Mannenvriendschap in de film

Bromance

Zo makkelijk is mannenvriendschap niet meer. Zeker niet voor Hollywood, dat steeds vaker doorschiet in zelfbewuste ironie of krampachtige homo-erotica. De beste uitzondering op de regel is de kliek van Judd Apatow.

IN ZIJN ROMAN Brideshead Revisited, uit 1945, was Evelyn Waugh uiterst prudent over de precieze aard van de vriendschap tussen Charles Ryder en de aristocratische Sebastian Flyte. In de landerige dagen van het interbellum groeien de twee Oxford-studenten steeds dichter naar elkaar toe, zo zeer dat ze geen ander gezelschap meer zoeken. Hun melancholieke vriendschap is een wereld op zichzelf, die zich onttrekt aan de buitenwereld in de verlaten gangen van het paleis van Sebastians familie.
Slechts één maal becommentarieert een personage de band expliciet, als Charles en Sebastian in Venetië zijn. De minnares van Sebastians vader, de Italiaanse Cara, levert commentaar dat even warm als dodelijk is: ‘I know of these romantic friendships of the English and the German. They are not Latin. I think that they are very good if they don’t last too long.’
De gelauwerde BBC-tv-serie naar het boek speculeerde verder niet over de liefde tussen Charles en Sebastian, en of die de grenzen van het platonische overschreed. Letterkundigen hebben zich er vaker over gebogen, en in recente biografieën van Waugh werd gesteld dat hij de vriendschap van de twee spiegelde aan zijn eigen homoseksuele verhoudingen in zijn tijd als student aan Oxford. Toch was het een veelzeggende keuze van regisseur Julian Jarrold om in zijn anderszins fondante verfilming van Brideshead Revisited, in 2008, een scène toe te voegen waarin Sebastian Charles kust. Sebastian doet het nonchalant, in het bijzijn van zijn zus Julia. Charles reageert stoïcijns, Julia ook. Dat wil niet zeggen dat homoseksualiteit een thema is in de film van Jarrold, helemaal niet, het is eerder dat hij het wil benoemen, om er vanaf te zijn. Het is alsof Jarrold de vriendschap tussen Sebastian en Charles niet aan de verbeelding van de kijker wil overlaten.
De laatste jaren weet Hollywood steeds minder raad met zulke vriendschappen. Mannen hebben het moeilijk, want zo makkelijk is vriendschap niet meer. In de 'gepornoficeerde’ samenleving, waarin homoseksualiteit een grotere sociale zichtbaarheid heeft dan ooit, hebben mannen geleerd uitdrukkingen van affectie voor elkaar te vermijden om niet voor homo versleten te worden. Waar 'buddy movies’ in de jaren tachtig en negentig nog gangbaar waren, heeft dit soort films nu een onherroepelijk ironische lading gekregen. De tijd dat twee mannen, bezweet en met gescheurde shirts, gezamenlijk hun spierballen lieten rollen en misdaad bestreden - denk aan de blockbusters met Schwarzenegger, Stallone, Van Damme en Lundgren - is voorbij. De onlangs verschenen Sherlock Holmes, van Guy Ritchie, is permanent zelfbewust van de hechte band die Holmes en dr. Watson hebben, en maakt daar steeds relativerende grapjes over. Haha, ja, we weten zelf ook wel dat we wat nichterig overkomen, maakt u zich geen zorgen.
En wanneer regisseurs besluiten zich over die homofobe ironie heen te zetten is dat vaak net zo krampachtig. Voorbeelden genoeg. Onder historici is er een consensus dat Alexander de Grote’s vriendschap met zijn generaal Hephaestion een seksuele kant had - in die cultuur, in die tijd, was biseksualiteit eerder regel dat uitzondering. Maar in zijn biopic Alexander (2004) verandert Oliver Stone zijn titelfiguur, gespeeld door Colin Farrell, in een hysterisch manwijf dat niets anders doet dan met zijn met mascara omrande ogen naar Hephaestion lonken. De biseksualiteit is geen deel van Stone’s Alexander; het is het enige wat hem kenmerkt.
Ongeveer dezelfde behandeling kregen de klassieke vrienden Achilles en Patrokles - voor wie Alexander in de vierde eeuw voor Christus nog een monument oprichtte - in Wolfgang Petersons big budget-verhandeling naar de Illiad, Troy (ook 2004). Achilles, gespeeld door Brad Pitt, is meer extravagant opgemaakt dan de meeste vrouwen in de film, (goud haar, turkooizen oogschaduw); hij is niet de opperkrijger onder de Grieken, hij is hun diva, met Patrokles als verliefd, gedienstig muurbloempje dat achter hem aan hobbelt.

