Gelooft Europa zelf nog in haar eigen anti-smokkeloffensief?

Broedertwist op de Middellandse Zee

Een jaar geleden werd met veel bombarie een belangrijke mensensmokkelaar opgepakt. Hij werd het enige maar dankbare voorbeeld van effectief EU-anti-smokkelbeleid. Maar inmiddels wijst alles erop dat de verkeerde man vastzit.

Medium nn11511721goed
Libië, 4 april, Mohamed Moseray uit Freetown, Liberia, vertelt hoe hij een scheepsramp overleefde met een rubberboot. Nu zit hij in de migrantengevangenis in Zawiyah © Moises Saman / Magnum / HH

Geboeid, met gebogen hoofd en een vuil rood poloshirt wordt een duidelijk bedremmelde Eritreeër uit een vliegtuig geloodst door streng kijkende Italiaanse politiemannen. Als het geen mensensmokkelaar was geweest met honderden doden op zijn naam had je medelijden gehad. Maar het tegenovergestelde is waar: mensen zijn blij. Medhanie Yhdego Mered is opgepakt. Volgens een Britse inlichtingendienst ‘een van de meest gezochte mensensmokkelaars ter wereld’. Wereldwijd brengen prominente media het nieuws op de voorpagina en laten niet na om te beschrijven hoe de ‘smokkelgeneraal’ een ‘miljardenimperium’ opbouwde, een tank bezat en zich graag ‘de nieuwe Kadhafi’ noemde.

De arrestatie vond een jaar geleden plaats en was niet alleen een opsteker voor mensen die een crimineel het liefst achter de tralies zien verdwijnen, het was tevens de kroon op de veel bekritiseerde EU-aanpak om mensensmokkelaars en hun businessmodellen aan te pakken. Onder de naam Operatie Sophia wordt sinds juni 2015 de Middellandse Zee bevaren en worden inlichtingen verzameld om profiteurs van migranten op te sporen en vast te zetten.

In Hilversum woont zo’n migrant. Felgekleurde Maria-afbeeldingen en andere plastic versiersels uit de Eritrees-orthodoxe kerk bekleden de muren van zijn kleine gezinswoning. Het naambordje vermeldt nog altijd een Nederlandse achternaam, maar achter de voordeur leeft al bijna twee jaar een vluchtelingengezin. Trots laat een jong meisje vanaf de bank horen hoe goed ze al Nederlands spreekt: ‘Hallo!, Doei!, Dank je wel!’ Waarna ze hard lachend de kamer door rent. Haar kinderlijke enthousiasme contrasteert met het gelaat van haar vader. ‘Ik ben hier nu, wil de taal leren en aan mijn toekomst werken’, zegt Merhawi op rustige toon en met zware ogen aan de eettafel. ‘Wat mijn broer heeft gedaan… het achtervolgt mij. Maar daar heb ik niets mee te maken.’

Het leven van een familie op de vlucht kan raar lopen. De gebroeders Medhanie en Mer hawi Mered deserteren in 2005 en 2011 allebei uit het strenge Eritrese leger, het instituut waar landgenoten onder dwang soms meer dan tien jaar lang slavenarbeid verrichten en waar mishandeling aan de orde van de dag is. Velen ontvluchten dat regime en zoeken hun heil in omringende landen. Zo ook de twee broers. Los van elkaar verlaten ze hun land en verliezen elkaar uit het oog. Ze zien elkaar voor het laatst nog even in de Soedanese hoofdstad Khartoem, in 2012. Tijdens dat weerzien vermoedt Merhawi al dat zijn jongere broer zich bezighoudt met schimmige zaken. ‘Ik heb hem toen gezegd dat hij moest stoppen. Dat het te gevaarlijk was. Twee zussen van mij hebben hem ook geprobeerd te overtuigen. Ik ben uiteindelijk vertrokken, hij is doorgegaan.’

