Briljante klumedie

Voor het genre - kruising tussen klucht en komedie, dus eigenlijk een ‘klumedie’ - bestaat al een woord: farce, afgeleid van het Italiaanse woord farcire, wat zowel ‘volgevreten’ als ‘onverzadigbaar’ betekent. De inzet is niet een well-made play (wat komedies vaak zijn) en ook niet onderbroekenlol met zes hotelkamerdeuren (wat kluchten meestal zijn). Het venijn van een farce zit in die onverzadigbaarheid. Er wordt op een geraffineerde manier één thema tot op het bot uitgemolken. In Jeuk! is dat ‘vreemdgaan in je hoofd’.

Aan de basis van het script (Jules Terlingen en Ronald Venrooy) ligt de klucht The Seven Year Itch van George Axelrod en het filmscenario dat Hollywood-regisseur Billy Wilder in 1955 gebruikte voor zijn komedie van dezelfde naam - beroemd geworden door de scène waarin Marilyn Monroe’s witte jurk verleidelijk opwaaiert boven het rooster van een metrostation. Het gegeven is simpel: man (zeven jaar getrouwd) wuift zijn vrouw en zoon uit (die gaan even op vakantie) en neemt zich voor gedurende zijn kortdurende eenzaamheid niet te roken, niet te drinken, niet ongezond te eten en niet vreemd te gaan. Na zijn eerste gezonde maaltijd ontmoet hij de tijdelijke bovenbuurvrouw (platina kapsel en voluptueuze borsten - Marilyn Monroe). Binnen de kortste keren begint hij kamerbreed al zijn afspraken te schenden - hij zuipt en rookt zich een slag in de rondte, en van de kirrende bovenbuurvrouw kan hij ook niet afblijven.
Het onverzadigbaar uitgemolken thema van Jeuk! zit in het kruis van de jong gebleven veertiger Rich: na zeven jaar huwelijk begint het daar te jeuken. Onder het motto ‘als de kat van huis is dansen de muizen op tafel’ gaat Rich vreemd. Vooral in zijn kop. Hij vertelt ons erover, we zien het hem beleven, én we krijgen er commentaar over te horen. Van hemzelf natuurlijk, want die vreemdgaande jeuk in zijn hoofd leidt tot een mitraillerende tekst waarbij een uzi verbleekt tot een waterpistool. In de voorstelling komt het commentaar ook van een dj met Vlaamse tongval die regelmatig roet in het eten strooit. Dat is complicatie nummer één. Complicatie nummer twee is dat de vrouw van Rich - een bitch - vroegtijdig thuiskomt. En dan volgt een ménage à quatre waar geen eind aan lijkt te komen. Jeuk! loopt al na een half uur volledig uit de hand. Wat de consumptie van drank betreft zeker, verder is er een overdaad aan decibellen uit een vlijtig geplunderd cd-rek, er wordt tegen de klippen op geschreeuwd, de wanhoop, de geestelijke uitputting en de opwinding houden ook niet meer op. Jeuk! is kortom een drukte van jewelste. De voorstelling geeft voluit wat de folder belooft: als een personage eenmaal toegeeft aan de jeuk in de onderbuik, is er geen weg terug meer.
De scriptschrijvers verwijderen zich in de loop van de voorstelling van hun inspiratiebron: er zijn een hoop oneliners en dialogen bij elkaar gewinkeld uit Albee’s Wie is bang voor Virginia Woolf. De vierhoek wordt een uitspanning van drank en seks. Het truttige decor - met een bar vol verspilde drank, een loze, want tot nergenshuizen leidende trap en een bank waarop veel seks uitloopt in treurige en nogal mechanisch aandoende handelingen - wordt door de vier acteurs gevuld met een allengs leger wordende nikserigheid. Maar briljant gespeeld, nondeju wat heb ik een plezier gehad! Ivar van Urk is misschien niet een groots acteur (hij is van huis uit trouwens regisseur), maar hij beheerst tot in zijn vingertoppen de techniek van het schakelen: van vertellen (ons deelgenoot maken van waar hij allemaal doorheen móet) naar uitspelen van prachtige situatiekomedie, terug naar commentaar, geen vierde wand, rechtstreeks op ons. Ook de drie overige acteurs (ohan Heestermans, Isabella Chapel, Veronieke Schrickx) lusten wel pap van dat genre dat al zo lang farce heet. De basis van hun onderneming lijkt simpel: een dik aangezette vertelling, volvoerd met tweehonderd procent spelplezier. Doe het ze maar eens na. Topsport is het. En ze doen het ook nog eens twee keer per avond.