Britse politie spoort iets te veel haat op

Londen – Hatelijke teksten op het Poolse gemeenschapscentrum, een mededeling aan Ierse immigranten dat de hongersnood over is en een racistische tirade van een ongeschoolde jongeman in de tram van Manchester.

Dat zijn enkele xenofobische incidenten die na de stem op een Brexit veel media-aandacht hebben gekregen. De Russische rapporteur van de Verenigde Naties-commissie voor de eliminatie van racistische discriminatie stelde onlangs dat anti-immigratieretoriek van Britse politici heeft bijgedragen aan een ‘klimaat van wantrouwen’.

In de eerste twee weken van juli zouden dagelijks ruim tweehonderd ‘haatmisdaden’ zijn gepleegd. De voorzitter van de Britse gelijkheids- en mensenrechtencommissie bepleitte actie, waarna de regering snel een hate crime action plan opstelde. Hoe serieus de autoriteiten racisme nemen blijkt uit een anti-racismevoorlichtingspakket dat naar scholen is gestuurd. In Cheshire heeft de politie al een vierjarig meisje ondervraagd omdat ze antisemitische en homovijandige dingen zou hebben geroepen.

Heerst er een racistische epidemie op het eiland? Hangen binnenkort de bordjes ‘No Dogs. No Blacks. No Irish’ weer in de kroegen? Nee, het Verenigd Koninkrijk is nog steeds een van de meest tolerante landen van Europa. Cijfers zijn niet altijd even betrouwbaar. Bij sommige ‘haatmisdaden’ bleek het bij nader inzien te zijn gegaan om gewone criminaliteit. Zo was de ingeslagen ruit bij een tapasbar in Zuidoost-Londen, daags na het referendum, geen haatmisdaad maar een inbraak.

Maar zo’n inbraak kan als een haatmisdaad worden beschouwd wanneer het slachtoffer dénkt dat zijn geaardheid, afkomst of sekse meespeelt. Bij haatmisdaden gaat het namelijk niet om de motieven van de ‘dader’ of wat er werkelijk gebeurd is, maar primair om de perceptie bij het slachtoffer. Hoofdaanklaagster Alison Saunders heeft zelfs bepaald dat een onvriendelijke opmerking een haatmisdaad is als iemand daarvan aangifte doet. In hun ijver om de wereld te verbeteren moedigen politici de politiekorpsen aan zo veel mogelijk haat op te sporen.

Dat kan tot curieuze taferelen leiden. In The Spectator schreef journalist Kevin O’Sullivan hoe hij in de trein met een vriend een levendig gesprek voerde over een bekende. Hierbij vielen beledigende termen. Er ontstond ruzie met een meeluisterende medereiziger, die de politie informeerde. O’Sullivan moest voor de rechter verschijnen, maar die maakte een snel eind aan de non-zaak. Volgens commentator Brendan O’Neill zorgt deze jacht er juist voor dat minderheden denken dat ze in een racistische maatschappij leven. ‘Dát scheurt de natie uiteen.’