Economie

Broddelwerk

Er was een tijd dat reikhalzend werd uitgekeken naar een nieuw advies van de SER. Met adviezen als Bevordering arbeidsparticipatie uit 1999, Kansen geven, kansen nemen uit 2000, Nieuwe risico’s uit 2002 heeft de SER een grote invloed gehad op de aanpassing van de Nederlandse verzorgingsstaat aan postindustriële tijden.

De paarse afkeer van het klassieke corporatisme, culminerend in de afschaffing van de adviesplicht in 1995, deed daar niets aan af. Noch de fortuyneske afschuw van rokerige achterkamertjes. Ook in de 21ste eeuw moest een kabinet van goeden huize komen wilde het een unaniem SER-advies, gevraagd of ongevraagd, naast zich neerleggen.

Van die goudgerande status resteert anno 2013 weinig meer. Niet alleen is het aantal adviezen dat de SER per jaar afscheidt minder dan de helft van de productie uit de jaren negentig. Veel kwalijker is het dat de SER sinds het uitbreken van de Grote Financiële Crisis feilloos is heen geslopen om de grote kwesties van vandaag: het failliet van het gefinancialiseerde kapitalisme, het drama van de mislukte euro, het verrotte verdienmodel van Nederland. In plaats daarvan adviezen over Veilig omgaan met nanodeeltjes op de werkplek, Grenswaarden voor asbest en Alternatieve geschillenbeslechting in de EU. Gepiel in de marge, dus.

Het kwam door een disfunctionele vakbeweging die de grootste crisis van het kapitalisme sinds de jaren dertig niet heeft aangegrepen voor een demonstratie van eigen relevantie maar juist van eigen overbodigheid. In plaats van de arbeider te beschermen tegen de gevaren van het gefinancialiseerde kapitalisme verloor de top van de vakbeweging zich in schaamteloze etalering van kleinzielig egotisme. Zonder vakbeweging geen unanimiteit en zonder unanimiteit geen bestuurlijke invloed. En zo was de SER aan het wegzinken in een mist van wel­verdiende institutionele vergetelheid.

Tot afgelopen vrijdag. Toen was daar ineens Wiebe Draijer met zijn Nederlandse economie in stabieler vaarwater. Dat beloofde een alomvattende analyse van de actuele problemen van de Nederlandse economie. In de woorden van de SER: ‘Wij menen dat een belangrijke verklaring voor de huidige problemen is gelegen in de interactie tussen de reële economie en de financiële sector. In Nederland hebben we (…) last van de negatieve wisselwerkingen tussen de woningmarkt, het bankwezen en het pensioenstelsel. Het verkennen van [deze] wisselwerkingen heeft het karakter van een macroeconomische analyse. Het achterliggende doel is door beter begrip bij te dragen aan vertrouwensherstel en aan het doorbreken van een negatieve spiraal.’ En omdat wij al het CPB en DNB voor dit soort analyses hebben, schept dat verwachtingen. Dus de SER gaat eindelijk de wisselwerking tussen de reële en de financiële economie in kaart brengen en laten zien dat Nederland kreunt en steunt onder de gevolgen van het economische failliet van een door en door gefinancialiseerde economie? Wauw! Niet dus. Niet excessieve private schulden, vastgoedzeepbellen, zombiebanken, loonmatiging, mercantilisme en fiscaal parasitisme (belastingparadijs) en hun onderlinge samenhang zijn het primaire probleem van Nederland, maar overmatige volatiliteit, aldus de SER. Structureel staat Nederland er namelijk uitmuntend voor. Nederland scoort hoog op competitiviteit, welvaart en welzijn. Ook de huizenmarkt is in de basis gezond. Waarvan akte.

Het probleem is slechts dat hoogconjunctuur in Nederland te hoog en laagconjunctuur te laag is. Oorzaak? Afwezigheid van een huurmarkt voor hogere inkomens, te hoge hypotheekschulden, te grote bankbalansen en irreële pensioenbeloftes. En dan volgt het bekende rijtje van woningmarkt- en pensioenhervormingen dat al eerder door CPB, DNB en anderen is voorgesteld.

Kennelijk heeft de SER nog nooit gehoord van het werk van Raghu Rajan of Collin Crouch. Wat de SER prijst als structurele kracht, namelijk de competitiviteit van de Nederlandse exportsector, zien Rajan en Crouch namelijk als voornaamste oorzaak voor de private schuldenexplosie in Spanje, Ierland, de VS, het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Om de negatieve bestedingseffecten van loonmatiging te compenseren werden burgers door banken en overheid verleid tot een gok op de huizenmarkt. Met alle gevolgen van dien: hoge private schulden, opgeblazen bankbalansen, waterhoofdige bouwsector.

En ook het werk van Krugman, Blanchard, De Grauwe of Wolf is bij de SER kennelijk onbekend. Een analyse van de perverse effecten van het lastenverzwaringensbeleid van de Nederlandse overheid ontbreekt ten enenmale. De SER bestaat het om het over afnemende koopkracht te hebben zonder daarbij de bijna vijftig miljard euro aan ombuigingen van Rutte 1, anderhalf en 2 te noemen. Was blijkbaar politiek te gevoelig.

Een betere proeve van eigen overbodigheid dan dit armzalige broddelwerk had de SER niet kunnen afleveren.