Merhawi wil niet in Soedan blijven, hij vreest voor de Eritrese veiligheidsdiensten. Om echt veilig te zijn zal hij naar Europa moeten, zo denkt hij, waar precies maakt hem niet uit. Met smokkelaars reist hij af naar Libië en belandt daar in een ‘smokkelboerderij’. Het zijn dit soort plekken waar volgens onderzoekers de scheidslijn tussen mensensmokkel en mensenhandel gevaarlijk dun is. Wie geen geld heeft verwordt van klant tot handelswaar en belandt in de prostitutie, slavernij of ondergaat een gedwongen orgaantransplantatie. Samen met honderden anderen wacht Merhawi in de boerderij op zijn oversteek naar Fort Europa. Smokkelaars paraderen er opzichtig met kalasjnikovs en migranten die niet meer kunnen betalen worden ‘geslagen met stalen voorwerpen’. De redding voor Merhawi blijkt zijn achtergebleven familie, die op afstand snel geld overmaakt, zodat hij door mag reizen naar de kust. Daar klimt de Eritreeër met ongeveer 250 anderen op een boot en zet koers richting Italië.

Een half jaar eerder, op 3 oktober 2013, zinkt voor de kust van Lampedusa eenzelfde soort boot als waar Merhawi ooit de Italiaanse kust mee bereikte. Na lange tijd dobberen vanwege een kapotte motor besluit de kapitein een doek in brand te steken om de kustwacht te alarmeren. Een desastreuze beslissing: in de paniek die ontstaat worden mensen vertrapt, verbrand of springen overboord en verdrinken; 366 mensen sterven en tientallen verdwijnen. De wereld rilt van woede en verontwaardiging, tot de paus aan toe.

Die woede wordt heviger wanneer anderhalf jaar later uit afgetapte telefoongesprekken blijkt dat de smokkelbaas achter deze dodentocht allerminst rouwt om ongelukken op zee. ‘Een paar dagen geleden is er weer een boot vertrokken. Ik weet niet wat er is gebeurd, waarschijnlijk zijn ze dood’, zegt de smokkelaar lachend. De man aan de andere kant van de lijn is onverschillig: ‘Ze zeggen dat ik te veel mensen aan boord laat. Maar zij zijn degenen die met veel haast willen vertrekken.’ In het telefoongesprek pochen de smokkelbazen over hoe goed de zaken gaan. ‘Ik heb zes- tot achtduizend mensen gesmokkeld. Ik word de nieuwe Kadhafi.’

Die laatste stem is van Medhanie Yhdego Mered, de broer van de nu in Hilversum wonende Merhawi. Waar de ene broer op een gammele boot klom, is de andere broer uitgegroeid tot een belangrijke facilitator van zulke gevaarlijke overtochten. ‘Ik was altijd degene die wilde doorleren en van boeken hield, hij had dat veel minder. Mijn broer is altijd avontuurlijker geweest dan ik.’ Dat juist de telefoongesprekken van Medhanie Mered zijn afgetapt heeft alles te maken met het fatale ongeluk bij Lampedusa, dat het startsein vormde om mensensmokkel aan te pakken.

Aanvankelijk doet Italië dat alleen. Rechercheurs verenigen zich in speciale taskforces die smokkelaars opsporen en gelijktijdig starten er dure missies om mensen op zee te redden. De Europese Unie houdt zich in eerste instantie afzijdig en verschuift pas vanaf 2014 de focus van het redden van mensen steeds nadrukkelijker naar het bewaken van grenzen en het frustreren en arresteren van smokkelaars. Ngo’s nemen ondertussen een groot deel van het reddingswerk over.

‘Het is belangrijk je te realiseren tegen welke achtergrond hiervoor is gekozen’, zegt Floor El Kamouni-Janssen, migratie- en Libië-onderzoeker bij het Clingendael Instituut. ‘De Italianen werd verweten met hun reddingswerk een aanzuigende werking te creëren. Een gezamenlijk project moest dus nadrukkelijk over een andere boeg gaan: met de belofte dat je smokkelaars gaat aanpakken krijg je iedereen mee.’ Die belofte wordt de militaire missie EU Navfor Med, een naam die al snel wordt verruild voor het meer lieflijk klinkende Operatie Sophia, vernoemd naar een Somalisch meisje dat in de zomer van 2015 werd geboren op een van de oorlogsboten.

