Code van Simon Singh

Briljante krakers

Lees ‘Code’ van Simon Singh, over codemakers en -brekers, en word aanhanger van duistere samenzweringstheorieën.

WAAR MENSEN zijn, daar zijn geheimen. Sinds de uitvinding van het schrift worden gecodeerde berichten verstuurd om te voorkomen dat de informatie in de verkeerde handen valt. In Code behandelt Simon Singh, schrijver van de bestseller Fermat’s Enigma, de geschiedenis van coderingen en het geheimschrift, van de oudheid tot het huidige computertijdperk.

Velden met honderden schotels en elektronische luisterpalen staan dag en nacht te zoemen in Engeland, Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en de VS. Geostationaire spionagesatellieten hangen boven ons hoofd om elektromagnetische golven te onderscheppen. De gegevens worden verzameld door de meest geavanceerde supercomputers die het ruwe materiaal onderzoeken op verdachte sleutelwoorden, waaronder ‘plutonium’ en 'Hezbollah’, maar ook 'Greenpeace’ en 'Amnesty International’. De grote spin in dit afluisterweb, met codenaam Echelon, is de National Security Agency (NSA) in de VS, het sinistere neefje van de CIA. Per dag tapt de NSA zo'n drie miljard berichten af: e-mail, mobiele telefoons en intercontinentale telefoongesprekken. Hoe schokkend dergelijke feiten ook mogen zijn, er is niets nieuws onder de zon. Zolang mensen met elkaar communiceren worden er al berichten onderschept. Het is een oeroude wet: als je niet wilt dat berichten door de verkeerde mensen worden gelezen of gehoord, moet je zorgen dat ze zijn gecodeerd.

Tot voor kort was het communiceren in geheimtaal het domein van spionnen, zeeverkenners, diplomaten, terroristen en geliefden. Samenzweringen tegen het hof en correspondenties tussen koningen gaan al eeuwen via onbegrijpelijke correspondentie met vreemde tekens of onbestaande woorden. Ook moderne criminele en terroristische organisaties zenden cryptische berichten rond. Het is bekend dat het Cali-drugskartel al jaren gebruikmaakt van gecodeerde berichten. De Aum Shinrikyo-sekte die dodelijk gas in de metro van Tokio liet ontsnappen, maakte gebruik van geheimtaal en ook Ramses Yousef, een van de terroristen die betrokken was bij de bomaanslag op het World Trade Center, had een laptop bij zich met gecodeerde berichten van de meest geavanceerde soort. Daarom ook konden dergelijke acties aan het oor van de NSA ontsnappen.

Goede coderingssoftware is inmiddels van Internet te halen. Mocht je plutonium willen verkopen, dan kun je eenvoudig je eigen coderingssoftware downloaden (www.pgpi.com). Het programma met de naam Pretty Good Privacy (PGP) werd door cyberhippie Phil Zimmerman ontwikkeld. Als je gebruikmaakt van PGP zal het voor de NSA (waarschijnlijk) een harde dobber zijn om je berichten te kraken. Zimmerman heeft het programma, tot afgrijzen van de NSA, uit ideële motieven via Internet verspreid, zodat een ieder zich kan beschermen tegen de oren van de staat. Met de komst van Internet en de mobiele telefoon is het coderen van berichten immers niet alleen meer van belang voor cocaïnehandelaren en gifgasterroristen, maar ook voor de gewone man die niets kwaads in de zin heeft. Mobiele telefoonberichten stuiteren van de aarde naar de satelliet en weer terug, e-mailberichten gaan van computer naar computer. Het is makkelijker dan ooit om informatie te onderscheppen. Om de privacy en de spaarcenten van de burger te beschermen is het daarom belangrijk om creditcardnummers en andere persoonlijke informatie gecodeerd te verzenden. Opmerkelijk is dat, hoewel de coderingssoftware makkelijk op Internet te vinden is, het verboden is om dergelijke 'zware’ coderingssoftware vanuit Amerika naar Nederland te sturen. Wanneer je het coderingsprogramma PGP downloadt, dien je de niet-Amerikaanse 'internationale versie’ te kiezen. Zware Amerikaanse coderingssoftware mag buiten de federale grenzen niet gebruikt worden. De programma’s vallen onder de wapenwet en daarom hebben Amerikaanse Internet-programma’s als Netscape of Explorer die buiten de VS en Canada worden verspreid niet de mogelijkheid om creditcardinformatie of e-mails zwaar te coderen. Als iemand vanuit New York een boek bestelt bij amazon.com, de grote Internet-boekhandel, dan is deze transactie miljarden keer beter beveiligd dan wanneer iemand dit vanuit Amsterdam of Groningen doet. Het is ook niet toegestaan om zware coderingen zomaar vanuit Nederland naar een land als Libië te verzenden. Voor een gedetailleerde behandeling van de ingewikkelde internationale regels op het gebied van zware coderingen verwijs ik u naar de informatieve webpagina’s van de Nederlandse deskundige Bert-Jaap Koops http://cwis.kub.nl/~frw/
people/koops/cls-sum.htm).



