Britse vleermuizen, Brusselse richtlijnen en een schuur

Londen – In This Lime-tree Bower my Prison dichtte Samuel Taylor Coleridge over de invallende duisternis en vleermuizen die voorbij schieten. Het is een scène die zijn achter-achter-achter-achter-achterneef Nicholas Coleridge, schrijver en Condé Nast-topman, wel zou aanspreken, ware het niet dat diens liefde voor vleermuizen danig is bekoeld. Dat is niet de schuld van de arme diertjes, zo bleek uit een tragikomisch relaas in The Daily Telegraph.

Bij de boerderij van Coleridge op het platteland van Worcestershire staat een monumentale schuur, gebouwd in de Middeleeuwen en gerenoveerd in Victoriaanse tijden. De 55-jarige publicist deed wat iedere eilandbewoner tegenwoordig doet: er een Do-It-Yourself-project van maken. Er gaat geen televisieavond voorbij zonder klussende Britten. Hij vroeg bij de gemeente een bouwvergunning aan, het startschot van een vier jaar durend – en tienduizend pond kostend – gevecht met de vleermuizenbureaucratie.

Het begon met een anoniem telefoontje van een beunhaas die voor vierhonderd pond de schuur vleermuisvrij wilde maken. Coleridge weigerde, een fout die hem duur zou komen te staan. Hij wist niet dat hij misschien een European Protected Species Mitigation Licence nodig zou hebben. Een Europese richtlijn, door de Britse overheid zoals gewoonlijk fanatiek uitgevoerd. Al snel arriveerde de eerste vleermuizeninspecteur. Op het eerste gezicht leken er geen vleermuizen te zijn. Daarom moest er geavanceerde apparatuur worden geïnstalleerd om gedurende de vier jaargetijden na te gaan of er écht nooit een vleermuis komt. En, jawel, de Bat Echolocation Call Analysis wees uit dat er in de avond van 17 september 2009 een hoefijzerneus binnen was geweest. Dit leidde tot een komen en gaan van vleermuisadviseurs die dikke rapporten opstelden en maar liefst 25 pond per verzonden e-mail in rekening brachten. ‘Brussel’ bleek werk te hebben verschaft aan duizenden ‘bat consultants’, met dure titels.

Uiteindelijk mocht de verbouwing beginnen, op voorwaarde dat er een aparte ruimte voor vleermuizen werd ingericht. Tevens moet Coleridge het vleermuizendossier, 114 pagina’s dik, negen jaar lang bij de hand houden. Immers, gedurende die tijd zullen de vleermuizendeskundigen regelmatig langskomen – 329 pond per bezoek – om te zien hoe de beestjes het maken. Om dit soort bureaucratie te voorkomen huren steeds meer mensen die een oud pand willen herstellen de vleermuisuitroeiers in. Zo sorteert de richtlijn precies het averechtse effect.Patrick van IJzendoorn