Booker Prize-nominaties

Bron van literair talent

Op 7 november won Margaret Atwood de Engelse Booker Prize. Twee van de vijf genomineerden voor de prijs volgden de opleiding Creative Writing aan de University of East Anglia. Hofdichter Andrew Motion leidt daar de ene successchrijver na de andere op.

Met de gedachte dat het schrijven van proza en poëzie een vak is dat geleerd kan worden, zetten Malcolm Bradbury en Angus Wilson in 1970 de cursus Creative Writing op, een onderdeel van de University of East Anglia. Hun enige student was de toen 22-jarige Ian McEwan. De bestsellerschrijver werd inmiddels een aantal malen voor de prestigieuze Booker Prize genomineerd en won hem in 1998 met Amsterdam. Kazuo Ishiguro, die dezelfde opleiding volgde, kreeg in 1986 de Whitbread Prize en een Booker Prize-nominatie voor An Artist of the Floating World. De Japanner won de Booker Prize in 1990 voor The Remains of the Day. Dit jaar werd Ishiguro genomineerd met When We Were Orphans. Outsider Trezza Azzopardi, die twee jaar geleden haar opleiding Creative Writing voltooide onder leiding van de dichter Andrew Motion, werd onverwacht genomineerd voor haar debuutroman The Hiding Place.

Trezza Azzopardi: «Elke week krijgt de cursusgroep werk van drie studenten mee waarop uitgebreid commentaar wordt geleverd. Die kritiek wordt vervolgens besproken met de schrijver. De ervaring is soms pijnlijk, maar vaak worden de ogen van mensen geopend. Je wordt je bewust van bepaalde aspecten van je schrijfstijl.»

Azzopardi begon aan The Hiding Place te werken toen ze nog aan de University of East Anglia studeerde. De sessies met Motion en de werkgroep hebben volgens haar weinig invloed gehad op het uiteindelijke resultaat. Wel werd ze op nieuwe ideeën gebracht: de werkgroep fungeert ook als denktank. «Vanaf het begin heeft Bradbury ervoor gezorgd dat er een zorgvuldige selectie wordt gemaakt van de toe te laten studenten. Het lijkt nu of de UEA een bron van literair talent is, maar dit komt gewoon omdat scouts en uitgevers deze school heel goed in de gaten houden. Ik ben ervan overtuigd dat er op andere scholen net zo veel talent rondloopt als hier.»

Azzopardi mag de meer dan gemiddelde kwaliteit van de Creative Writing Course bagatelliseren, Andrew Motion denkt hier anders over. Motion: «Dankzij onze succesvolle geschiedenis is de gemiddelde inschrijving van hoge kwaliteit. Voor proza hebben we zelfs een tweede groep moeten instellen. Bovendien steeg, nadat ik tot poet laureate benoemd werd, het aantal inschrijvingen explosief.» Dit jaar schreven zich meer dan vijfhonderd kandidaten in.

Andrew Motion: «In Amerika, waar zich ook enkele zeer goede opleidingen bevinden, is men meer gericht op het publiceren. Hier staat het schrijven zelf voorop. Er zijn twee dingen die ik iedereen vertel aan het begin van het jaar. Ten eerste moet men zich realiseren dat slechts een enkeling gepubliceerd zal worden. Ten tweede: iedereen is schrijver. Je mag fouten maken, je meningen over andermans werk ventileren. Het belangrijkste is dat een schrijver zichzelf ontdekt.»

Hierbij mag Andrew Motions positie ook niet worden onderschat. Als poet laureate, hofdichter — Nederland heeft Gerrit Komrij als equivalent — werkt hij in de traditie van Ben Jonson, Dryden, Tennyson en zijn immens populaire voorganger Ted Hughes. Niet alleen trekt hij veel talentvolle jonge dichters aan, ook geeft zijn positie extra allure aan de opleiding. Motion: «Mijn titel creëert een extra druk: ik moet harder werken om mensen tevreden te stellen.»

