Briefje aan Generaal Van Uhm

In een interview met NRC Weekblad, de nieuwe uitgave van NRC Handelsblad, geeft generaal P. van Uhm, de commandant der strijdkrachten, een optimistische kijk op de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan: ‘De vooruitgang is gigantisch.’ Hij noemt voorbeelden. Het burgerlijk bestuur komt op gang, de politie weet nu hoe ze voor de veiligheid moet zorgen, er is een centrum voor de volksgezondheid, in Tarin Kowt is straatverlichting. Dat betekent veiligheid, bedrijvigheid. Er komen meer Amerikanen, meer ontwikkelingswerkers, er gaat meer geld naar Uruzgan. Het ziet er, kortom, heel goed uit.
Dan vragen de interviewers: ‘Hoe bestendig kan de vooruitgang in Uruzgan en andere delen van het land zijn als de chaos in buurland Pakistan steeds groter wordt?’ De generaal: ‘Ik vind niet dat de situatie in Pakistan bergafwaarts gaat. Alleen omdat jullie het nu opeens melden in de krant?’
Even verder verklaart hij zich nader: ‘De wereld erkent nu dat er op z’n minst rook is in Pakistan. En daar hebben we gewoon heel lang niet naar gekeken met z’n allen.’ Daarmee is de kous af.
Generaal, met alle respect voor de prestaties van onze soldaten in Uruzgan, en zonder aan uw optimisme over Uruzgan te twijfelen – u maakt een kleine vergissing. Het gaat niet ergens goed of slecht omdat de media dat melden. Het is andersom. Eerst gebeurt er iets, dan komt het in de media. Zo melden de journalisten nu dat het Pakistaanse leger een groot offensief tegen de Taliban in de Swat-vallei is begonnen. Deze vallei ligt in het noorden van Pakistan, in het grensgebied met Afghanistan, waar de vijand zich schuilhoudt en ravitailleert, al sinds midden jaren negentig. President Musharraf had deze toestand op zijn beloop gelaten maar intussen wel een miljard dollar aan militaire hulp gekregen.
Al jaren waren er berichten dat de Pakistaanse geheime dienst in het geheim met de Taliban samenwerkte. De opvolger van Musharraf, president Asif Ali Zardari, probeert er een eind aan te maken. Vandaar dit offensief. Het wordt zo grondig aangepakt dat volgens bescheiden schattingen driehonderdduizend burgers op de vlucht zijn geslagen, volgens de meest pessimistische een half miljoen. De presidenten Obama en Karzai verschillen daarover nog van mening. Maar in ieder geval hoef je er niet aan te twijfelen dat er veel rook is in dit gebied, en generaal, dat is al jaren het geval.
De diepste oorzaak daarvan ligt in de geopolitieke verhoudingen ter plaatse, de oude vijandschap tussen India en Pakistan, de rol die Afghanistan daarin speelt en de sleutelfunctie van het Pashtoen-volk, waarvan er dertien miljoen in Afghanistan wonen en 28 miljoen in Pakistan. De islamisten van de Taliban zijn Pashtoeni’s. Geen Pakistaanse regering zal zich kunnen veroorloven in duurzame vijandschap met de Pashtoen te leven. Vandaar dat Islamabad zich sinds 2001 heeft uitgeput in hele en halve compromissen, geheime tolerantie, bedekte steunverlening, in het algemeen gezegd een politiek die de Taliban in staat heeft gesteld zich te reorganiseren en tot de tegenaanval over te gaan. Daaraan heeft de regering van George Bush niets kunnen doen. Onder druk van Obama wordt het nu kennelijk opnieuw met de militaire oplossing geprobeerd.
Zijn minister Van Middelkoop en generaal Uhm daarover geraadpleegd, zijn ze althans bijtijds op de hoogte gesteld? Als dat zo is, dan weet het Nederlandse publiek daar in ieder geval niets van. Het wordt niet met zo veel woorden gezegd, maar sinds onze militaire aanwezigheid in Afghanistan wordt door onze beleidsmakers de indruk gewekt dat het hier om een bilaterale verhouding tussen Uruzgan en Nederland gaat. Eerst was het een opbouwmissie, toen werd het een vechtmissie, die werd door kabinet en Kamer voorbarig verlengd, en nu ligt de nadruk kennelijk weer op de voorspoedige wederopbouw. Door de publieke opinie wordt de wisselende diagnose zonder protest geslikt.
Hoe komt dat? Doordat Nederlanders nu eenmaal worden aangesproken door de gedachte dat aan de andere kant van de wereld hun soldaten bezig zijn mensen te helpen, scholen te bouwen, onderdrukte vrouwen tot menselijke waardigheid te brengen. Dat is een nobel idee. Maar zelden of nooit wordt de vraag gesteld of dit streven kans van slagen heeft, en hoeveel. En toch, politiek blijft de kunst van het mogelijke. Als je bondgenoten eerst een half miljoen mensen op de vlucht moeten jagen om het doel te bereiken, wordt daardoor niet de welvaart bevorderd maar haat tegen de bezetter gekweekt.
In grote trekken is het op deze manier in de hele regio gegaan, in Afghanistan, Irak en nu de Swat-vallei. Acht jaar oorlogvoeren heeft geen oplossing gebracht; integendeel, het Westen is dieper in het moeras getrokken. Best mogelijk dat het beter gaat in Uruzgan, maar, generaal, Nederland is deel van het grote bondgenootschap, en de rook in Pakistan wijst erop dat we militair en politiek weer op de verkeerde weg zijn. Daarover moet het debat worden gevoerd.