Brieven; grrr

Vrije seks In De Groene Amsterdammer van 9 augustus publiceerde u een verslag van de belevenissen van een journaliste die zich de geneugten van de velen overlast bezorgende, openbare, vrije seksbeleving in de hoofdstad niet laat ontgaan.

Nog afgezien van de vraag welk belang daar nu gediend is met dit inside-verhaal over de sm- en homoscene, de anonieme groeps- en stoepseks in Amsterdam (Patijn erop wijzen dat neukende vrouwen het in Amsterdam ook naar hun zin willen hebben?), meen ik dat de redactie publikatie van het artikel beter achterwege had kunnen laten, al was het alleen maar om de schrijfster tegen zichzelf in bescherming te nemen, maar ook om uw lezers het zicht te besparen op de psyche van een vrouw in een oversekste gemoedstoestand, hoezeer zij ook in het door haar, met door erotomanie vertroebelde blik geschreven stukje de schaamteloze, kortzichtige, egocentrische, verdwaasde belevingswereld van louter zichzelf en het eigen genot zoekende lieden treffend tot uitdrukking weet te brengen, maar vooral omdat iemand in een dergelijke roestoestand, met door eigenbelang gekleurde intenties ten aanzien van haar onderwerp, een onderwerp bovendien waartoe zij geen enkele afstand bewaart, zich diskwalificeert voor het hebben van een weloverwogen mening, laat staan het schrijven van een serieus te nemen artikel in een opinieblad. Als lezer maakt mevrouw mij ongevraagd tot voyeur bij haar ego-erotrip en doet zij herhaaldelijk een beroep op mij om het ‘gelijk’ van de orgiast te bevestigen. Het is te hopen dat mevrouw nog eens bij zinnen komt en zich dan kan verplaatsen in de situatie van de 'braaf- geconditioneerde smeris’ die zich laat zien op het moment dat een dame door twee heren ongevraagd in haar broek wordt gegrepen. Kan zij misschien een spoedcursus verzorgen die agenten leert onderscheid te maken tussen amusant en minder amusant verlopende onderhandelingen tussen aanranders en aangeranden op straat?
Edward van Aerden NIJMEGEN
Niet bekend
Een argument als 'mijn zus heeft er in een Jappenkamp gezeten’ slaat als een lul op een gebakje. Ze gingen toch tegen de Indonesiers vechten, of waren ze van plan en passant Japan ook even te bevrijden? De uitspraak 'Soekarno, die met de Japanners had gecollaboreerd’ is helemaal een gotspe. Nederland was ook een bezettingsmacht!
Poncke Princen zal net als alle anderen die in die oorlog hebben gevochten geen schone handen hebben. Maar gelukkig heeft Lieve Joris hem bij de Koningin vandaan gehouden.
Overigens ben ik verbaasd over Ulrici’s geheugen. Hij kan na vijftig jaar nog uit een dagboek citeren dat hij maar kort in handen heeft gehad. Knap hoor!
Cicilia Ph. Veltman DORDRECHT
Rectificatie Bij de foto op pagina 8 in De Groene van 23 augustus stond geen bijschrift. Er had moeten staan: Het fabriekscomplex van H. van Puijenbroeks Textiel Maatschappij. De tekening was geleend van het Nederlands Textiel Museum, Tilburg.