‘Het redden van mensen behoort niet meer tot ons mandaat’, zegt een Italiaanse kapitein van Operatie Sophia onomwonden over de telefoon. Al komt er van die harde opstelling in de praktijk weinig terecht. Het maritiem zeerecht staat weliswaar toe dat schepen die zonder vlag varen benaderd en onderzocht worden – het juridische luikje waardoor ook piraterij voor de kust van Somalië kan worden aangepakt. Maar het zeerecht schept ook verplichtingen. Een boot in nood moet geholpen worden, waarmee de militaire schepen van de lidstaten alsnog reddingsoperaties uitvoeren. ‘Het is een morele plicht’, zegt ook de Italiaanse kapitein. ‘Dus hebben we sinds de start van Operatie Sophia 39.818 mensen gered.’

De man die is opgepakt is de verkeerde. Een vluchteling met dezelfde voornaam, een voormalige melkverkoper

Resultaten van wat er terechtkomt van het werkelijke mandaat, smokkelaars aanpakken, worden vaak en trots aangehaald: 117 smokkelverdachten zijn gearresteerd en 482 boten onbruikbaar gemaakt. ‘Operatie Sophia is zeer efficiënt. Het zijn mooie cijfers en de waarde van deze missie wordt erkend door de lidstaten, zij verlengen steeds opnieuw weer het mandaat’, zegt een hooggeplaatste EU-ambtenaar telefonisch. Wie kijkt naar de betekenis van die cijfers stuit op een hoop nuance. Uit veel rapporten en verslagen blijkt dat gearresteerden veelal kleine tussenpersonen zijn, volgens Amnesty International niet zelden mensen die zelf op de vlucht zijn en door geldgebrek de bestuurders van de krakkemikkige boten worden. Dan ben je misschien wel betrokken bij smokkel, maar in de praktijk een niets betekenend radertje ver onder aan de ladder van een veel groter netwerk.

Voor een invloedrijke Britse senaatscommissie was dit een van de redenen om de missie deze zomer fel te bekritiseren. In haar rapport Operation Sophia: A Failed Mission schrijven de senatoren: ‘Operatie Sophia heeft gefaald in het vervullen van haar mandaat – het frustreren van de businessmodellen van mensensmokkelaars. Het zou om die reden niet moeten worden vernieuwd.’ Wel schrijven ze dat het onbedoelde humanitaire aspect van de missie succesvol is: ‘Het is essentieel dat de EU doorgaat met reddingsoperaties, maar wel met veel bruikbaardere, niet-militaire schepen.’ Vele denktanks, ngo’s en de Britse senaatscommissie zijn het eens: laat de fregatten thuis en kom met reddingsboten, zoals de Italianen ooit deden. De grote smokkelvissen zitten toch niet op het water maar op land. Zoals Vincent Cochetel, VN-gezant voor de Libië-route, zei op een persconferentie begin juli: ‘Je houdt smokkelaars niet tegen met militaire schepen op zee.’

Of toch wel? ‘Ten minste één significante arrestatie heeft plaatsgevonden’, zo verdedigde de Britse migratiegezant Edward Hobart de EU-missie tegenover de kritische senatoren. Operatie Sophia besteedt veel aandacht aan het verzamelen van inlichtingen op land en dat heeft geleid tot de arrestatie van een Eritrese mensensmokkelaar. ‘We geloven dat we ten minste één leider hebben.’ Veel meer wil Hobart er tijdens de zitting niet over zeggen, de zaak is nog onder de rechter in Italië. Ook persofficieren van Sophia en het kantoor van EU-buitenlandvertegenwoordiger Federica Mogherini willen niet uitweiden over de belangrijke arrestatie. Maar uit verschillende officiële documenten en uitingen blijkt dat het gaat om de arrestatie van Medhanie Yhdego Mered. De data van zijn arrestatie komen overeen en na aandringen bevestigt uiteindelijk een Italiaanse openbaar aanklager, Calogero Ferrara, dat die ene arrestatie inderdaad gaat om de broer van Merhawi.

