Broeders in het kwaad

Frans Kellendonk
De romans
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 403 blz., € 25,-

Henry James
Wat Maisie wist (herdruk)
Bert Bakker, 330 blz., € 19,50

Henry James hebben we links laten liggen in Nederland, tot schade van de Nederlandse romankunst. Deze uitspraak van Frans Kellendonk in zijn essaybundel De veren van de zwaan (1987) is nog steeds waar. Want ondanks de vertaalinspanningen van Kellendonk zelf moest er een film van Jane Campion, The Portrait of a Lady (1997), aan te pas komen om twee (!) Hollandse uitgevers zo ver te krijgen The Portrait of a Lady, die schitterende roman uit 1881 over de ‘onverstoorbare, ondoorgrondelijke, ondoordringbare’ Isabel Archer te laten vertalen. Kellendonk introduceerde begin jaren tachtig The Awkward Age (1899), over het pseudo-onschuldige Britse meisje Nanda Brookenham, maar zijn vertaling van die roman (De moeilijke jaren) kwam al snel in de ramsj terecht. Henry James (1843-1916) werd en wordt hier nauwelijks gelezen. En daarom is ook niet zichtbaar hoe schatplichtig de romancier Frans Kellendonk is geweest aan zijn grootste literaire leermeester. Als Gertrude Stein de moeder is van het Amerikaanse modernisme, dan is Henry James, die verstokte vrijgezel en homoseksueel die nooit uit de kast kwam, de vader.
Naast dertien Stein-boeken had Kellendonk twee meter primaire en secundaire James-literatuur in zijn boekenkast staan, zoals James-kenner Ernst Braches in het Kellendonk-dubbelnummer van De Revisor (1991) nauwgezet inventariseerde. Dat moet terug te lezen zijn.

Uitgekookte ironie of tongue in cheek; het is een stijlmiddel dat menige lezer op het verkeerde been zet en dat tot pijnlijke misverstanden kan leiden bij mensen die recht door zee willen en geen metaforische omwegen of irritant taalbochtenwerk wensen. Schrijven als een vorm van onderzoek naar het nog onbekende, dát wilden James en Kellendonk. En dan bestaan er opeens tientallen dwaalwegen in de taal en honderd doodlopende woordsporen.

Te midden van de Victoriaanse preutsheid was Henry James een virtuoos op het gebied van beeldende taal en betekenisvolle indirectheid, waarachter de losbandigheid woekerde. De ironie van de subtiele ontmaskeraar James, onder meer in The Awkward Age, is de versluiering van het geheim dat de adolescente Nanda Brookenham heeft gezien: zij wéét, zij is op de hoogte, zij heeft alles gezien en gehoord, zij kent alle erotische intriges, het overspel en ander samenspannend gedonderjaag in haar naaste omgeving, en zij weet dat haar moeder aast op dezelfde man als zij. Hoe niet besmet te raken? Ook zij maakt van haar hart een moordkuil. Zelfs de intelligente en belezen Nanda blijkt door het eindeloze samenzweerderige gepraat om haar heen gekooid te zijn, zoals zoveel vrouwelijke James-personages. Hoe behandelen moeders hun kinderen, volgens The Awkward Age? Zij schipperen, ritselen en rotzooien wat, hun zogenaamde opvoeding blijft ‘broddelwerk’. We zijn niet allemaal evenwichtskunstenaars, verzucht Nanda’s egocentrische moeder: ‘De meeste mensen staan tot over hun knieën in de modder.’ Kinderen zijn ‘verschrikkelijke onoplosbare raadseltjes’ in een volwassen wereld vol cynisme en kilheid en zonder warme menselijkheid. Vriendschap en liefde in een drukke omgeving, zegt de gewetenloze jongeman op wie Nanda hopeloos verliefd is, komen hopeloos in het gedrang. Wat overblijft is berekenend gedrag. Alleen Nanda weet nog een warm menselijk plekje in zichzelf te bewaren. In De veren van de zwaan afficheert Kellendonk The Awkward Age als een studie in hypocrisie. De ogenschijnlijk openhartige en intieme dialogen in James’ roman verhullen het ‘gemis aan simpele menselijke goedheid, aan het vermogen tot liefde’.

