De volgende revolutie in de cinema

Brilletje op!

Terwijl het in alle bedrijfstakken schraalhans keukenmeester is, lacht de cinema-exploitant in z'n vuistje. Het oude trucje van de stereoscopische film wekt opnieuw opwinding. Brilletje op en petje af voor James Cameron.

HET BIOSCOOPBEZOEK IS sinds lange tijd weer gestegen, deelden branchemedewerkers vorige maand enthousiast mee. Daar zijn genoeg verklaringen voor te vinden. In moeilijke tijden lijkt het publiek zich graag terug te trekken in de bioscoop. Een verschijnsel dat zich ook voordeed in de oorlogsjaren: tijdens de bezetting waren de bioscopen in de grote steden viermaal per dag uitverkocht. Terwijl mensen vroeger liever in een portiek schuilden voor de regen dan dat ze naar een Nederlandse film gingen, staan ze tegenwoordig graag in de rij voor een film ‘van eigen bodem’. De Nederlandse cinema telt niet alleen weer mee, het is voor het eerst goed voor het grootste gedeelte van de recette. In nog geen twee maanden tijd bezochten meer dan een miljoen mensen Komt een vrouw bij de dokter, een absoluut record.
Voeg daarbij de fans van Harry Potter en het is geen raadsel dat 2009 een topjaar is geweest. Tegelijkertijd was en is het in de huidige multi- en megaplexen een komen en gaan van een energiek jong multicultureel gezelschap. Dat gaat niet 'naar de film’, het is onderdeel van een 'event’, van een 'cinematische ervaring’ die bestaat uit spectaculaire, bijna hallucinerende breeddoekige films in drie dimensies - gepresenteerd in de vorm van het monstersucces dat Avatar heet.
Het gigantische, de gehele voorwand van de zaal beslaande beeld is extreem 'diep’, het verhaal heeft daarentegen iets minder diepgang. Dat zal de permanent 'on line’ zijnde jolige toeschouwers een zorg zijn. Knallen worden repeterende explosies via 24 luidsprekers, speren doorboren onder luid gejuich mensenhoofden, bloedspatten komen neer op de eerste vier rijen van de zaal. De meest spraakmakende scène uit de trukendoos van Cameron is waarschijnlijk die waarin zijn Na'vi, de blauwgekleurde natuurwezens die de hoofdrol spelen, proberen een soort prehistorisch ogende vogels te temmen. Een van de Na'vi sluipt op het vogelbeest af, voorzichtig, en springt dan op zijn rug. De camera trilt met de heftige worsteling, en duikt daarna, als de vogel en de Na'vi de afgrond in vallen, mee de diepte in - en door de 3D-werking lijkt zijn val de hele maag van de kijker mee te zuigen.