DAT VRIENDSCHAP NOG STEEDS een prominent thema is in Hollywood lijkt met de toenemende hoeveelheid vriendengroepen in de filmwereld te maken te hebben. De laatste tien jaar zijn er steeds meer groepen gekomen van bevriende acteurs en regisseurs, die film na film met elkaar maken waarin ze hun eigen vriendschap centraal stellen. De groep rond regisseur Steven Soderbergh, met Matt Damon, George Clooney en Brad Pitt als voornaamste figuren, heeft geprobeerd vriendengroepen de hippe, coole status van de 'rat pack’ (de groep rond Frank Sinatra, in de jaren vijftig en zestig) te geven; er is de 'frat pack’, de groep vrienden met Ben Stiller, Owen en Luke Wilson, Will Ferrell en Vince Vaugh, die weinig anders doen dan corporale comedy’s maken waarin permanent geknipoogd wordt naar de homo-erotische lading van het verhaal (over twee mannen die samen een kunstschaatskuur rijden, bijvoorbeeld) - 'bromance’ worden die films genoemd, een 'romance’ tussen twee beste vrienden, 'bro’s’, kort voor 'brothers’.
In zijn essay over de culturele geschiedenis en toekomst van vriendschap schrijft William Deresiewicz: 'In de typische bromance-plot draait het om de sterke banden in onze jeugd, die we uiteindelijk loslaten om de stap naar volwassen heteroseksuele relaties te maken. Vriendschap is iets wat we blijkbaar moeten ontgroeien.’ Het is precies wat Cara beschrijft in Brideshead Revisited, de diepe vriendschap tussen twee jongens die ze zo klaarstoomt voor echte liefde, met een vrouw.
Er is op dit moment één regisseur die films maakt precies over dit onderwerp, bromance comedy’s die uiteindelijk alle zelfbewuste ironie voorbijgaan: Judd Apatow. Apatow (1967) maakte naam met de comedyseries Freaks and Geeks (1999) en Undeclared (2002), die allebei weliswaar na één seizoen van de buis werden gehaald (te weinig kijkers), maar veel indruk maakten bij critici om hun harde humor en tegelijk hun warme portret van middelbareschool- en universiteitsvriendschappen. In de jaren daarna kreeg Apatow succes als scriptschrijver en toen hij eenmaal zijn eerste film mocht regisseren, The 40-Year Old Virgin (2005), verzamelde hij alle jonge acteurs uit zijn eerdere series - Seth Rogen, Jason Segel - en op hun beurt namen die een paar bevriende acteurs en komieken mee: Paul Rudd en Jonah Hill.
De films die uit de groep komen kennen vaak de meest banale plots; in The 40-Year Old Virgin (2005) gaat het over een elektronicaverkoper die, de titel verraadt het al, op zijn veertigste nog steeds maagd is, totdat zijn vrienden hem helpen een vrouw te vinden; in Knocked Up (2007) raakt een succesvolle, bloedmooie vrouw zwanger van een corpulente nietsnut; in Superbad (2007) hopen twee ergens onder aan de schoolhiërarchie bungelende jongens eindelijk eens bij de meisjes te scoren op een eindexamenfeest; in Forgetting Sarah Marshall (2008) probeert een muzikant over zijn eerste grote liefde heen te komen, maar belandt per ongeluk in hetzelfde Hawaïaanse hotel als zij, en haar nieuwe minnaar. Hoe melig die plots ook klinken - en inderdaad, de films zitten bomvol platte grappen over primaire en secundaire geslachtskenmerken - uiteindelijk gaan ze heel integer om met het thema van opgroeien, volwassen worden en de veilige banden van vriendschap opgeven om liefdesrelaties aan te gaan met vrouwen. Vrijwel alle films uit de koker van Apatow brengen in de VS tientallen miljoenen op, en belanden op de beste-films-van-het-jaar-lijstjes van serieuze recensenten.
