Brinkman verscheurt de kro

In de zestien jaar dat hij deel uitmaakte van het KRO-bestuur heeft J. M. G. van Wegberg het nodige meegemaakt aan journalistiek wangedrag - van Willibrords Frequins fraudeuleuze reportage over een handel in menselijke hoofden tot een totaal fake-bericht over een XTC-bende.

Maar afgelopen zaterdag werd het hem pas echt te veel. Als enig bestuurslid besloot de vice-voorzitter van de KRO op te stappen toen het omroepbestuur na een roerige vergadering besloot zich achter de makers op te stellen van de Reporter-reportage over de Scherpenzeelse connectie van Brinkman. Dat schreeuwt om nader commentaar. ‘Het ging mij niet zozeer om de gepresenteerde feiten, maar om de presentatie ervan’, aldus de vertrokken bestuurder aan de telefoon. 'De uitzending zat zo vol met suggestieve beelden dat het echt het karakter kreeg van een politieke moord met voorbedachten rade. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de manier waarop er telkens weer die luxueuze auto in beeld kwam, alsof men wilde zeggen dat iemand die in zo'n auto rondrijdt, nooit kan deugen. Door die insinuerende manier van presenteren is in mijn ogen heel die uitzending afkeurenswaardig. Dan doen de gepresenteerde feiten er niet meer toe.’ Op de vraag of Van Wegberg ook zou zijn opgestapt als er een dergelijke uitzending over Kok of Bolkestein was gemaakt, antwoordt hij met een hartstochtelijk ja, maar: 'Natuurlijk zou de KRO gezien haar achterban wel de laatste moeten zijn om dat uit te zenden.’
Hoewel voorzitter Gerrit Braks er aanvankelijk wel oren naar had een 'intern disciplinair onderzoek’ tegen de Reporter-journalisten op te starten, besloot hij uiteindelijk toch een unanieme steunverklaring van het bestuur aan Fons de Poel en zijn wakkere speurders te doen uitgaan. Dit zeer tegen het zere been van Van Wegberg, die het standpunt verkondigde dat de directie het programma 'in deze vorm’ al van tevoren had moeten verbieden. Vraag aan Van Wegberg: had hij dan niet al moeten opstappen toen Frequins illustere hoofdenhandel aan het licht kwam? 'Nee, dat vond ik niet nodig, omdat de verantwoordelijke maker al de laan werd uitgestuurd. Bovendien vond ik dat toen een minder journalistiek vergrijp, omdat er geen mensen mee werden gedeerd. De enigen die eronder hebben geleden, waren de makers zelf. Nu dreigt het de uitslag van de verkiezingen en daarmee de hele koers van het land te beinvloeden. Dat weegt bij mij toch het zwaarst.’
Het Vlaamse weekblad Markant heeft eindelijk achterhaald wie zich schuilhoudt achter het pseudoniem Patrick Demompere, de wild om zich heen slaande literaire criticus van het Belgische weekblad Humo. Het is niemand minder dan Gerrit Komrij, zo concludeert het blad na een uitvoerige tekstanalyse van de giftige recensies die Demompere sinds 10 februari deed uitkomen in de rubriek Ezelsoor & Co. Demompere, die zich tot nu toe achtereenvolgens vergreep aan de werken van Cees Nooteboom, Ivo Michiels, H. M. van den Brink, Oek de Jong, Hermine de Graaf, Kristien Hemmerechts, Ciska Muller en Boudewijn Buch, kenmerken zich door een ultieme hardhandigheid, steevast besloten met uitsmijters als: 'Het boek is zeer geschikt, overigens, om het tot snippers te verscheuren voor als na winkelsluitingstijd de kattebakvulling onverhoopt op is.’ Markant wijst verder op een recente uitspraak van Komrij in een interview met Humo, die leek te preluderen op de actie-Demompere: 'Er blijft een soort literatuur verschijnen waar ik een grondige hekel aan heb en die ik erg zou willen bestrijden. Misschien houd ik binnenkort wel weer eens een grote blaaspartij, maar om redenen van tactiek kan ik daar niets over zeggen.’
Vanuit Portugal ontkent Komrij overigens alle betrokkenheid bij Demompere. 'Het gebeurt me wel vaker dat me dergelijke kwaadaardigheden toegeschreven worden’, heet het, met een verwijzing naar de theorie van taalwetenschapper Teun A. van Dijk dat het geschrift De ondergang van Nederland van Mohamed Rasoel in werkelijkheid Komrij’s werk is.