Wie denkt dat dat iets nieuws is, zit ernaast. De belangstelling voor 3D-films is altijd groot en altijd kortstondig geweest. Het hoogtepunt ervan lag in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het bioscoopbezoek in de Verenigde Staten en Canada terugliep. Voorafgaande aan grootbeeldsystemen als Cinerama en CinemaScope werd voor de zoveelste keer de driedimensionale film gepresenteerd als iets heel bijzonders, een innovatie van jewelste. Advertenties beloofden een met niets te vergelijken audiovisuele ervaring, bezoekers van een stereo-pornofilm kregen het advies: 'Haal een bril bij de kassa, dan ziet u een massa!’
Al in het begin van de jaren dertig schreef Leo J. Jordaan wrevelig in Ford Wereld over de 3D-cinema: 'Als technische Spielerei is het allemaal verschrikkelijk aardig, dwingender nog luidt de vraag: wat heeft men eraan en wat moet men er eigenlijk mee?’ Die vraag is nog steeds te stellen. 3D leent zich niet voor een nieuwe Woody Allen, het plastische medium moet het hebben van het bijkans 'bovennatuurlijke’, van ruimtereizen en horror en Disney-achtige sprookjes. Dat is een ruime keuze, in meerderheid kan het bioscooppubliek er prima mee worden bediend, aan iets anders heeft het nauwelijks behoefte.
Lang voor Jordaan erover schreef bestond het geprojecteerde stereoscopische beeld al. Het Nederlandse genie Christiaen Huygens demonstreerde rond 1660 (!) met een 'magische lantaren’ al stilstaande stereobeelden. Op 5 april 1662 schreef hij er aan zijn broer Lodewijk over: 'Je zult niet geloven hoeveel moeite ik verspil aan deze onzin. Ik voel mij beschaamd dat uit zal komen dat dit van mij afkomstig is.’
Ruim drie eeuwen na 'deze onzin’ namen de gebroeders Lumière in 1896 in Parijs het principe van Huygens over en zij voegden er beweging aan toe. Genoemde Leo Jordaan, nestor van de vaderlandse filmjournalistiek en oud-medewerker van De Groene Amsterdammer, interviewde in 1936 'de vader van de cinematografie’ Louis Lumière. Lumière experimenteerde al in 1910 met de 'cinéma en relief’ maar ging er niet mee door omdat het publiek van een bewegend stereoscopisch beeld 'overmatig vermoeid’ zou worden. Lumière’s conclusie werd een halve eeuw later onderschreven door Alfred Hitchcock. Die verfilmde in 1954 tegen zijn zin het statische toneelstuk Dial M for Murder in 3D maar liet Warner de film na twee maanden gewoon 'flat’ in 2D uitbrengen. Met succes. 'The Master of Suspense’ vond Dial M for Murder achteraf mooier zonder de 'gimmick’ van de stereoscopie.
In interviews vertelde de excentrieke regisseur brillen oncomfortabele dingen te vinden 'en plastic monturen kinderachtig’. Als niet-brildrager kon Hitchcock zich voorstellen dat het publiek werd afgeleid door de noodzakelijke polaroidbrilletjes. En: 'Onze hersenen voegen bij het zien van een kleurenfilm automatisch de derde dimensie toe. Als het diepte-effect kunstmatig wordt opgeroepen via aparte beelden voor het linker en het rechter oog, dan is het resultaat sterk overdreven. Bovendien verwekt het hoofdpijn.’
Op de vraag of het voor hem moeilijk was geweest een 3D-film te maken, zei hij Dial M for Murder gemakkelijk 'per telefoon’ geregisseerd te kunnen hebben. Juist Dial M for Murder bevat de indrukwekkendste 3D-scène uit de filmgeschiedenis: Grace Kelly tast in doodsnood naar de schaar waarmee ze haar belager uit zelfverdediging met haar laatste krachten met één steek onschadelijk maakt.
Hitchcock laat de naar de schaar uitgestrekte arm als het ware uit het doek steken, de schaar ligt op de voorgrond, het publiek wil de schaar in haar hand leggen. Zónder de hulp van de kunstmatig opgeroepen derde dimensie is het shot heel suggestief - 'The play is the thing!’ De moordscène zit op de helft van de film en is de eerste en de laatste gelegenheid die 'Hitch’ aangrijpt om de dramatische handeling te benadrukken met 3D.