Het beste voorbeeld is Superbad (2007), geproduceerd door Apatow en geschreven door Seth Rogen (die weer de hoofdrol speelde in Knocked Up, het grootste regiesucces van Apatow). Het verhaal draait om Seth (Jonah Hill), een dikkerdje met een aureool van kroezig haar, worstenhandjes die hij dirigentesk om zich heen zwaait, en een zeurderige stem, die constant overal commentaar op levert, vooral op de meisjes op zijn middelbare school. Zijn beste vriend is Evan (Michael Cera), een iele figuur die alles en iedereen ethisch correct wil benaderen, zo zeer dat hij zichzelf amper duidelijk durft te maken. Als een net zo nerderige vriend van hen een valse identificatiekaart weet te bemachtigen, wordt Seth gevraagd om alcohol te kopen voor een examenfeestje dat Jules geeft, het Mooiste Meisje van de School. Seth denkt zijn kans schoon te zien en overreedt Evan ('Je kent het wanneer meisjes zeggen: “Ah man, ik was zo strontlazarus gisteravond, ik had nooit met die ene gast naar bed moeten gaan?” Wij kunnen die vergissing zijn!’) om met hem de drank te gaan kopen.
Wat volgt is een odyssee door de buitenwijken, een spervuur van slapstickgrappen die wel bekend zijn uit klassieke screwball comedy’s als Porky’s (1982) en Fast Times at Richmond High (1982), alleen is de verbale agressie van de jongens zo ongehoord hard en grappig (Seth over zijn eventuele sekskwaliteiten: 'I’ll be like the Iron Chef of pounding vag’), dat Philip Roth’s Portnoy’s Complaint er braaf bij afsteekt. De jongens kennen alle internetpornosites (een typisch Apatow-onderwerp) en praten niet alleen ranzig, ze praten ook shockerend in anatomisch detail - met fantasieën die tien jaar terug niet bestonden, dan wel veilig onuitgesproken bleven.
Maar tegelijk vrezen de jongens de seks waar ze zo naar verlangen. De film laat perfect zien hoe graag de jongens naar meisjes willen kijken op school, maar dat niet durven - terwijl de meisjes het helemaal niet erg vinden om bekeken te worden. Als seks zich eenmaal aandient zijn Seth en Evan doodsbang, en niet alleen zij, ook de meisjes weten er nauwelijks raad mee. Alle machobravoure is slechts camouflage voor teenage angst

De enorme meerwaarde van Superbad ten opzichte van die klassiekers is dat de film boven alles een oprechte lofzang is op de vriendschap tussen de twee jongens. Na de zomer gaat Evan aan een chique universiteit studeren waar Seth niet is toegelaten; alle opgefoktheid komt niet alleen door de hormonen, ook door het idee dat ze elkaar kwijtraken.
En zo eindigt de film, wanneer Seth en Evan de dag na hun avontuur met een kater per ongeluk in het winkelcentrum tegen hun twee liefdesobjecten aanlopen. Het viertal splitst zich in nieuwe duo’s, Evan gaat met zijn meisje wat eten, Seth gaat met het zijne naar een cosmeticawinkel. Terwijl Seth de roltrap af gaat kijkt hij achterom, naar Evan, Evan kijkt naar hem, even beangstigd, zo lang ze in elkaars zicht blijven. Met vrees laten ze elkaar los, en betreden ze dat onbekende terrein waar ze zoveel over gespeculeerd hebben, de heteroseksualiteit.