Toch is er geen «uea school» ontstaan: er wordt juist geprobeerd de verschillen tussen de schrijvers uit te buiten. Al het werk moet van hoog niveau zijn. Motion geeft zonder schroom toe dat hij hiervoor zijn ervaring en kennis van de literaire wereld gebruikt: «Je moet elke kans benutten om schrijvers te helpen. We krijgen sowieso al veel aandacht dankzij ons track record. Dat helpt.» Azzopardi bevestigt dit: «Andrew zal zijn connecties niet direct gebruiken om uitgevers bereid te krijgen nieuw talent gepubliceerd te krijgen. Wel krijgt men door middel van workshops een goed beeld van de hele uitgeverswereld. Ook krijgen mensen de gelegenheid om met agents te praten.» De opleiding mag dan geen fabriek zijn die schrijvers kant en klaar aflevert, het feit dat Motions studenten nauwlettend in de gaten worden gehouden door de literaire wereld is een onbetwistbaar voordeel.

In Engeland is het literaire-prijzensysteem nog belangrijker dan in Nederland: er zijn minder fondsen en beurzen voor schrijvers om zich staande te kunnen houden. Motion: «Niets dan goeds over het prijzensysteem. Beginnende schrijvers worden er enorm door gestimuleerd. Ook blijkt in de praktijk dat gevestigde schrijvers er veel baat bij hebben. Het is juist de middenmoot van de schrijvers die hierdoor achterblijft.» Motion spreekt uit ervaring: de verkoop van poëzie wordt gedomineerd door Ted Hughes en Seamus Heaney. De immens populaire Hughes, poet laureate van 1984 tot zijn dood in 1999, verkocht 172.174 bundels, tegenover een schamele 5995 van Motion.

De Booker Prize, door Motion een «literair carnaval» genoemd, is in de eerste plaats ingesteld om de boekverkoop in het algemeen te stimuleren, en niet om één schrijver te promoten. De geschiedenis van de Booker Prize laat zien dat de shortlist vaak een literair allegaartje is. De uiteindelijke winnaar kan dan ook niet anders dan omstreden zijn, wat de media exposure weer ten goede komt. De extra verkoop kan oplopen tot tachtigduizend exemplaren. Een nominatie staat al garant voor vijfduizend extra hardbacks. De Booker is dus big business.

Volgens The Guardian was het Booker-effect echter marginaal dit jaar: Ishiguro’s verkoop steeg van 8408 exemplaren vanaf zijn nominatie tot 9360 bij de uitreiking, een maand later. Deze cijfers vallen in het niet bij de één miljoen verkochte exemplaren van The Remains of the Day. De verkoop van de «onbekende» genomineerden Azzopardi, Brian O'Doherty en Michael Collins samen steeg van 553 tot 2560, een bijzonder magere uitwerking voor ’s werelds bekendste literaire prijs. Uitgevers concentreren zich liever ook op enkele literaire best- of fastsellers en gevestigde auteurs dan op een gelijkmatige promotie van hun gehele fonds. Dit gebeurt in samenwerking met de boekhandels, die ook liever geheide knallers als Harry Potter of David Beckhams autobiografie pushen dan een onbekende debutant. Maar zonder haar nominatie was de kans klein dat Azzopardi’s debuut de aandacht had gekregen die het nu geniet. Schrijvers worden dus gemaakt bij de gratie van conservatief denkende uitgevers en door de grillen van wispelturige jury’s.

Heeft de boekenindustrie geen morele verplichting om goede boeken aan de man te brengen? Azzopardi vindt van niet: «Het is goed dat slechts enkele titels worden gepromoot. En een boek is pas een boek als het gelezen wordt.» Zij weet dat ze zich deze onverschillige houding alleen dankzij haar nominatie kan veroorloven. Motion heeft een andere visie: «Dit soort commercie is er altijd al geweest. Wordsworth domineerde in zijn tijd ook de verkoop van poëzie. Ik weet niet of de boekenindustrie een morele verplichting heeft. Het probleem is groter en geworteld in een maatschappelijk systeem waarin mensen worden geconditioneerd. Thuis en zelfs op school al wordt kinderen aangeleerd dat literatuur saai is. Pas als de mens vrij is van dit soort invloeden is er sprake van een vrije keus.»