Het is een gebeurtenis die een jaar geleden wereldwijd opzien baarde. Zo boos als de wereld was toen er een boot zonk voor de kust van Lampedusa, zo verheugd was ze nu er eindelijk een dader was gevonden. ‘Smokkel-kingpin met honderden doden op zijn geweten gearresteerd’ en ‘Smokkel-mastermind opgepakt’ koppen serieuze media wereldwijd in juni vorig jaar. Sensationele teksten over de ‘miljardenorganisatie’ vullen de analyses en achtergrondverhalen. De beelden van een Eritrese man die geboeid een vliegtuig uit wordt geloodst, worden gretig overgenomen en gepubliceerd. Beelden die de Italiaanse autoriteiten zelf actief verspreiden.

In de Hilversumse huiskamer speelt op een imposante televisie inmiddels een wielerwedstrijd, Merhawi’s dochtertje is rustig geworden en kijkt er ingespannen naar. Haar vader werpt een blik op de foto’s van de arrestatie van zijn broer, haalt zijn schouders op en zegt dan zonder twijfel: ‘Dit is mijn broer helemaal niet.’

Hij is niet de enige die dat zegt. In het mediacircus dat zich ontspint rond de arrestatie gaan journalisten op zoek naar mensen die de smokkelaar kennen. Massaal bellen ze naar Meron Estefanos, de Eritrees-Zweedse mensenrechtenactivist achter het populaire radioprogramma Voices of Eritrean Refugees, waar migranten op kunnen inbellen. Ze geven tips over de ontberingen tijdens hun reis en delen verhalen over gevangenschap. Smokkelaars bellen soms gepikeerd in om zich te verdedigen. Zo ook Medhanie Mered. In 2015 hangt hij aan de lijn om zich te verweren tegen aantijgingen dat zijn mannen vluchtelingenvrouwen zouden verkrachten. ‘Ik was blij dat hij belde’, herinnert Estefanos zich. ‘Ik had hem al sinds 2010 op mijn radar omdat hij toen al betrokken was bij het mishandelen van migranten.’

Estefanos lag op de vroege ochtend van 8 juni 2016 nog in bed toen ze hoorde over Mereds arrestatie. Enthousiast zoekt ze op haar telefoon naar nieuwsberichten en vindt al snel de door Italië verspreide beelden, die geenszins lijken op de beelden die zij heeft van de smokkelbaas. De journalisten die bellen laat ze wachten, ze beantwoordt eerst de telefoontjes van migranten die ook massaal aan de lijn hangen. ‘Zij vertelden mij stuk voor stuk dat de man die was opgepakt niet leek op de man die zij kenden. En bedenk je wel: veel van deze mensen hebben een verschrikkelijke reis achter de rug en zouden niets liever zien dan Medhanie Mered achter tralies.’

Small anp 46051934
Mensensmokkelaar Medhanie Yhdego Mered loopt nog steeds vrij rond © NATIONAL CRIME AGENCY / EPA / ANP

Na een uur weet Estefanos het zeker: de man die is opgepakt is de verkeerde. Een vluchteling met dezelfde voornaam, Medhanie Tesfamariam Berhe, is door Soedan uitgeleverd in plaats van Medhanie Yhdego Mered. Saillant is dat Berhe waarschijnlijk niet eens een smokkelaar is, maar een voormalige melkverkoper die als migrant onderweg was naar Europa. Estefanos deelt haar vermoedens met een aantal journalisten, maar veel redacties krijgen het verhaal niet rond of durven niet te publiceren.