Liefde blijkt het zuivere woord en het zuivere gevoel waarnaar bijna alle personages van James én Kellendonk op zoek zijn. Misschien moeten we de romans van taalbewuste schrijvers als James en Kellendonk nu lezen als bewust theatrale uitingen van die hopeloze zoektocht naar ‘het leven achter de coulissen’. En dat in een corrupte wereld, een pseudo-samenleving die het moet doen zonder sociale of religieuze gemeenschapszin. Nergens is cohesie, nergens is nog duidelijkheid, geen speler kent zijn rol nog. Daarom speelt Nanda in The Awkward Age een geveinsde onschuld, door Marguerite Yourcenar in haar essaybundel Als pelgrim en als vreemdeling het Maisie-thema genoemd, naar James’ roman What Maisie Knew.

Kellendonks belangrijkste roman Mystiek lichaam heeft een sterk jamesiaanse inslag. Beide schrijvers hebben dezelfde theatrale obsessie met ‘het kwaad’ en fixeren zich op engelen die in afgronden vallen. Overal zijn kooien, cellen en gevangenissen waar hun personages in vastlopen: de taal, thuis (Doornenhof in Mystiek lichaam), de kunst, Amerika, de losgeslagen samenleving. Als een roman een weefsel van metaforen is, dan zijn de romanbeelden van James en Kellendonk van ironie doordesemd. Ironie definieert Kellendonk niet als gespeelde onwetendheid maar als oprecht veinzen. Want wie onwetendheid speelt, meent overal en altijd de werkelijkheid te kunnen doorgronden. Kellendonk wil ruimte laten voor het mysterie, voor de spoken die we niet zien. Dat is wat James ‘the figure in the carpet’ of ‘the real thing’ noemt: de essentie, de echte maar onzichtbare patronen in de onkenbare werkelijkheid.

Literatuur is woordkunst en geen leven. Kellendonk ziet in de verteller van The Awkward Age – in wezen een praattoneelstuk in tien bedrijven vol duizelingwekkende dialogen – een scherpzinnige waarnemer die op een theaterstoel zit en de bewegingen en dialogen van zijn spelers scherp registreert.

Als de pavloviaanse Hollandse recensenten van 1986 Mystiek lichaam hadden gelezen als theatraal proza en als een ironisch netwerk van metaforen (in plaats daarvan fixeerden ze zich helaas op expres losgeweekte provocerende zinnetjes over joden of flikkers) was Kellendonk veel leed bespaard gebleven. Deze boze familieroman over vadervrek Gijselhart, zwangere dochter Prul en hiv-besmette Broer is een speels-bloedernstig onderzoek naar verloren gemeenschapszin, naar naastenliefde en authenticiteit in een wereld waar geld als nieuwe religie alles en iedereen misvormt en uit elkaar drijft. Actueel? Ja! Alle toneelspelers in Mystiek lichaam doen aan over-acting en laven zich aan hyperbolen. Men scheldt scherper dan Theo van Gogh ooit gedaan heeft. (Nee, zoekt u die scheldzinnen zelf maar op.) Taal en beeldenrijke bijbel blijken twee handen op een buik.

Gijselhart en dochter Magda (Prul) ‘zagen eruit, zo getweeën, als een paar overgebleven bijfiguren in een blijspel, die van de gewetenloze schrijver ook zo nodig nog lang en gelukkig moeten leven’. Proef de ironie. Dit is geen ordinair realisme, dit is theater. De homoseksuele zoon Leendert, allegorisch Broer genoemd, leeft van de kunst, van het kunstmatige. Hij is een gevallen engel ‘prepared for touchdown’ (bereid tot boetedoening na terugkeer op Moeder Aarde). De hybris van de in New York zetelende kunstcriticus komt voor de val. Kellendonk omschrijft Manhattan ver vóór 9/11 heel jamesiaans als een ‘kathedraal zonder dak’ en een ‘steenrots van de hoogmoed’. James definieerde Manhattan in zijn reisboek The American Scene even beeldend, vilein en visionair. In het nawoord van zijn James-vertaling Transatlantische vertellingen citeert Kellendonk niet zomaar een soortgelijk beeld: wolkenkrabbers zijn voor James ‘de meest vlijmende noten in het concert van het geldverslindend voorlopige’. Die hoge gebouwen zijn gebouwd om snel weer te worden afgebroken. Kellendonk: ‘Hun vervangbaarheid is hun essentie en de Amerikaanse houding ten aanzien van het materiële, winstbejag als hoogste deugd, tast op den duur ook levende, onvervangbare organismen aan…’

