Broer konijn

Wat is heilig? Ik zou het moeten weten, want ik ben met het geloof opgevoed. Wat werd in mijn jeugd heilig genoemd? De kerk. De sacramenten. De Schrift. De hoofdpersonen uit de Schrift. De helden uit de geschiedenis van de kerk. Ik doe het even uit mijn hoofd.

Wat hebben die dingen gemeen? Dat God er de hand in heeft, dat hij iets bijzonders met die dingen en mensen heeft, dat ze zijn stempel dragen.
En wat hebben ze nog meer gemeen? Dat het de kerk is die heeft gezegd of ze iets met God hebben. Heilig is een soort keurmerk. Wie of wat heilig is, bepaalt de kerk.
Maar wat zijn dan heilige letteren? Geschriften met een kerkelijk keurmerk? Dat is er maar één: de Schrift. Alleen daarvan zegt de kerk dat God er de hand in heeft gehad. Als ghostwriter of zoiets.
Geen slecht boek, hoor, die Heilige Schrift. Maar daar is al zo veel over gezegd. Wat moet ík daar nou nog aan toevoegen?
Nu lees ik net dat ook het verhaal van Broer Konijn heilig is. Broer Konijn, die ken ik nog van vroeger. Mij is nooit verteld dat-ie heilig is.
En toch is-ie dat. Vindt Linda Sexson. En die kan het weten, want die doceert godsdienst aan een Amerikaanse universiteit. Van haar verscheen zojuist het essay Gewoon heilig in het Nederlands (uitgeverij Meinema).
Sexson is een ketter. Zij wil het niet aan de kerk overlaten om uit te maken wat heilig is en wat niet. De kerk overtuigt allang niet meer, vindt ze. We leven in een tijd waarin niets meer heilig is. En dus is alles heilig. Althans, alles kan heilig zijn.
De Ark des Verbonds, de kist waarin de stenen tafelen met de tien geboden zitten, is heilig. Het kistje dat onder het bed staat, met oude rommel en vergeelde foto’s erin, kan ook heilig zijn. En het is dat wanneer het ons uittilt boven onszelf. Wanneer het ons iets van de poëzie laat zien die tussen ons en de dingen bestaat.
Zo ongeveer redeneert Sexson. Die daarmee het onderscheid tussen het sacrale en het profane onderuithaalt, het onderscheid waar de kerk zo aan hecht.
Maar hé, kennen we dat thema niet? Het onderscheid tussen het sacrale en het profane, het hogere en lagere onderuithalen, is dat niet typisch postmodern?
Postmodernen zijn ook gek op heilige kistjes. Zoals het heilige kistje in de beroemde film Belle du jour. Het is een detail in de film, maar er is menige postmoderne beschouwing aan gewijd. Pagina’s lang. Onleesbaar, ondoordringbaar. En allemaal over die ene scène.
Een hoer, gespeeld door Cathérine Deneuve, krijgt van een oosterse klant een geheimzinnig kistje cadeau. Zij kijkt erin en zwijgt. De kijker, die een of ander seksueel geheim vermoedt, wacht met spanning. Maar nooit komt hij te weten wat erin zit. Daar gaat, verzekeren ons de postmoderne beschouwers, een bijzondere poëzie van uit.
Deneuves kistje is het heilige kistje van de postmodernen. De postmodernen zijn de nieuwe gelovigen. Zij zien overal God. En hun beschouwingen zijn je reinste theologie.