Het is uiteindelijk de migratiecorrespondent van The Guardian die hapt en samen met de Italiaanse onderzoeksjournalist Lorenzo Tondo verder graaft. ‘We hebben heel veel mensen gesproken die Medhanie Mered kenden, maar hem niet herkenden in de arrestatiefoto’s. Voor ons was het al snel duidelijk dat de verkeerde man was gearresteerd.’ Niet alleen publiceren de journalisten hun bevindingen, ze delen die bewijzen ook met de rechtbank. Tondo kent het Italiaanse justitiële systeem op zijn duimpje en weet dat het enkele weken kan duren voor Berhe wordt vrijgelaten. ‘Alles werkt traag hier, dus ik hield rekening met een paar weken, maar ik wist zeker dat hij vrij zou komen na onze onthullingen.’

Dat gebeurde niet. Al vijftien maanden zit Medhanie Berhe nu in voorarrest terwijl het bewijs van zijn onschuld zich opstapelt. De broer van de echte smokkelaar herkent net als vele anderen zijn broer niet in arrestatiefoto’s. Vier maanden geleden bevestigt de vrouw van de echte smokkelaar aan Tondo dat haar man niet is opgepakt maar iemand anders. De advocaat van Berhe heeft bij de Eritrese overheid met succes persoonsgegevens opgevraagd en zelfs Facebook heeft data aangeleverd die de man die nu vastzit vrijpleiten. Enkele Italiaanse openbaar aanklagers uit Rome lijken inmiddels ook overtuigd en beschrijven eind 2016 in 23 pagina’s hoe ze geloven in de onschuld van de man die nu vastzit. Ook zij wijzen op het opmerkelijke verschil tussen eerdere foto’s van Medhanie Mered en zijn gearresteerde landgenoot. In een privé-bericht afkomstig van de Facebook-account van de echte Mered, dat in handen is van The Guardian, schrijft de echte smokkelbaas over de arrestatie van zijn naamgenoot: ‘Ze hebben een fout gemaakt met zijn naam – iedereen weet dat hij geen smokkelaar is. Ik hoop dat hij snel op vrije voeten komt.’

‘Smokkelaar zijn is heel normaal in Afrika. Je moet wel. Ik ben hier ook via smokkelaars gekomen. Dat is de enige weg’

In de rechtszaal lijkt van voortgang allerminst sprake. Zittingen beginnen nog steevast met verwarrende momenten waarop de rechter formeel moet vaststellen wie er aanwezig zijn. ‘Ze vragen dan aan mij of ik kan bevestigen dat Medhanie Yhdego Mered aanwezig is’, vertelt de advocaat van Medhanie Berhe telefonisch. ‘Inmiddels antwoord ik dat hij dat feitelijk niet is, maar dat we maar alsof moeten doen als het bevorderlijk is voor de voortgang van zijn proces.’ Publiek is er nauwelijks bij de zittingen. Al komt Fulvio Vassallo altijd, hij is een Italiaanse professor in asielrecht aan de Universiteit van Palermo. En inmiddels volledig overtuigd van de onschuld van de man die steeds als verdachte wordt voorgeleid. Vassallo controleert vanuit de publieksbanken of de rechtsgang eerlijk verloopt voor Amnesty International, en vreest dat met deze zaak een precedent wordt geschapen voor het extreem lang in hechtenis nemen van smokkelverdachten. ‘De autoriteiten hebben hun recht op voorarrest ongelooflijk ver opgerekt.’

De rechtszaak is niet alleen een ongelukkig geval van verwisselde identiteiten, het is ook een politieke blamage. Trotse paragrafen over het arresteren van smokkelaars en het frustreren van businessmodellen missen nu hun dankbare voorbeeld van concreet resultaat. ‘De arrestatie van Mered is verkocht als het succesverhaal van samenwerkende autoriteiten op het gebied van inlichtingen. Dat nu de verkeerde is opgepakt, het bewijs daarvoor stapelt zich op, is behoorlijk gênant’, zegt Matteo Villa, migratieonderzoeker bij de Italiaanse denktank ispi. De Britse National Crime Agency, een belangrijke intelligencepartner van Sophia, heeft het bericht waarin zij schrijft bijgedragen te hebben aan de arrestatie van ‘een van de meest gezochte mensensmokkelaars, bijgenaamd De Generaal’, inmiddels verwijderd van haar website. Betrokken autoriteiten willen niet reageren op een lopende zaak en kunnen geen voorbeelden noemen van andere ‘significante arrestaties’.

