd aan Servische zijde en vocht tegen voornamelijk Bosnische Moslimsoldaten. Dit waren vooral oud-FLN-strijders die uit Algerije afkomstig waren en voortkwamen uit de Moslim-anti-apartheidsbeweging die tegen de Franse kolonisten gevochten had. De strijd van mensen als Karadzic en Mladic kan men hen niet kwalijk nemen, al doet men dat in het Westen maar al te graag. Toen de Bosniërs zich aan het eind van de burgeroorlog uit het noorden terugtrokken, lieten ze veel van hun wapens bij de bevolking achter. Ten dele zou dit de bloedige moord op duizenden mannen uit Srebrenica kunnen verklaren.

In Sarajevo waren de Moslims steeds machtiger geworden. Voedsel dat was geschonken door Arabische landen werd door hen alleen aan Moslim-inwoners uitgedeeld, en de restaurants rond de grote Moskee midden in de stad mochten geen alcohol meer verkopen. Meer nog dan in Kroatië ging de strijd in Bosnië niet alleen om land en onafhankelijkheid, maar was het ook een godsdienstoorlog geworden. Uit het bovenstaande kan men (wellicht) afleiden waarom Mladic nog steeds niet gevonden is.

Eduard Bonsel, Heemstede