CODE VAN Singh gaat over de eeuwenoude wedloop tussen codemakers en -brekers. Heldere mathematische, linguïstische en technische uiteenzettingen over de aard en toepassing van geheime codes zijn ingebed in spannende en meeslepende verhalen, waardoor het boek leest als een roman. Er is het verhaal van de cowboy Beale die een goudschat verstopte. Hij liet een koffertje na met papieren in geheimtaal, waarin staat waar die schat ter waarde van veertig miljoen gulden ligt verstopt. Gedeelten van het geheimschrift zijn vertaald, maar uitgerekend het gedeelte waarin staat waar de schat ligt is tot nu toe niet gekraakt. Wellicht is het een hoax, maar misschien dat je op een regenachtige zondagmiddag de code (die in Singhs boek staat afgedrukt) doorziet en de schat kunt opgraven. Verder is er het verhaal over de Navajo-indianen die van onschatbare waarde bleken in de strijd om de Pacific tussen de Amerikanen en de Japanners. Veel Japanse soldaten begrepen Engels, doordat ze een studie hadden genoten in de VS.

Daarom gebruikten de Amerikanen Navajo-indianen als radio-operatoren. De indianen gaven in hun moedertaal berichten door aan andere Navajo-indianen. De onbegrijpelijke en angstaanjagende klanken werden opgenomen en naar de Japanse geheime dienst gestuurd. Knappe wiskundigen en linguïsten bogen zich over het materiaal, maar tot het eind van de oorlog wisten ze het geheim van de Navajo-taal niet te doorgronden.

Het meest aangrijpende verhaal is dat van de Engelsman Alan Turing, een van briljantste wiskundigen van deze eeuw en de grote man achter het kraken van de Enigma-machine, een ingenieus coderingsapparaat dat de Duitsers gebruikten in de Tweede Wereldoorlog. De Britten hadden een Enigma-machine in hun bezit, maar iedere dag veranderde de coderingssleutel. Zo'n 159.000.000.000.000.000.000 mogelijke sleutels waren er waardoor het voor de Britten welhaast onmogelijk was om de Duitse radioberichten te kraken. Maar onder leiding van Turing werd een groot apparaat gebouwd dat de sleutel binnen een paar uur wist te achterhalen, zodat vanaf dat moment de dagelijkse radioberichten konden worden gelezen. De Duitsers geloofden zelfs in hun meest paranoïde buien niet dat zoiets mogelijk was en alle troepenbewegingen werden in details via de ether rondgestuurd. Het kraken van Enigma was van doorslaggevend belang in de laatste jaren van de oorlog.




IN HET BOEK van Singh wordt glashelder uitgelegd hoe deze miskende oorlogsheld - hij werd in 1952 gearresteerd door de Engelse politie omdat hij er een homoseksuele levenswijze op nahield - Enigma kraakte. Ook van andere coderingsmethoden worden de principes getoond. En passant wordt verteld hoe het hiërogliefenschrift en Lineair B, een oud Grieks dialect, werden ontcijferd. Het is niet alleen interessante maar ook inspirerende lectuur, omdat keer op keer wordt bewezen dat een briljante inval meer waard is dan brute rekenkracht.

Een doorgewinterde hacker of oude spion haalt wellicht zijn schouders op als hij het bovenstaande leest. Het onaantastbare standaardwerk op het gebied van cryptografie en codes is al jaren The Codebreakers van David Kahn, dat bij iedere geheime dienst in de boekenkast staat. Het is de bijbel van de cryptografie. Code van Singh zal de status van Kahns boek niet aantasten, maar is er wel een goede aanvulling op. Kahn is een geschiedkundige en alle anekdoten staan in dienst van het grotere verhaal. Singh is een natuurkundige en gebruikt de geschiedenis van de decodeerkunst eerder als een houvast om mooie verhalen te vertellen. Daarnaast gaat Singh dieper in op de technische aard van de codes. Elementaire maar inzichtelijke wiskunde wordt daarbij niet gemeden.

Wees echter gewaarschuwd. Het lezen van Code maakt je direct een aanhanger van duistere samenzweringstheorieën. Het uitlekken van de Echelon-praktijken en de recente aankondiging van Bill Clinton om de Amerikaanse exportwetten op het gebied van sterke coderingen te versoepelen, kunnen na bestudering van de geschiedenis weinig anders betekenen dan dat de NSA inmiddels over nog betere technieken beschikt om ons af te luisteren en te bespioneren. Want één ding wordt duidelijk na lezing van Code: de nieuwste inzichten en technieken op het gebied van afluisteren, coderingen en cryptografie, zijn strikt geheim.



Simon Singh, Code. Uitg. De Arbeiderspers, 481 blz., ƒ59,90