Britse instituties doen boete voor het verleden

Londen – Bij het overlijden van Vera Lynn moest ik denken aan een lunch in de tuin bij een anglo-katholieke priester, eind april. Vanuit de pastorie galmde Lynns ‘There’ll always be an England’, met onder meer de regels: ‘The Empire too, we can depend on you/ Freedom remains. These are the chains/ Nothing can break.’ Terwijl de gastheer de Sunday Roast aan het bereiden was, nam ik een kijkje in de huiskamer, waar foto’s hingen en beeldjes stonden van Winston Churchill, de Queen Mother en Margaret Thatcher.

Het is een belevingswereld die onder druk staat. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het Britse Rijk tamelijk geruisloos afgebrokkeld, vervangen door het Gemenebest. Problematische vragen over het roemrijke verleden, zoals het verband tussen slavernij en de welvaart op het eiland, zijn nooit echt gesteld. En uitgerekend nu de brexiteers ervan dromen om weer een glorieuze handelsnatie te worden dwingt de antiracismebeweging tot zelfreflectie.

De Church of England en de Bank of England hebben reeds hun excuses aangeboden voor het aandeel van lang vergeten bisschoppen en bankiers bij de slavenhandel. Universiteiten en financiële instellingen zullen naar hun verleden moeten kijken. The Guardian legde al een verband tussen de privébank Arbuthnot Latham, die compensatie kreeg na de afschaffing van de slavernij, en de donaties die het recentelijk heeft gegeven aan de Conservatieve Partij. ‘Door Johnson geprezen City-bank had banden met slavernij’, kopte het.

The Guardian berichtte echter niet over het eigen verleden. De progressieve krant was in 1821 als The Manchester Guardian opgericht door John Edward Taylor, die daarbij gebruikmaakte van de winsten uit katoenplantages. Ook koos de krant tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog de kant van de zuidelijke staten. ‘Het was een slechte dag voor Amerika en de wereld toen Lincoln tot president werd gekozen’, schreef de krant. The Sun begon, half schertsend, met een campagne om The Guardian op te heffen.

De drang om beelden neer te halen, namen te veranderen en zaken op te heffen, wekt weerstand. In Oxford beweerde de theoloog Nigel Biggar dat in plaats van het ‘wissen en herschrijven van de geschiedenis’, instituten boete moeten doen voor hun foute verleden. Hij wees op All Souls College dat in 1710 een royale erfenis had ontvangen van suikerplantage-eigenaar Christopher Codrington. Om in het reine te komen geeft het sinds 2017 studiebeurzen aan studenten uit het Caribisch gebied.