Groen

Brits dorp

Het is 20 juni. Ik ben in Bishop’s Castle, Shropshire. Bijna is het de langste dag en omdat vandaag zondag is, gaan nu al de Morris Dancers de straat op. Mannen met zwartgeschminkte gezichten, gekleed in vodden. Ze slaan dikke stokken tegen elkaar en dat maakt lawaai, meer lawaai dan de accordeon en viool die de muziek maken waarop ze dansen. Harvey, de hond van mijn gastheer, moet vastgebonden worden onder de tafel. Dit is zo'n Engels dorp dat town genoemd wordt en als je per ongeluk ‘village’ zegt, worden de inwoners boos. Hier wonen mensen die om 'Morning!’ te kunnen roepen ’s morgens ergens een krant gaan kopen, terwijl ze thuis al een krant hebben. Oude vrouwtjes met rieten mandjes knippen de uitgebloeide rozen af. De leider van de Morris Dancers roept iets naar een meisje dat voor een bovenraam staat. 'Rapunzel, let down your hair, you can be saved!’ Het meisje begint te huilen en verdwijnt. In de klokkentoren - waar een paar maanden geleden iemand hing, een man die gevonden werd door de tweede man met de sleutel, die daarvan zó schrok dat hij achterover viel en dwars door de zoldering omlaag kwam, waardoor hij zijn rug brak - luidt de klok. Het klinkt als een deurbel. Niemand doet open. De zon schijnt, de dans wordt wilder, straks wacht zelfgebrouwen ale in The Three Tuns. Katten schieten weg, een mus wordt het allemaal te veel en begint ongelooflijk hard tegengas te geven. Ondanks de accordeon en de viool hoor ik een echo van een lied van Willeke Alberti in de straten van Bishop’s Castle. Morgen is het 21 juni, de langste dag. 'Waar is de zon?’ zingt Willeke ergens. Nou, hier. En misschien zijn hier ook wel sterke armen te vinden en héél misschien wel 'jouw gezicht’, van wie dat gezicht ook mag zijn. Morgen ga ik naar huis, met een bus en een trein en daarna nog een trein. Ik wil niet. Zelfs terwijl ik er nog ben, heb ik al heimwee naar dit dorp, de heuvels, de theerozen, Harvey de hond.