Wat rest is een missie waarbij soldaten het arresteren van migranten en kleine criminelen afwisselen met het redden van mensen; dat laatste kan veel praktischer en effectiever plaatsvinden met geschiktere reddingsboten. ‘Een groot deel van wat de marineschepen doen is uiteindelijk het redden van mensen en ze vervoeren naar “veilige havens”. In plaats van het effectief frustreren van migratiestromen’, mailt Graham Butler, rechtshoogleraar aan de Universiteit van Aarhus, die zich verdiepte in de juridische aspecten van Sophia.

‘Deze missie was van meet af aan een strategische mislukking’, zegt Villa. ‘Er is gekozen voor een kortetermijnoplossing voor een langetermijnprobleem.’ In plaats van doortastend beleid ligt er volgens hem een lappendeken van ferme politieke taal en grote beloftes die niet waargemaakt kunnen worden. ‘Iedereen weet dat je met Sophia geen mensensmokkel oplost. Dat kan alleen aan land gebeuren door je te richten op economische of demografische factoren.’

El Kamouni-Janssen trekt precies dezelfde conclusie: ‘Mensensmokkel is uiteindelijk het product én de producent van instabiliteit. De enige echte oplossing ligt dus bij het creëren van legitieme stabiliteit. Maar Europa heeft inmiddels één doel voor ogen: het dichthouden van haar grenzen.’ Wie goed luisterde naar de State of the Union-speech van Commissie-president Jean-Claude Juncker kon dat terughoren. Daarin werd vooral gehamerd op de terugkeer van mensen naar hun thuisland en hoe met succes de bewaking van buitengrenzen is bewerkstelligd.

Daarbij overschrijdt de EU inmiddels zowel publiekelijk als in het geheim grenzen die tot voor kort onmogelijk leken. Sinds een jaar is een belangrijk speerpunt van Sophia het opleiden van de Libische kustwacht geworden, opdat zij zelf hun kustlijn kunnen bewaken. Politiek gezien een prestatie van jewelste, maar volgens El Kamouni-Janssen wederom ‘ambitieus maar naïef’. In haar Clingendael-rapport Only God Can Stop the Smugglers: Understanding Human Smuggling Networks in Libya, beschrijft de onderzoeker dat in Libië veelal bekend is wie de belangrijke smokkelbazen zijn: ‘Libiërs kennen hun namen en gezichten.’ Maar door hun sleutelpositie in de economie en politiek van het land zijn ze onschendbaar. Er zitten wel mensen vast in het land, maar dat zijn wederom onbelangrijke tussenpersonen. Mensen die volgens El Kamouni-Janssen in veel gevallen graag voor een andere baan zouden kiezen, maar zich gedwongen zien om mee te draaien in een belangrijke maar illegale banenmotor van een verscheurd land.

Merhawi wordt nog altijd geconfronteerd met de keuzes die zijn broer heeft gemaakt. Eritreeërs in Nederland komen bij hem verhaal halen en in de herfst van 2015 kwam de marechaussee op bezoek om hem als getuige te horen in het onderzoek naar zijn broer. ‘Hier in Europa is hij een grote crimineel. Maar je moet wel bedenken: smokkelaar zijn is een heel normaal beroep in Afrika. Je moet wel. Ik ben hier ook via smokkelaars gekomen. Dat is de enige weg die je hebt. Soms zijn de mensen die je helpen goed, soms zijn ze slecht. Ik was natuurlijk ook liever op een andere manier gereisd.’

