Brommer

Dat Selexyz met De Slegte gaat fuseren is op zichzelf al goed nieuws. De lamme helpt de blinde, kun je cynisch zeggen, en hoewel ik me in deze column al eens niet al te gunstig heb uitgelaten over de Selexyz-keten (en met name het inpandige koffiezaakje) ben ik toch blij dat die gered is.

‘Goedenacht, boekhandel Voorheen-Selexyz-nu-gefuseerd-met-De-Slegte. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

‘Ik heb dringend iets te lezen nodig. Vannacht nog. Ik ben klaarwakker.’

‘Dat kan. Onze koerier kan in een kwartiertje bij u zijn op de brommer.’

‘Godzijdank.’

‘Welk boek had u in gedachten?’

‘Doe maar iets spannends. En er mag best wat seks in zitten. Ik ben ook maar een man alleen. Het liefst een beetje een dik boek graag. Of is dat duurder?’

‘Geenszins. Heeft u de naam van een auteur?’

‘Doe maar iets van dat schriele betwetertje met die psychopathische grijns.’

‘U bedoelt Arnon Grunberg?’

‘Precies, die. En doe dan maar dat hele dikke boek van hem.’

‘U bedoelt Onze oom?’

‘Is dat die met die pelikaan voorop? Want die heb ik al. Nee? Oké, doe jullie oom dan maar.’

‘En wilt u daar nog een tweedehands W.F. Hermansje bij of een verramsjte Couperus met korting?’

Dat Selexyz met De Slegte gaat fuseren is op zichzelf al goed nieuws. De lamme helpt de blinde, kun je cynisch zeggen, en hoewel ik me in deze column al eens niet al te gunstig heb uitgelaten over de Selexyz-keten (en met name het inpandige koffiezaakje) ben ik toch blij dat die gered is.

De nieuwe geldschieter begrijpt hoe moordend de concurrentie is met Bol cum suis, en hij moest dus iets onderscheidends uit z’n hoge hoed toveren. Een brommer aan huis. Eén à twee per Selexyz-filiaal, die ook ’s nachts gaan uitrukken. ‘Als jij ’s nachts trek hebt in een boek moet dat thuisbezorgd kunnen worden’, zei Paul Dumas, de nieuwe directeur, tegen NRC Handelsblad.

’s Nachts. Dat gaat natuurlijk nooit lukken (reken maar uit wat je al die brommer-kids aan uurloon moet geven, voor die drie gekken per maand die hem dan bellen), maar het concept is sympathiek.

Ik heb het al eens voorbij zien komen, voor het bezorgen van wiet, het repareren van computers en voor het plakken van banden. De brommer-aan-huis geeft alles een aureool van authenticiteit, ambachtelijkheid, persoonlijk contact.

Het moet een brommer worden van het type dat Maarten Biesheuvel in het verhaal Brommer op zee naar een zeeman laat rijden, die vervolgens een raadselachtig gesprek voert met de berijder, die hem ontredderd achter laat.

Of zo’n afgeleefde zesdehands Vespa, van het soort waar Siciliaanse meisjes op voorbijstuiven, en waar Geerten Meijsing en fotograaf Frank Moll een ode-in-boekvorm aan brachten (De scootermeisjes van Ortigia, lastig te verkrijgen; maar misschien heeft De Slegte nog een exemplaar).

De vraag is alleen: in welke vraag voorziet dit aanbod? Zijn er werkelijk mensen die acuut behoefte hebben aan een boek? Shit, niks meer te lezen in huis! Meestal kan het wel een dag wachten, en dan heeft Amazon weer een streepje voor op die gehelmde amazones met twintig pk tussen hun benen. De postbode duwt het boek gewoon in je brievenbus (of die van de buren), zodat je er niet voor thuis hoeft te zijn. Boeken kunnen niet afkoelen en stillen ook geen fysieke behoefte. Ze onttrekken zich nu juist aan de gehaaste _dial-for-delivery- en twenty-four-seven-_cultuur. Boekverkopers vragen toch ook niet: hier lezen of meenemen?

Niettemin zwicht ik. Zo’n brommer geeft je de illusie dat hij alleen voor jou op pad is gegaan. De brommerboekenbezorger is persoonlijk, exclusief en verspreidt een aroma van nostalgie.

Toen ik writer-in-residence was in het Nias in de duinen van Wassenaar ontdekte ik dat dit instituut een bibliotheekservice had. Je kon ’s ochtends boeken aanvragen, die dan uit de Koninklijke Bibliotheek werden gehaald en ’s middags voor je klaarlagen. Ik heb er nooit gebruik van gemaakt, maar het idiote idee dat zoiets zomaar kón, vervulde mij al van een vorstelijke opgetogenheid.

Sommige hotels leggen ’s avonds een handgeschreven kaartje met het weerbericht op je hoofdkussen. Je weet dat het onzin is, en toch ervaar je het als persoonlijker dan wanneer die nachtgroet uit een printer kwam gerold. Iemand heeft aan je gedacht.

De schijn van persoonlijke aandacht is nog altijd beter dan de afwezigheid ervan. Neem de Starbucks-koffiezaken. Die vragen bij het opnemen van de bestelling om je naam, die ze in viltstift op je beker schrijven en die aan het andere eind van de toonbank door de zaak wordt geroepen. Ik heb dan trouwens vaak de neiging om ‘Harry Mulisch’ te antwoorden. Gewoon voor de lol die het geeft om zo’n Starbucks-meisje door de drukke zaak te horen roepen: ‘Een dubbele espresso voor Harry Mulisch!’