Floor Haakman, De inborsteling

Brokken puberaal drijfhout

Floor Haakman

De inborsteling

Querido, 231 blz., € 15,95

Dat een roman niet te lezen is mag nooit een argument zijn om het erbij te laten zitten, zeker niet voor een recensent. En dus neem ik, ondanks de afschrikwekkende titel, voor de zoveelste keer De inborsteling van Floor Haakman ter hand, haar tweede roman. In 2000 debuteerde de inmiddels 31-jarige schrijfster met Oneetbaar brood. Het hoofdpersonage in De inborsteling is de 23-jarige Noëlle. Of eigenlijk zijn er twee hoofdpersonages: behalve Noëlle haar alter-ego, haar innerlijke stem, die zij Inborsteling noemt.

Helemaal in abstracto gaat deze roman, denk ik, over iets heel wezenlijks: in hoeverre je je als individu staande kunt houden tegen de zuigende werking van je omgeving, en dan met name van waar je vandaan komt, oftewel je familie. Haakman suggereert in deze roman dat dit voor meisjes, vrouwen, een extra heikele kwestie is. Inborsteling, de bozige innerlijke stem van Noëlle, heeft het in ieder geval niet zo op de tweede sekse begrepen: «Ze staat voor de spiegel, er is niemand bij haar en nog probeert ze sensueel over te komen: ze beweegt haar heupen zacht alsof ze iemand wil verleiden. Ze plukt aan haar haren, ze maakt haar ogen groot, ze poogt zich elegant te bewegen, ronde vormen te maken, geen harkerige, ze zorgt ervoor dat haar voeten niet dom naar elkaar toe staan of idioot plié. Ze is zich veel te bewust van haar houding. Zelfs als ze helemaal geen houding hoeft te hebben omdat er niemand is om een houding voor te hebben, doet ze nog pogingen om elegant te zijn. Dus ze is eigenlijk een beetje dom. Ze doet mooie kleren aan, soms maakt ze zich zelfs op, terwijl ze helemaal geen plannen heeft om het huis te verlaten. Dat is tijdverspilling. Energieroof. Ze rooft haar energie, die ze had kunnen gebruiken voor studie. Daar sta je, Noëlle: veel uiterlijk vertoon en vanbinnen ledigheid.»

Het probleem, of zo men wil het niet onaar dige, het interessante, het verbluffende, maar uiteindelijk toch vooral het onverteerbare van De inborsteling is dat het hele boek een illustratie bij deze passage is: een gemaniëreerd verslag van het zelfonderzoek van een overbewuste geest, bestaande uit veel innerlijke dialogen. Al vermoed ik een hoge interne urgentie, en, nogmaals, wezenlijke materie, de praktijk van het lezen bestaat vooral uit het kauwen van kauwgum om niet in slaap te vallen.

Niet-door-een-boek-heen-kunnen-komen is, als gezegd, geen optie. Wat niet betekent dat er niet altijd íets moet zijn, een verrassende schrijfstijl, een boeiende verhaallijn, een nieuwsgierig makend personage, waardoor je als lezer als het ware een boek in wordt getrokken. Floor Haakman biedt geen van drieën. Met De inborsteling bevind je je van meet af aan reddeloos verloren in iemands persoonlijke oersoep. Er lijkt wel enige actie, maar voor hetzelfde geld speelt ook die zich af in de geest. Zo heeft Noëlle onder invloed van Inborsteling een film gemaakt, waar haar familie erg van streek door is geraakt. En er is een vriendje, Rik, en een vader, Erik, die misschien ook weer niet de vader is. Rik en Erik. Toeval? Diepere betekenis? Als je het niet weet, ga je overal wat achter zoeken.

Zozeer ben je een drenkeling dat ook dát een motivatie wordt om door te lezen. Ooit moet de kust in zicht komen, nietwaar? Onderweg zijn er kleine stukken drijfhout. «Want leuke ideetjes, dat was één ding, maar je moet ook bewijzen dat je ertoe in staat bent ze vorm te geven.» «Maar hoe doe je dat dan, niet meer nadenken over jezelf, hoe moet dat?» «Ga voor jezelf muurbloemen desnoods, ga als je thuis bent zigeunerinnetje spelen voor de spiegel, ga jezelf verleiden met je mysterieuze innerlijk, maar niet je publiek.» «Ik snapte niets van hun sociale regels, wat normaal was en wat niet.»

In plaats van dat ze houvast bieden, worden ze een toenemende bron van ergernis, deze brokken puberaal drijfhout. Vooral omdat ze telkens naar hetzelfde punt drijven. Haakman lukt het niet mij zo veel interesse voor haar personage op te doen vatten dat ik haar innerlijke strijd tot op de bodem wil volgen. Eigenlijk was die vervelende titel al een slecht voorteken. «De navel van Noëlle» was een betere geweest. Maar dergelijke titels bestaan al, als ik me niet vergis.