Britse stadswielrenners flirten met gevaar

Londen – De straten van Londen vormen een onzichtbaar parcours voor wielrenners die hun tocht naar kantoor beschouwen als een reeks tijdritten. Op een winteravond kwam mijn buurman, gekleed in wielertenue, bezweet maar voldaan terug van zijn werk.

Hij had geen bonus gekregen noch had hij sjans met een leuke vrouwelijke collega. ‘Ik ben de snelste op Crooms Hill’, deelde hij mee. De slingerweg met een stijgingspercentage van 6,6 procent langs Greenwich Park is het laatste stukje huiswaarts. Om het te bewijzen toonde hij de fietsapplicatie Strava. En jawel, hij had 85 seconden gedaan over de klim van een halve kilometer.

Strava geniet populariteit bij Nederlanders die in het weekeinde als Mollema’s de polder intrekken. In Londen echter is de app een speeltje van forensen die vanuit de buitenwijken van en naar het centrum wielrennen. Zo’n ritje is opgedeeld in gemiddeld vijftien etappes, waar de honderden forensen, vrijwel alleen mannen, om de eer strijden. Het geeft een beetje plezier aan de tocht door de uitlaatgassen, langs openslaande deuren en over asfalt vol littekens.

Gebruikers bedenken de etappes zelf en schenken ze poëtische namen. Mount Pleasant Rise. Fear-Ringdon Descent. Col de Molesworth. Mûr de Beckenham. Kentucky Fried Chicken Climb. Mind That Bus. ¼ Mile at a Time. Bus Stop to Bus Stop. Phil’s Sprint. Een gemiddelde etappe heeft een ranglijst van zo’n zesduizend ‘renners’. Het kan hard gaan. De nummer één bij de afdeling in Greenwich Park heeft zeventig kilometer per uur gehaald.

Het zegt van alles over de Londenaren: gevoel voor humor, een enorme competitiedrang en flirten met gevaar. Er zijn erecodes. Wie door rood rijdt, loopt de kans op een corrigerende opmerking van een collega-fietser. ‘Je geeft ons een slechte naam’, klinkt het dan. Opvallend is dat deze racers relatief weinig bij ongelukken zijn betrokken. Die betreffen vooral vrouwen in de dode hoek van vrachtwagens. Sommige rappe forensen vrezen de komst van fietspaden omdat ze daar dan verplicht op moeten rijden, achter trage toeristen op hun Boris Bikes.

Het is ook verslavend. Ik ga zelf steeds sneller rijden en elk stukje fietsen eindigt met een blik op Strava, maar in mijn geval breek ik alleen persoonlijke records. Tussen alle deelnemers zit ik, op mijn mountainbike, steevast in de virtuele bus, vlak voor ongeduldige dubbeldekkers die als bezemwagen fungeren. Onlangs reed ik echter, zonder het te beseffen, een redelijk snelle tijd door Deptford. Dit segment van de koers bleek een veelzeggende naam te hebben: Why Don’t You Stop at Red Lights??