Kijken

Brokken steen

De sculpturen van Hans Hovy zitten op een bijzondere manier in elkaar en vereisen een bijzondere manier van kijken.

Hans Hovy, King of Sculpture II, Memories of Kew Gardens, 2017-2019.Albast en roze speksteen, 52,2 x 58 x 37,5 cm; © Peter Cox, Eindhoven / courtesy Galerie Onrust

Voor mij en ook tegenover mij, ongeveer op ooghoogte, daar staat op een witte sokkel een stuk sculptuur van brokken steen, zorgvuldig opgestapeld en in elkaar gepast. Het beeld is niet bijzonder groot. De kleinere onderdelen van de vorm zitten dicht op elkaar. Daarom ben ik geneigd deze sculptuur van Hans Hovy van nabij, op de huid, te bekijken. Doorgaans zijn beelden groter en hoger: we verwachten ze omvangrijk van gestalte. Een klassieke man-op-paard, bijvoorbeeld de Gattamelata van Donatello (1453), bekijken we van een grotere afstand. De uitdrukking daar is aanmatigend en streng. Met veel ruimte eromheen staat het zo op zijn plek in Padua, hoog op een sokkel. We zien een stevige contour die het compacte gewicht van het volume bij elkaar houdt. Zo komt het tot die statige gestalte. Over statua virile sprak men toen.

Hoe intussen de sculptuur van Hans Hovy in elkaar zit, hoe de brokken steen als figuur zijn samengevat, is bijzonder. Het zijn het soort detailleringen waarmee de huid van gesteente vol zit, die ons toeschouwers dwingt er ook in close-up naar te kijken. Het ding is een sierlijk kleinood maar de titel ervan is King of Sculpture II. Toe maar. Ik wilde net schrijven dat het beeld zo wulps is als een bloemstuk en zag toen pas de ondertitel: Memories of Kew Gardens. Zo werd het werk toch nog een mise-en-scène – een assemblage van eigenaardige stukken steen die wonderlijk bewerkt waren. Het beeld kreeg iets van een vertelling ook. Kew Gardens zijn de fameuze botanische tuinen bij Londen. Met deze sculptuur en ook andere die ik gezien heb, is duidelijk hoezeer Hans Hovy in allerlei grilligheden van vorm is geïnteresseerd is. Zo werkt zijn verbeelding. Om het onwaarschijnlijke te zien in de morfologie van planten kun je in Kew Gardens terecht.

In de losse formatie van het beeld is een soort 'schwung' te zien

De sculpturen zijn gemaakt van stugge steen. De blanke steen is albast. Die is hard. De brokken wit met roze is speksteen. Dat is steen waarvan de oppervlakte zachter is. In die soorten steen kan de beeldhouwer hakken, beitelen, krassen, schrapen, schuren, slijpen. De vormen die hij zo losmaakt in het gesteente worden ten slotte gepolijst en gewreven. Dan gaat steen soms zacht glanzen als fluweel. Soms wordt albast zo dun dat er licht in gaat gloeien. Als ik deze verschuivingen in de ook breekbare steen zo zie, met dat chiaroscuro, begin ik me onvermijdelijk de zorgvuldigheid voor te stellen waarmee de beelden gemaakt worden, het passen en meten van stukken die moeten passen om te blijven staan – terwijl het precaire van de verbindingen toch een wezenlijk aspect is van de eigenaardige expressie van het werk. Nu ik het daarover heb, begin ik in de losse formatie van het beeld ook een soort schwung te zien. Een wezenlijke fascinatie, van oudsher al, is dat kunstwerken die niet bewegen toch wonderbaarlijk tot leven komen. Noem het het toverachtige. Dat wordt door de kunstenaar gemaakt, in scène gezet. Zo was Rafaël onovertroffen als regisseur van figuren. Ik laat zijn majestueuze Triomf van Galatea zien in de scherpe gravure van Goltzius. Te midden van haar gezelschap komt de nimf Galatea aanglijden over de zee – staande op een schelp getrokken door dolfijnen. Ze houdt, voorwaarts, de teugels vast en kijkt tegelijkertijd opzij om haar scène te overzien. Zo wordt de slanke figuur van haar lijf een lenige draaibeweging. Door die draaiing lijkt de figuur nog slanker. Haar lange haren en dunne kleren fladderen straf naar achteren. Er is wind op zee. Om haar heen bewegen de andere figuren, alle naakt, met soortgelijk gekronkel en gedraai naar alle richtingen. Je hoeft het verhaal niet eens te kennen om de levendige opwinding ervan te zien.

Nu stel ik me Hans Hovy voor met verschillende brokken materiaal, speksteen en albast, voor zich op zijn werktafel. Hij heeft van alles in zijn hoofd. Waarschijnlijk ook een strategisch plan voor het begin van de sculptuur – de eerste dispositie van volumes. Stukken steen worden op verschillende manieren bij elkaar geschoven en op elkaar gelegd. Dan worden ze weer wat losser gemaakt om te zien hoe een andere dispositie eruit zou zien. De brokken liggen ook niet strak en vast op elkaar maar ietwat scheef. Ze zijn, als de watergestalten bij Rafaël, daardoor wendbaarder. Zo gaat de sculptuur langzaam zijn gang. Linksonder is eerst een helder blok albast komen te liggen. Die zware steen geeft het beeld een stabiele basis. Boven in het blok is een holte. Daarin ligt als in de beschutting van een hand een bolvormige figuur. Geheimzinnig als een omphalos. De bol is uitgehold. Het is een vorm met een geheimzinnig interieur. De witte steen heeft een matte straling. Het beeld, eenmaal op gang, begint levendigheid te vertonen. Waarschijnlijk waren er van krijt ook schetsen voor bepaalde passages in het plastische verloop van het oppervlak. Op en tegen het stevige witte albast, gaat het beeld verder met roze brokken speksteen. In die oneffen vlakken zijn daar, rondom het beeld, in reliëf, verschillende lettervormen geslepen. Bijna incidenteel als ornamenten verschijnen ze. Er staat King of Sculpture geschreven – alsof het Hans Hovy’s zelfportret is van zijn bedachtzame sculptuur.

PS Werken van Hans Hovy zijn te zien bij Galerie Onrust te Amsterdam