OOK HET IDEE DAT 3D de toekomst van de film zou zijn, is al decennia oud. De Russische regisseur Sergei M. Eisenstein schreef in 1946 een stuk dat in vertaling About Stereoscopic Cinema heette. Eisenstein zag veel in 3D-film: 'De stereoscopische film heeft de toekomst. Dat is net zo zeker als het feit dat twee na één komt, dat is net zo logisch als het smelten van de sneeuw in het voorjaar.’
Eisenstein wees erop dat de geluidsfilm en de kleurenfilm in eerste instantie ook kritiek ondervonden en dat het pas later prachtige instrumenten bleken te zijn. Tenminste in handen van talentrijke cineasten. Zo zou het volgens hem ook gaan met 3D-film.
Na het kortstondige succes van Hitchcock leken Eisensteins woorden nog eens bewaarheid te worden halverwege de jaren tachtig, toen de 3D-scifi-film Captain Eo, met Michael Jackson in de hoofdrol, in de Disney-pretparken tot de populairste attractie uitgroeide. Maar het bleef daarbij: een attractie, alleen te zien in het pretpark. In de bios had het geen navolging.
Weer eens twintig jaar later, op de internationale filmvakbeurs CinemaExpo, gehouden in juni 2006 in Amsterdam, liet Hollywood in de persoon van James Cameron via een 'key note speech’ Europese bioscoopexploitanten weten voortaan alleen nog digitale 3D-producties te zullen gaan brengen.
James Cameron (maker van onder meer Titanic, Aliens of the Deep en nu Avatar) is wat techniek betreft een volgeling van Eisenstein. Hij gelooft er heilig in dat de driedimensionale digitale grootbeeldfilm voor het bioscoopbedrijf een nieuw tijdperk zal inluiden, een tweede serie Gouden Jaren. Het ziet ernaar uit dat hij gelijk krijgt - zijn Avatar haalde tot nu toe meer dan twee miljard dollar binnen, een absoluut record, plus een serie Oscarnominaties.
Wie Cameron in Amsterdam zo gloedvol heeft horen praten over zijn 3D-fascinatie raakte vanzelf bijna euforisch. De cinema ontbeerde de derde dimensie, de platte analoge 35mm-films lijken hun tijd te hebben gehad. Aan de andere kant: in 1900, in 1930, in 1950, in 1980, in de loop van de (film)geschiedenis hebben allerlei James Camerons tegenover hun vakgenoten steeds maar weer hun geloof in de 3D-film beleden.
Stereoscopie is een boeiend verschijnsel dat in de fotografie (Maurice Bonnet: Paris en 3D), in de computerbranche (virtual reality), in goochelshows van David Copperfield cum suis (holografie) en vooral in de cinematografie om de haverklap werd en wordt nagestreefd. Opnieuw grijpt Hollywood aan het eind van het eerste decennium van de 21ste eeuw uit zelfbehoud naar 'het product 3D’. Het is aan de virtuositeit van Cameron te danken dat filmmakers opnieuw de mogelijkheden zien.

NA DE KAALSLAG IN de jaren zeventig, toen de videotheek op de hoek het publiek thuis hield en legio bioscopen moesten sluiten, herstelde het Nederlandse bioscoopbedrijf zich snel. De komst van de Franse firma Pathé, die in de Randstad futuristische cinema’s bouwde met veertien zalen, een opvallend ruime hal met 'food and beverage counter’ en als specialiteit huisgepofte popcorn, bracht nieuw elan in de uitgeblust ogende bedrijfstak.
Pathé-directeur Lauge Nielsen zette de toon: zó moest je het publiek weer 'film-minded’ maken, zó werd film voor een jong publiek weer leuk. De bioscoopconcerns Jogchems, Minerva, Wolff, Utopia en Merral volgden Nielsens voorbeeld. Niet alleen verrezen overal in het land meerzalen-bioscopen met een gevarieerd filmaanbod, ook de technische kwaliteit van de voorstellingen werd voor het eerst sinds de jaren dertig op een hoger niveau gebracht.
Peperdure digitale 'cinema beamers’ vervangen in hoog tempo de zo vertrouwd ratelende 35mm-filmprojectoren, waarvan er veel twintig tot dertig jaar oud waren. Een operatie die te vergelijken is met de wereldwijde overgang van de 'stomme’ film naar de geluidsfilm, die tussen eind 1928 en eind 1929 z'n beslag kreeg.
Digitale projectie, waarmee 3D-films stukken eenvoudiger kunnen worden weergegeven dan voorheen, wordt nu in de filmbranche gretig omarmd. De cinema wordt, dankzij zulke apparaten waarop ook allerlei andere 'bronnen’ kunnen worden aangesloten, een multifunctioneel audiovisueel trefpunt. Bioscopen zijn na een eeuw (!) niet langer afhankelijk van het filmaanbod, er is ineens veel andere aantrekkelijke 'content’ voorhanden.
Voortaan kunnen in de cinema niet alleen films worden vertoond, ook driedimensionale popconcerten, opera’s ('bioscopera’), medische operaties, universitaire colleges, musicals, opgenomen optredens van cabaretiers en toneelstukken. Een 'live’ toespraak van Barack H. Obama, het Eurovisie Songfestival, het WK voetbal, het komt nu allemaal 'in full stereo’ op het bioscoopdoek terecht.
Raise your glasses! 3D! Hollywoods Next Big Thing!