In dat wankele architectonische theater valt de opportunistische geldwolfcriticus Leendert van zijn kunstmatige voetstuk: crisis op het geld- en gezondheidsfront. Als flikker zou hij zijn losgekomen van Moeder Aarde en buiten het huwelijk staan: een verbond tussen hemel en aarde, tussen God en de mensen. Homo’s zouden slechts het gezinsleven imiteren en uit doodsangst overdrijven. ‘We blijven liever het theater van de levensvervullende geilheid spelen. En de hetero’s geloven ons.’ Deze gechargeerde, theatrale visie krijgt een tragikomische wending wanneer de joodse arts Bruno Pechman (vader van Magda’s kind Victor) op het toneel verschijnt. Zo vader zo zoon. Zowel Leendert als A.W. Gijselhart is een zielige versleten man die om genegenheid en liefde bedelt. Met een ongeladen geweer stapt Leendert jaloers op vader Pechman af. Het is grotesk vertoon. ‘Magda wist dat hij theater speelde.’

Mystiek lichaam, met de relativerende ondertitel een geschiedenis, is een grotesk spookverhaal waarin de drie Gijselhart-personages niet zozeer elkaars tegenpolen zijn maar in elkaar lijken te vloeien tot een modern-bijbelse familie, een ongelovig gezin dat nog wel weet wat geloven is. In de vadergevangenis Doornenhof – paradijs en hel – is het zowel oorlog als vrede. De Geschiedenis gaat als een beest tekeer in Mystiek lichaam, in woord en daad. De twee slotwoorden vormen niet alleen een treffend beeld, ‘onsterfelijke dood’, maar laten ook ruimte voor hoop. Doornenhof is Kellendonks originele variant op Henry James’ gesloten huizen, kooien en cellen waaruit zijn personages slechts zelden ontsnappen. Maar in de huizen van James – lees The Awkward Age of The Portrait of a Lady – zitten vele vensters waardoor de kijkers steelse blikken naar binnen kunnen werpen op wat de spelers in de vele kamers uitvoeren, bekokstoven en beramen. Wat je door die verschillende kijkgaten, dat wil zeggen de wisselende perspectieven, ziet hangt af van de waarnemer. De een ziet weinig, de ander ontgaat bijna niets. Die ‘doorboorde openingen’ noemde Henry James de literaire vorm. Zonder toeschouwers/lezers stellen al die openingen niets voor. Voor Kellendonk-lezers zit er niets anders op dan ook de James-vertalingen van Kellendonk te gaan lezen en een biografie of wat, bijvoorbeeld die van S.M. Novick: The Young Master. Daarin staat dat er volgens James twee soorten geschiedenissen bestaan: ‘Officiële geschiedenis, allemaal leugens, de geschiedenis die op school wordt onderwezen. (…) Dan is er ook nog geheime geschiedenis, die uitlegt hoe de dingen werkelijk gegaan zijn. (…) Heeft u de middelen bestudeerd waarmee de Medici-familie, vroeger eenvoudige kooplieden, groothertogen van Toscane werden? (…) Beschouw mannen, en vooral vrouwen, als louter gereedschap…’

Het is duidelijk op welke geschiedenis, op welke verborgen ‘kennis’ zich de romans van James en Kellendonk richten. Hoe mens onder de mensen te worden, hoe het leven met anderen te delen? Door alle ondoorgrondelijke ‘wisselwerkingen tussen de verschillende subjectiviteiten’ (Kellendonk over James) te beschrijven.

GRAA BOOMSMA

Op dinsdag 17 oktober om 20.00 uur wordt

een avond aan Frans Kellendonk gewijd, met medewerking van onder anderen A.F.Th. van der Heijden, Bas Heijne en Oek de Jong. Plaats:

De Balie, Amsterdam