Broederschap

Na korte schaamte over mijn arbeidersafkomst heb ik met hetzelfde gegeven wat afgekoketteerd. Overgaan zal die merkwaardige mix van hoogmoed en minderwaardigheidsgevoel wel nooit, maar tegenwoordig geneer ik me wanneer ik mezelf weer eens betrap. Gene die voortkomt uit de onhoudbaarheid van het ‘waarde’ toekennen aan iets dat op geen enkele verdienste berust (zwart, wit, man, vrouw, homo, hetero); maar ook uit het feit dat die trots typerend is voor wie juist niet meer behoort tot de oorspronkelijke groep - arbeiderstrots ligt tegenwoordig hooguit in vakmanschap en niet in het besef deel uit te maken van de niet-uitbuitende klasse die het recht voor eeuwig zal doen zegevieren.

Voorgoed had me de mond gesnoerd moeten worden toen ik bevriend raakte met een collega. Afkomstig uit een Marokkaans-Berbers bergdorp, als jochie met groter broertje naar de stad getrokken, met honger naar school, ambtenaar geworden (de eerste maanden geen salaris, door welke methode het schuifsysteem in stand wordt gehouden), naar Nederland gekomen en daar economie gestudeerd - dat is andere koek dan mijn Mokumse verzorgingsstaatcarriere. Aan die vriend moest ik denken toen ik onlangs op de Amsterdamse kabel in een lang interview viel dat een jonge Marokkaan had met een middelbare landgenoot. Kennelijk ook voor mij bedoeld, want hoewel ze goed Nederlands spraken was duidelijk dat Arabisch hen vlotter af zou gaan. Aanleiding was een boek dat de oudere man had geschreven. Als kind uit een groot, arm gezin was hij aan een kinderloze tante gegeven. Ook hij had gevochten voor een opleiding, het tot ambtenaar gebracht en de horizon verder gezocht. Zijn moeizame migratie liep in etappes: Frankrijk, Belgie, Nederland. Hier was hij actief geworden in het Kman, zoals bekend niet bevriend met koning Hassan, maar hij was afgeknapt op een structuur die al even autoritair was als die van de Amicales en het systeem waar die voor stonden. Toen werd hij ernstig ziek en enige jaren werd hij verzorgd door wisselende gastgezinnen.
Mij brak het zweet uit bij de symptoomomschrijving van zijn voor artsen onverklaarbare en dus louter psychisch geduide ziekte: ik ken de symptomen van te dichtbij om niet te vermoeden dat het ging om ME, de wetenschappelijk ongelukkige, maar nu eenmaal bekend geraakte benaming voor het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Nu was hij enigszins hersteld en omdat hij, na lange weerzin om Nederlands te leren, had beseft dat ‘taal de sleutel is tot een maatschappij’, wilde hij zijn landgenoten aansporen hun lot meer in eigen hand te nemen, mede door taalbeheersing. Een genuanceerd, indrukwekkend levensverhaal dat me deed sympathiseren. Ook wilde hij landgenoten wijzen op grote culturele verschillen. Licht verontwaardigd koos hij prostitutie als voorbeeld. In Marokko drink je met zo'n meisje thee, zij vervult je wensen en jij bepaalt of je haar geld geeft en hoeveel. Kom daar hier eens om: grote bek, prijs vooraf bepaald en je krijgt niet eens waar voor je geld. In de snelweg naar interculturele broederschap bleken plots hoge verkeersdrempels te zitten.