Brood kan niet meer zingen

Meer nog dan uit zijn muziek blijkt de status van een rockster uit zijn functioneren als mediapersoonlijkheid. Wie Herman Brood onlangs bij EO’s Henk Binnendijk een uur lang op onnavolgbare wijze zag debatteren over de metafysica in zijn leven, zal erkennen dat Brood op dat punt aardig scoort.

Trouwens, over welke Nederlandse rockster worden tegelijkertijd drie biografieen geschreven? De rockbio is in Nederland een stiefmoederlijk bedeeld genre. Alles wat er tot nu toe over Nederlandse rocksterren in boekvorm werd opgetekend, meet te zamen misschien een halve meter boekenplank. Veel kans op verbetering is er niet. Niemand zit te springen om de diepere zieleroerselen van 2 Unlimited, Gordon, Lee Towers of Bettie Serveert.
In die zin is het bestaan van Herman Brood voor de Nederlandse rock op voorhand een godsgeschenk. En Brood wordt als zodanig ook in brede kringen gesteund. Zijn schilderijen vinden gretig aftrek via acties van de platenhandel en de muziekbladenbizz. De recensies van Broods weinig opzienbarende latere cd’s zijn mild van toon.
Een extremer staaltje van heldenverering deed zich vorige week voor in Paradiso. Welke artiest krijgt het bij het Amsterdamse poppodium voor elkaar halverwege het concert een pauze van veertig minuten in te mogen lassen? Niet alleen de programmeurs waren welwillend, ook het publiek in het uitverkochte en snikhete Paradiso verplaatste zich zonder morren naar de tap.
Hoewel adequaat begeleid door The Wild Romance was het concert van Herman Brood zeker voor de pauze niet inspirerend. Het oogde als een krachteloze imitatie van de songs zoals die zijn verzameld op de pas verschenen cd Fresh Poison. Die omschrijving is negatiever dan zij lijkt, want de cd zelf lijdt al aan bloedarmoede. Zeventien songs in tweeenveertig minuten - als in een tornado razen de nummers voorbij. Ondanks Broods onmiskenbare kwaliteiten als songwriter beklijft de muziek op Fresh Poison vrijwel nergens. Ook na regelmatig beluisteren van de cd wist ik op het hoe en waarom daarvan niet de vinger te leggen en bleef ik steken in gemeenplaatsen als het matte, accentloze geluid en de overdosis aan afgeraffelde middelmaat en (Amerikaanse) rockcliches.
Tijdens het concert vielen de puzzelstukjes ineens op hun plaats: Brood (47 jaar inmiddels) kan niet meer zingen. Zijn stemvolume is ontoereikend om de toeschouwer in de zaal of de luisteraar thuis bij de kladden te grijpen. En dat moet Brood voelen, getuige zijn non-verbale presentatie op het podium. Harkerig bewoog hij zich tussen piano en microfoon heen en weer. Twee keer was er nog een spoor van branie. Toen hij bij het nummer ‘Shy’ demonstratief zijn overhemd uittrok - voor Brood het rockbejaardenhuis wordt ingeschreven: zijn torso mag er nog altijd zijn - en op het moment dat hij het nummer ’(I Don’t Wanna Live in a) Lie’ met veel kruistekens opdroeg aan Kurt Cobain.
Tegenover die twee positieve oprispingen stonden tal van pijnlijke momenten. Bijvoorbeeld toen drummer Gus Genser tegen het slot van het concert tijdelijk de vocalen voor zijn rekening nam. Zelfs vanachter zijn drumstel bracht Genser aan stemgeluid drie keer zoveel power teweeg als Brood in de voorafgaande anderhalf uur. Schrijnender nog was het moment dat Brood een song op het repertoire nam van die andere 47-jarige: Iggy Pop. Een half jaar geleden gaf Pop in hetzelfde Paradiso twee verpletterende, snoeiharde concerten. Broods cover stond in geen enkel vergelijk tot Iggy Pops vitale veertigersagressie.
Het is de hoogste tijd om Nederlands enige rockster tegen zichzelf in bescherming te nemen. Gun hem een laatste tournee, een plechtige overhandiging van de dikste der drie biografieen en een schildersezel als aansporing om de muziek definitief vaarwel te zeggen. Als de nood bij popminnend Nederland echt aan de man komt, mag Herman Brood nog een keer het podium op. Bij het Songfestival van 1995.