Broederliefde

MIKAEL ENGSTRÖM
OP HET RANDJE
Vertaald door Bernadette Custers
Van Goor, 271 blz., € 15,95

‘Een boek is alleen iets zolang je het leest. Een boek is iets wat in je hoofd gebeurt. (…) Daarna is er alleen maar papier’: goed genoeg als brandstof voor een kachelvuur, vertelt Lena haar twaalfjarige neefje Mik. Waarna ze de daad bij het woord voegt. Immers, ‘veel boeken zijn hetzelfde. Een beetje moord, een beetje liefde en zo. En er zijn natuurlijk een hoop shitboeken.’ Mik reageert verbaasd. Toch zal hij iets in Lena’s woorden herkennen. Juist hij heeft een verhaal in zijn hoofd zonder het boek tastbaar met zich mee te dragen: De gebroeders Leeuwenhart van Astrid Lindgren. Want zoals Lindgrens Kruimel verlangt Mik regelmatig naar vereniging met zijn oudere broer en het verlossende Nangijala (Lindgrens ‘kinderhiernamaals’).
Knap, zoals de Zweed Mikael Engström in Op het randje Miks zielverterende verlangen van zichzelf weg te vluchten, verbeeldt en verwoordt. En invoelbaar wanneer je weet dat Mik en broer Tony moederloos, maar met een drankzuchtige vader moeten zien te overleven in Solna, een van Stockholms naargeestige voorsteden. Overigens speelt het verhaal zich daar maar gedeeltelijk af. Wanneer de situatie definitief uit de hand loopt, grijpt de kinderbescherming in. Mik verhuist naar zijn tante in Storselet, in Zwedens hoge noorden. Daar vindt hij vrienden, avontuur en een thuis. Daar ontdekt hij de poëzie van het platteland: hij ziet de ‘magische groene en gele gordijnen’ van het noorderlicht. Hij voelt (tijdens het ijsvissen) de levensgevaarlijke aantrekkingskracht van het inktzwarte diepe windwak: ‘Een sterrenput.’ Nangijala?
Miks kindergeluk is echter van korte duur. Jeugdzorg plaatst hem in ‘een echt gezin, dat behoorlijk functioneert’, maar voor Mik de hel op aarde is. Hij ontsnapt. En wordt vervolgens heen en weer geslingerd tussen Solna, kinderbescherming, pleeggezin en Storselet. Tot hij na een vlucht met vrienden op een riviervlot begrijpt dat vluchten zinloos is, omdat je niet van jezelf kunt weglopen. Een zinderende ontknoping volgt.
Engström, die tweemaal een Zilveren Zoen won, schreef weer een prijzenswaardige (jeugd)roman. Hartverwarmend zijn de levensechte personages. Scherp is de tegenstelling tussen de stad en het platteland. Hard de aanklacht tegen jeugdzorg. En aangrijpend Miks broederliefde. Humorvolle, spannende, bitterzoete en tragische scènes wisselen elkaar treffend af, en daarmee Engströms schrijfstijl, die beurtelings lyrisch, beeldend, meeslepend en realistisch rauw is. Op het randje is goed als vlammenvoer. Het boek zit voor altijd in je hoofd.