DANS Limb’s Theorem

BRILJANT GEREGISSEERDE CHAOS

Het is alweer dik twintig jaar geleden dat het legendarische Frankfurt Ballett de internationale danspodia bestormde met de choreografieën van William Forsythe. De impact van zijn werk op zowel publiek als professionals is niet te overschatten. Forsythe gaf het klassieke ballet een hoognodig shot amfetaminen en een intrigerend, artistiek actueel kader, waardoor deze rap verouderende kunstvorm in één klap klaar was voor het derde millennium. Anders gezegd: de klassieke dans werd door Forsythe (met veel dank aan Balanchine) definitief uit haar rigide, oubollige keurslijf getrokken.
Een iconische Forsythe-choreografie uit die jaren is Limb’s Theorem (1990). Destijds was het stuk revolutionair. Niet alleen vanwege de combinatie van de onnavolgbare dans, de strakke architectonische vormgeving en de dwingende elektronische muziek van de Nederlandse componist Thom Willems, maar vooral vanwege de manier waarop Forsythe de dansers liet bewegen op het snijvlak van totale anarchie en strakke structuur. Het was daarom erg spannend om het stuk terug te zien, gedanst door het Ballet de l’Opéra de Lyon, een van de zeer weinige gezelschappen ter wereld die toestemming kregen Limb’s Theorem in zijn geheel op het repertoire te zetten. En ja, het nieuwe is er af en Forsythe’s stijl is inmiddels eindeloos gekopieerd, gedocumenteerd en gerecycleerd, maar één ding is duidelijk: Limb’s Theorem is een meesterwerk.
De choreografie is opgebouwd uit drie delen: Limb’s I, Enemy in the Figure en Limb’s III. In het eerste deel zien we sober zwart geklede dansers die zich, tot de tanden gewapend met een ijzersterke techniek, uitleven in strak gestructureerde groepsdansen, solo’s en duetten. Het begint overigens allemaal rustig. Maar als de hoogspanning erop wordt gezet door Willems’ elektronische beat, de waanzinnige dansers van het Franse gezelschap op stoom komen en hun soepele lijven in de meest tegenstrijdige richtingen dwingen en de groepsformaties soms gevaarlijk worden doorkliefd door een immens om zijn as draaiend stuk decor gaan bij mij de nekharen, net als twintig jaar geleden, weer recht overeind staan.
Enemy in the Figure is anarchistischer van karakter. Het rechte decor heeft plaatsgemaakt voor een glooiend kamerscherm en de dansers worden belicht door een grote verrijdbare lamp. Doordat de ruimte hiermee steeds vanuit een andere hoek wordt belicht zie je de dansers soms in silhouet, of achtervolgd door lange spookachtige schaduwen die de choreografie tegen de kale zijmuren van het toneel voortzetten, of soms gewoon helemaal niet. In deze steeds veranderende ruimte rennen de dansers op en af om overal bezit te nemen van het podium met virtuoze duetten en solo’s. Tijdens dit deel zijn de danseressen verlost van hun spitzen en maakt fysieke controle plaats voor blinde overgave. Hierdoor wordt de dans werkelijk adembenemend.
Limb’s III is een knappe synthese van de eerste twee delen. Structuur en anarchie komen tot een paradoxale eenheid, waardoor je het geruststellende gevoel krijgt dat alles klopt. Hierin ligt de kracht van William Forsythe. Want ook al trekt hij traditionele kaders en verbanden uit elkaar en laat hij zijn choreografieën behoorlijk ontsporen, er is altijd een overkoepelend geheel waardoor je je als kijker nooit verloren hoeft te voelen. Je mag jezelf zonder reserve overgeven aan zijn briljant geregisseerde chaos.

Limb’s Theorem, Ballet de l’Opéra de Lyon. Het Nederlands Danstheater voert Enemy in the Figure uit als onderdeel van The Second Person. Tournee van 5 februari t/m 11 maart. www.ndt.nl