Televisie: ‘De kunstdetective’

Bronzen paarden

© Menno van Wees / Tetteroo media

Ik lees De wintertuin van Jan Konst over de familiegeschiedenis van zijn Duitse vrouw. Een ‘doorsneefamilie’, van Keizerrijk via Weimar Republiek, Duizendjarig Rijk dat twaalf jaar duurde, ddr tot na de Wende. Alleen al die opsomming doet voelen in wat voor achtbaan de bewoners van Mecklenburg, Brandenburg, Saksen en Thüringen hebben geleefd. Boeiend boek waarin particuliere lotgevallen helder in sociaal-economische, politieke, sociologische, culturele context worden geplaatst.

Ik haal er een ‘verhaaltje’ uit. Kort voor de Wende verkoopt ddr-gymnasiaste Karoline Frentzel (vierde generatie) een prachtige oude Chinese waaier, gekregen van haar oudtante, om een felbegeerde heuse Amerikaanse stonewashed jeans te kunnen kopen in plaats van een tuthola-ddr-broek. Ze doet dat aan een Meissen-antiekwinkeltje waar zelden gekocht maar regelmatig door particulieren verkocht wordt. Het schimmige zaakje blijkt deel uitgemaakt te hebben van een geheime onderafdeling van de Koko, afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken die deviezen voor de ddr moest binnenbrengen. In nauwe samenwerking met de Stasi verkoopt die kunst en antiek naar vooral de Bondsrepubliek.

Prompt zie ik de eerste aflevering van de zesdelige documentaireserie De kunstdetective (max) waarin de Nederlander Arthur Brandt wordt gevolgd op zijn speurtochten naar gestolen kunst. In dit geval nazikunst : twee gigantische bronzen paarden die Josef Thorak, favoriet van Hitler, maakte als wakers voor de Rijkskanselarij. Te zien op zwart-witfoto’s uit de jaren veertig. Lang ging men ervan uit dat die kolossen vermalen waren in de slag om Berlijn, maar Brandt krijgt een foto onder ogen die decennia na 1945 is gemaakt. Kopieën? Wie maakt levensechte kopieën van zulke reuzenbeesten?

Sporen worden gevolgd en daar komt de Koko op de proppen, die dus niet alleen waaiers van een scholiere en schilderijen uit ddr-musea (!) maar ook deze megalomane beelden in het geheim naar het Westen verkocht. Brandt begeeft zich in zijn speurtochten naar gestolen kunst niet alleen in crimineel duistere milieus, maar in deze eerste aflevering ook in die van politiek gajes. Want een van de eigenaren van nazikunst, die hem toelaat tot zijn verzameling, met ook werk van de beruchte Arno Breker, mag dan benadrukken dat het hem louter om de ‘historische’ waarde gaat, Thorak en Breker verzamelen blijkt wel degelijk hobby in nog altijd bestaande, puissant rijke nazi-kringen.

Eerlijk gezegd is het mijn genre niet, zulk geroer in smoezeligheid, waarbij geheid allerlei zaken schimmig moeten blijven vanwege risico’s voor de hoofdpersoon en dreiging met processen. Waar bij komt dat, ook hier, erg veel nadrukkelijke muziek en een soms hijgerige commentaarstem een sfeer van spanning en sensatie bij de kijker moet genereren. Maar toch is het ook fascinerend: het krankzinnig hoge atelier dat voor Thoraks reuzenbeelden moest gebouwd. De beruchte walgelijke kneepjes van Adolf in Hitlerjugend-wangen vlak voor de Russische stoomwals: laatste beelden voor zijn zelfmoord, waarop, verdomd, die paarden al weg blijken gehaald. En dan een foto van nazi-architecten die naast de weggehaalde dieren in een idyllische tuin, voorjaar 1945, de wederopbouw na de Endsieg voorbereiden. Totaler Wahnsinn.


De kunstdetective, MAX, zes delen vanaf dinsdag 17 juli, NPO 2, 21.10 uur