Britse aristocratie houdt niet van de wegwerpmaatschappij

Londen – Zou de kroonprins zelf achter de naaimachine hebben gezeten? Deze vraag moet hebben gespeeld bij de kijkers van bbc’s Countrylife toen ze de doehetzelfjas van Charles zagen. Het originele donkergroen van het antieke kledingstuk was amper nog zichtbaar door alle lapjes waarmee de gaten waren gedicht. Bij een ander openbaar optreden was te zien dat een scheurtje in het koninklijk colbert netjes was dichtgenaaid. Liever dan nieuwe spullen aan te schaffen laat de troonpretendent de oude herstellen. Zelfs de republikeinse Guardian loofde deze milieubewuste zuinigheid.

Charles’ passie past ook bij een oproep van staatssecretaris voor Afval Rupert Ponsonby, de Zevende Baron De Mauley, om de wegwerpcultuur een halt toe te roepen. De Mauley, verre familie van Lady Diana, adviseerde zijn landgenoten om eens een poging te wagen om hun kapotte of beschadigde broodroosters, stoelen, truien en computers te repareren alvorens ze in de vuilnisbak te deponeren. Het 56-jarige Hogerhuislid maakte bij zijn sympathieke voorstel een tactische fout door te zeggen dat het van ‘Brussel’ moet. Voor eurosceptici was deze vermeende bemoeizucht een reden te meer om de Unie te haten.

Het leidde de aandacht af van de boodschap. Omdat de lage prijs van veel consumptie­goede­ren verleidelijk is, floreert in het Verenigd Koninkrijk de wegwerpcultuur. Het helpt niet dat de postmoderne Brit niet uitblinkt in het repareren van spullen, als hij er al tijd voor wil maken. De gang naar reparatiewinkels loont evenmin. Een vluchtige – en kostbare – blik op de kapotte televisie of wasdroger wordt meestal gevolgd door de spijtige constatering dat losse onderdelen niet voorhanden zijn. Voor bedrijven, en meer in het algemeen de economie, zou het funest zijn wanneer mensen ophouden met consumeren.

Ponsonby’s eigen ministerie ontmoedigt ook nog eens de meest eenvoudige van alle her­gebruikgewoonten. Onder druk van de verpakkingsindustrie verzet het zich al jaren tegen het invoeren van statiegeld en een heffing op plastic supermarkttasjes zoals in veel andere Europese landen het geval is. Het zou immers leiden tot een daling van de koopkracht. Een ander probleem bij recycling is ‘health and safety’. In het kader van de consumentenveiligheid en uit angst voor schadeclaims weigeren de meeste kringloopwinkels spullen waar een stekker aan zit. Er zit nog een interessant aspect aan de interventie van Baron De Mauley. Zoals bij alle onderwerpen speelt stiekem het fenomeen ‘class’ mee. Als het om consuminderen gaat, zijn de aristocraten de beste leerlingen van de klas. Immers, zij erven doorgaans spullen en kijken met een zeker dédain naar het nieuwste van het nieuwste. Dat sentiment werd ooit verwoord door de wijlen Conservatieve politicus Alan Clark. Deze kasteelbewoner zette zijn kabinetscollega Michael Heseltine, een klimmertje uit de middenklasse, laatdunkend neer als ‘iemand die zijn eigen meubilair moet kopen’.