Briljant in madurodam

Er is iets geks met spannende boeken. Ze activeren de lust om door te lezen: hoe loopt het af en wie heeft het gedaan? En tegelijkertijd verdoven ze de geest omdat alles ook alleen maar daarop is gericht. Misschien heet die staat van bewustzijnsvernauwing wel ontspanning. Op zoek naar zo'n sensatie lees ik in ieder geval soms de verkeerde boeken. Minette Walters, Nikki French… Als een lege peul lieten ze me in de zomer achter, deze bodysnatchers. Nederlandstalige spannende boeken lees ik niet zo vaak, of het zijn romans die achteraf bleken te zijn uitgeroepen tot ‘spannend boek’, zoals Het woeden der gehele wereld (1993) van Maarten ‘t(Hart of Slangen aaien (1998) van Mirjam Boelsums. Beide boeken werden genomineerd voor de Gouden Strop voor het beste spannende boek; het eerste kreeg die prijs zelfs.

Iets dergelijks zal ook wel met De passievrucht van Karel Glastra van Loon gebeuren, of hij nu wil of niet. Literatuur en spanning hebben in Nederland een wat ingewikkelde verhouding. Als je tot de eerste categorie behoort of wilt behoren, is een kwalificatie als ‘spannend’ bijna een verdachtmaking. Thriller- of detectiveschrijvers zitten op hun beurt niet zo op commentaar vanuit literaire hoek te wachten, want voor je het weet lig je op de schroothoop. Daartegenover staat dat als een detectiveschrijver blijk geeft van een meer dan gemiddelde taalbeheersing, hij meteen 'briljant’ wordt verklaard. Neem een René Appel, een Thomas Ross. In Amerika en Engeland ligt het allemaal anders. Ik, Madurodam-bewoner, koekeloer natuurlijk door een roze brilletje, maar in de echte wereld bedrijft men een stuk minder krampachtig de literatuur. Allerlei tussenvormen worden er op hun eigen merites beoordeeld, zonder dat men zich erg bekommert in welk hokje iets past en welke criteria daarbij horen. En toch en toch… Met enkele meesterwerken van Patricia Highsmith (De roep van de uil) en Barbara Vine (No Night Is too Long) uitgezonderd, hebben op-de-eerste-plaats-spannende boeken één groot probleem: met de ontknoping is de koek op en het boek voorgoed gelezen. Dat geldt ook voor de roman van Karel Glastra van Loon, hoe leuk en mooi ik dit boek ook vind. De passievrucht is het verhaal van Armin Minderhout die erachter komt dat zijn dertienjarige zoon Bo niet door hem verwekt kan zijn. Doktersonderzoek, op verzoek van zijn vriendin die graag kinderen wil, wijst uit dat hij altijd al onvruchtbaar is geweest. De enige die hem zou kunnen vertellen wie dan wel Bo’s vader is, zijn vrouw, is alweer jaren dood. Het is het begin van een speurtocht naar de 'dader’ en naar een nieuwe verhouding tot zijn zoon, zijn overleden echtgenote en zijn vriendin. Zijn zoon van wie hij altijd vond dat die zoveel op hem leek, zijn vrouw met wie hij de liefde van zijn leven beleefde en zijn vriendin van wie hij niet weet wat zij wel en niet al wist. De passievrucht is een toonbeeld van superieure beheersing van stof en stijl. Om met het laatste te beginnen: Glastra van Loon schrijft heel kaal, alsof hij tijden heeft zitten schuren. 'Dees is wetenschappelijk redacteur. We werken voor dezelfde uitgever. Ik ken hem al dertien jaar. Hij is mijn beste vriend. Hij heeft Monika nog gekend.’ Het zijn van die zinnen die zeggen: het komt allemaal nog. En het komt ook allemaal nog. ’(“Mijn God, Armin, wie had dat van Monika gedacht?” “Ja.” “Jezus! En ik heb altijd gevonden dat Bo zo op je lijkt.” We zitten en zwijgen en drinken onze dubbele whisky’s.’ Heel af en toe werd het aantal staccato-zinnetjes me wat te veel, maar over het geheel doet de kale schrijfstijl de omvang van de dramatiek prachtig uitkomen. Minderhouts wereld die tot dan toe gevuld was met zekerheid en kennis, al was het maar omdat hij door zijn redactiewerk voor een wetenschappelijk tijdschrift de gekste natuurwetenschappelijke feitjes weet, is opeens veranderd in een zompig moeras. Kende hij zijn vrouw eigenlijk wel? Houdt hij nog wel op dezelfde manier van zijn zoon die zijn zoon niet is? De schuldige, Monika - what’s in a name - Para dies, wordt door de schrijver zo prettig vlezig neergezet (het onvergetelijke grafschrift bij haar graf luidt: 'Mooi. Jong. Moeder. Dood’) dat je zelfs als lezer van haar in de ban raakt. Alles aan haar is even aantrekkelijk: uiterlijk, levendigheid, kookkunst, libido… Des te geloofwaardiger is het dat Armin na haar dood aanvankelijk wegzinkt in een gevaarlijk drankzuchtig bestaan. Mooie taferelen levert dit op van een vader die de kroegen afsjokt met een kind op zijn rug, om ’s(ochtends op een bankje in het Sarphatipark de nacht daas te eindigen. En dan maar vragen van een vierjarige beantwoorden. Waarom snateren eenden en piepen meerkoeten? Waarom jagen mannetjeseenden de vrouwtjes de vijver door? Armin weet bijna overal wel antwoord op. De passievrucht is een rijke roman over grote kwesties: over liefde, dood en de magie van de bloedband. Daarnaast is het ook nog eens een spannend boek omdat Glastra van Loon zijn stof heeft gekneed als componeerde hij een detectiveroman. Hij jongleert met stukjes heden en verleden, switcht behendig heen en terug, tilt af en toe een tipje op, en houdt de lezer natuurlijk die vette kluif van een clou voor. Uiteindelijk worden alle losse draadjes aan elkaar geknoopt en is de ontknoping zoals zij moet zijn: onverwacht en logisch. Ik blijf zitten met één vraagje, typerend voor het feit dat je met zo'n soort boek ook écht wil weten hoe het zit. Hoe wist Monika dat Bo niet het kind van Armin was terwijl zij zo'n heftig seksleven hadden en niemand nog enig vermoeden had van Armins onvruchtbaarheid? Of heb ik in een staat van bewustzijnsvernauwing iets over het hoofd gezien?