De pijlen richten op de smokkelindustrie kan juist gevaarlijk zijn, zegt El Kamouni-Janssen. Sterker nog, zo stelt ze, interventie door de internationale gemeenschap wakkert onrust en sektarisch geweld juist aan. Wie de migratie-industrie weghaalt opent een strijd om nieuwe, gevaarlijker routes of andere bronnen van inkomsten. ‘Smokkelnetwerken reageren opportunistisch op interventie, en hebben juist kunnen profiteren van de inmenging.’ Een echte langetermijnoplossing ziet vrijwel niemand. De economie aanpassen of legale alternatieven bieden is lastig in een land dat geregeerd wordt door wapens.

‘Om die reden zijn we in Italië inmiddels verschoven naar het aan onze zijde brengen van milities in plaats van het ontwrichten van hun businessmodellen’, zegt Villa. Vorige maand onthulde De Standaard hoe de Italiaanse geheime dienst deze zomer een deal sloot met een bende die in VN-veiligheidsrapporten wordt beschreven als de belangrijkste schakel in mensensmokkel naar Italië. Deze verkrachtende en moordende bende zou in ruil voor voorlopig vijf miljoen dollar de route nu afsluiten. ‘Dat zie ik nu terug in mijn analyses van smokkelroutes in West-Libië’, zegt El Kamouni-Janssen. ‘Een belangrijk knooppunt wordt plots dichtgehouden, daar moet een financiële prikkel achter zitten.’

Moreel gezien is zo’n strategie misschien verwerpelijk, maar voor een continent dat inmiddels alles op alles zet om zijn grenzen te sluiten leek het even zeer succesvol: zestig dagen lang staken er nauwelijks meer migranten de zee over. Tot vorige week. Tegen de achtergrond van uitgebroken gevechten tussen milities in de Libische havenstad Sabratha stapten opnieuw 2500 migranten in bootjes. Volgens Villa liggen er twee verklaringen voor de hand: ‘Of een van de milities, Dabbashi, laat nog eens zien dat zij de controle heeft over migratiestromen, en eist meer geld. Een andere optie is dat milities die geen deel uitmaken van de geheime deal nu hun plek opeisen en ook geld willen.’ Anarchistische bendes zouden door de geheime deal een belangrijk machtsmiddel in handen hebben gekregen: een migratiekraan die naar believen kan worden open- of dichtgedraaid. Zoals Erdogan inmiddels ook heeft en Kadhafi in het verleden had.

Paradoxaal genoeg is rond hetzelfde moment dat de Italianen hun deal sloten het mandaat van Operatie Sophia unaniem verlengd door de lidstaten. ‘Het belangrijkste framework waarbinnen lidstaten samenwerken in de strijd tegen smokkelaars’, aldus een woordvoerder van EU-buitenlandchef Federica Mogherini. Maar nu die smokkelaars inmiddels meer partners dan tegenstanders zijn geworden, roept het de vraag op hoeveel vertrouwen een frontland als Italië zelf nog heeft in een missie die van meet af aan kansloos leek.

En de melkverkoper Medhanie Berhe? Die wacht na vijftien maanden nog altijd op voortgang in zijn rechtszaak. Een proces dat in een impasse is geraakt omdat gewacht wordt op dna-materiaal dat de moeder van Berhe moet afgeven. Zij is ziek en krijgt maar lastig een uitreisvisum van het Eritrese regime, waardoor het voorlopig nog wel even duurt voor zij in Rome arriveert.

Waar de criminele naamgenoot van Berhe zit lijkt niemand te weten. ‘Wij spreken hem niet meer’, zegt Merhawi in Hilversum. ‘Een deel van de familie is inmiddels in Zweden, ik ben nu hier en sommigen zijn in Soedan of Eritrea. We hebben onderling veel contact, maar waar mijn broer is weet niemand.’ Al jarenlang wil Medhanie Mered eigenlijk naar Europa komen. Zijn vrouw en jonge zoontje wachten op hem in Zweden. Of hij daar ooit zal aankomen valt te betwijfelen, zeker nu de Europese grenzen potdicht zitten. ‘Ik mis hem wel. Natuurlijk doe ik dat, het is mijn broer.’