Brinkman contra Baudrillard

In de moderne consumptiemaatschappij hebben politici geen macht meer, zo verkondigt de Franse filosoof Jean Baudrillard in het kader van het grote Einde van Alles-virus der postmodernen nu al weer enige jaren bij iedereen die het maar horen wil. ‘Alles speelt zich toch ver boven de politiek af’, aldus het orakel ooit in de Volkskrant.

‘Goed, er is nog een nationaal beleid zonder politieke wil, zonder hartstocht, waar iedereen zijn kleine territorium beheert. Er zijn nog wel stakingen bijvoorbeeld, maar niemand windt zich er over op. Het is een soort formeel gebeuren geworden. Er is geen wil tot verandering meer, geen initiatief, niets. Het echte spel wordt niet in de politiek gespeeld, niet in de sociale conflicten, maar in de internationale financiele wereld. De nationale economieen, en dus ook elk nationaal beleid, zijn aan de genade van de financiers overgeleverd.’
Dank zij een wakker initiatief van het altijd al alerte blad Filosofie Magazine krijgt de aanval van Baudrillard nu eindelijk weerwoord van de Nederlandse politiek. Niemand minder dan Elco Brinkman en Ina Brouwer scherpen in de jongste aflevering van het blad de pen ter bestrijding van Baudrillards doodverklaring van hun gilde. Het is een van de spaarzame momenten dat Nederlandse politici zich op het wankele filosofische pad begeven, dus verdienen beide pogingen serieuze aandacht.
Brinkman betoont zich zoals te verwachten viel het leepst. In plaats van zelf te duiken in de filosofische spelonken van het brein, klemt de CDA-lijsttrekker zich geheel vast aan de postume borst van de onlangs overleden Amsterdamse filosofe Trudy van Asperen, met name daar waar de hoogleraar kritiek uitoefende op de al te groot opgeblazen eigendunk van de politiek als 'instituut dat ten dienste staat van het welbegrepen eigenbelang van mensen’. Met andere woorden: als de politiek minder hoog van de toren blaast, kan het ook niet zo snel Baudrillard-achtige verwijten van incompetentie naar het hoofd geslingerd krijgen. Een gelikte manoeuvre van Brinkman, die bovendien nog kans ziet een pleidooi te houden tegen staatkundige vernieuwingen van het kaliber gekozen burgemeester, zoals D66 die nu al sinds jaar en dag wenst. Een gekozen burgervader (en eventueel later ook een electorale ronde voor de uitverkiezing van de premier) betekent alleen maar dat er meer politieke campagnes zullen komen, en hoe meer campagnes, hoe minder inhoudelijk politiek debat. Aldus filosoof Brinkman, die er zo met vlag en wimpel in slaagt om geen enkele vorm van politieke zelfkritiek te bedrijven.
Heel anders komt Ina Brouwer uit de hoek. De duo-lijsttrekker van GroenLinks heeft voor de gelegenheid het van paradoxen vervulde brabbeltaaltje van de Franse postmodernen in de mond genomen. 'Wat filosofen als Baudrillard kennelijk weigeren te aanvaarden is dat de democratische samenleving datgene wat ze nastreeft tegelijk onmogelijk maakt en moet maken’, zo valt Brouwer binnen. Daarna is het volop feest met formuleringen als: 'Het principe zelf van “een mens, een stem” impliceert immers dat we op het ogenblik zelf waarop we de wil van het ene volk pogen te achterhalen, tot numerieke eenheden worden gereduceerd. De procedure die erop gericht is de “wil van het volk” te bepalen, herleidt dit “Ene volk” tegelijk tot een louter numerieke veelheid.’ Aldus bestrijdt Brouwer Baudrillard met diens eigen taalmiddelen, waarbij de lezer in duizelingwekkende verwarring achterblijft. Wil Brouwer nu de parlementaire democratie afschaffen of niet? Enfin, zo hoort het te gaan in een postmodern filosofisch discours.
Het echte weerwerk tegen iedere vorm van postmodern cynisme wordt ondertussen elders in het filosofenblad gegeven, en wel door George Steiner. 'Het gaat niet om “deconstructieve intertekstualiteit”, deze sadistische frivoliteit van monsieur Derrida, of om “een einde van de grote verhalen” a la Lyotard’, aldus Steiner over de postmoderne kritiek op de politiek. 'Dat zijn nepvragen, uitvluchten uit de werkelijke crisis van de humaniora. Iedere serieusheid wordt vernietigd door deze grote nihilistische speelcultuur.’ Op Steiner valt echter weer af te dingen dat hij alles nogal zwart inziet. Zo schildert hij Amsterdam in het interview af als 'de wereldhoofdstad voor kinderpornografie en sadomasochistische films’.
Ondertussen wordt de arrogantie van de politiek in Amsterdam bestreden met een burgerinitiatief dat verrassend grote bijval verwierf. Onlangs besloot het hoofdstedelijke gemeentebestuur weer eens in te grijpen in het aanbod van het kabelnet. Aangezien er ruimte moest worden gevonden voor Deutsche Welle, de Duitse tegenhanger van CNN met uitzendingen in diverse talen, moest er in het bestaande aanbod worden geschrapt. Slachtoffer werden de uitzendingen van het Duitse derde net van de WDR, het net voor diepgravende documentaires, niet- nagesynchroniseerde films en de internationaal alom geprezen concertregistraties van Rockpalast. De programmaraad van de gemeente had in zijn oneindige wijsheid besloten dat een dergelijk cultureel- hoogwaardig net toch geen hond zou interesseren.
Ondertussen weet men beter. Dag in dag uit wordt het stadhuis overstroomd met honderden brieven van klagende burgers, voor wie Duitsland 3 het kijkgenoegen van de Amsterdamse kabel blijkt te bieden. Voorlopig wil de gemeente echter nog steeds niet van wijken weten. Schrijf dus voort!