Broodje patat

Was die ene professor de uitvinder van de patat?

ZOALS IK VROEGER altijd met de buurtkinderen buiten speelde tot het donker werd en overal moeders hoorde roepen: ‘Thúiskomen’, zo wisten wij allemaal dat er in onze straat een man woonde die eigenlijk miljonair had kunnen zijn. Kijk, in dat rijtjeshuis woont hij, de professor die vanuit zijn laboratorium aan de Wageningse Landbouwhogeschool de patat ontwikkelde. Ook op de middelbare school mompelde onze biologieleraar iets over deze ontdekker van het bewaar- en frituurprocédé van aardappelreepjes.
Patat gold in die tijd nog als de ultieme snack. Als je in de zomer met je roze abonnementkaart aan een touwtje om de nek naar het zwembad fietste, schoof je na afloop aan in de lange rij voor het snoepwinkeltje om een zakje patat-mét te kopen. Natte haren, vet en zout, héérlijk. Op de vakantie in Zeeland haalde je een frietje in het paviljoen waar boven de sissende frituurpan een transistorradio hing op de zender Radio Veronica. Ik zei tegen de kok: 'De uitvinder van de patat woont bij mij in de straat, en hij is er niet eens rijk van geworden, want zo'n type is het niet.’ Commercieel zijn was in de jaren zeventig niet in.
Onze patatkoning liep in zijn vrije tijd in een tuinbroek van spijkerstof, en at bewust gezond. Zijn dochters zetten zich in voor het behoud van de Waddenzee. In de straten van Wageningen reden studenten met sandalen en geitenwollen sokken op bakfietsen om hun alternatieve spulletjes te verhuizen. En moddervette kinderen waren, ondanks de economische voorspoed, nog een curiosum.
Maar hoe zat het nou precies met dit romantische verhaal uit mijn jeugd? Was hij werkelijk het brein achter het succesvolle vette hapje? Patat was zo ingeburgerd geraakt dat er in de jaren tachtig zelfs een generatie mee werd aangeduid die lui en verwend zou zijn. 'Patatgeneratie’ zou voor het eerst zijn gebezigd door voetbalcoach Leo Beenhakker, die vond dat het sommige voetballers ontbrak aan vechtlust, net zoals de hele jeugd liever slap in snackbars rondhing. En ook al kreeg patat op de vleugels van de mondialisering concurrentie van een oneindig assortiment aan fastfood vol transvetten, zoals pizza, McDonald’s-hamburgers, tortilla’s, Vietnamese loempiaatjes, sushi, of Arabische kebab - het bleef snack nummer één. Het was oneerlijk dat de bedenker ervan in vergetelheid leefde. Of had ik me ooit een broodje aap laten aansmeren?
Op zoek naar de ware toedracht merkte ik al rondbellend meteen dat er aan de zaak iets niet klopte. Patat bestaat toch al veel langer, al sinds ver voor de oorlog? De oorsprong van de patates frites ligt in Frankrijk, of is het nou België? Nee, hij heeft de aardappelchips ontwikkeld.
Inmiddels had ik zijn telefoonnummer te pakken en na enige keren proberen kreeg ik een heldere stem van een heer op leeftijd aan de lijn. 'Bent u de bedenker van de patat? Of van de chips?’
Er volgde een stilte, en toen een bulderende lach. 'Welnee zeg, hoe komt u daar nu bij!’
Het duurde even voor ik eraan kon wennen dat er een mooie mythe in duigen viel.
Maar tijdens mijn speurtocht was ik op een vergelijkbare casus gestuit: de uitvinder van het Senseo-apparaat. Een typisch geval, zo leek het, van een ingenieur die meer liefde koesterde voor de wetenschappelijke verbetering van drank en voeding dan voor geld en roem. A. Prins luidde zijn naam, emeritus hoogleraar levensmiddelennatuurkunde en gespecialiseerd in de fysische aspecten van schuim, vooral van bier.
'Een merkwaardige situatie, inderdaad’, is zijn reactie op mijn vraag over de oorsprong van het luxe koffiezetapparaat. Hij vertelt zonder omhaal en zonder gevoelens van rancune. Samen met professor M. Katan, die als hoogleraar voedingsleer ook werkte aan de Landbouwuniversiteit - inmiddels omgedoopt tot Wageningen University en Life Science - deed hij eind jaren negentig een projectvoorstel aan Philips voor het ontwikkelen van een apparaat waaruit snel koffie zou stromen met een speciaal schuimlaagje. Katan was verantwoordelijk voor de gezondheidsaspecten, Prins wist alles over de stabiliteit en houdbaarheid van schuim. Een schuimlaagje werkt als een soort dekseltje op het vocht. 'Dat geeft een prettige sensatie’, verklaart Prins nader. Omdat hij vanuit zijn instituut vaak adviezen gaf aan de voedingsindustrie, zoals ook aan Douwe Egberts, ontvouwden ze het plan om de koffiefirma samen te laten werken met Philips. Met het apparaat kon 'gezonde, smakelijke en heel handige koffie’ worden gezet.
Maar het antwoord vanuit de Eindhovense firma was hermetisch. Nee, ze hielden zich niet bezig met levensmiddelen, dat behoorde niet tot hun core business.
Een paar jaar later, in 2001, kwam Philips met de 'Senseo’ op de markt zoals Prins en Katan die hadden bedacht. Er zijn sindsdien wereldwijd ruim vijftien miljoen exemplaren van verkocht. Het product paste helemaal bij het individualisme en de gemakscultuur van een generatie die haar kinderen vervoert op gestileerde bakfietsen en die staand espresso drinkt in een designkeuken. De Senseo-generatie.
'Het was een goede treffer, maar we hebben er nooit een claim op willen leggen. Er was door ons geen patent op aangevraagd en het zou moeilijk te bewijzen zijn’, zegt Prins.
Enkele jaren geleden kwam hij Katan tegen, die inmiddels nationale bekendheid geniet met zijn boeken over de wetenschappelijke feiten over voeding waarmee hij afrekent met fabeltjes over gezond eten. Ze zeiden tegen elkaar: 'Weet je nog dat we een goed projectvoorstel deden? Die jongens zijn daar mooi mee vandoor gegaan.’
Als ze van elk verkocht apparaat - tussen de tachtig en 180 euro - maar een klein percentage hadden gekregen, waren ze schatrijk geweest. Prins maalt er niet om: 'Zo zit ik niet in elkaar, zo zit de wetenschap niet in elkaar.’
En, zou het brengen van uitvindingen op de markt niet een goede manier zijn om veel geld te genereren voor nieuwe onderzoekslijnen? Prins, die zijn loopbaan begon bij Unilever en in 1977 overstapte naar de wetenschap, redeneert praktisch: 'Voordat wetenschappelijke ontdekkingen commercieel kunnen worden toegepast ben je járen verder. Dat traject, van regelgeving tot gebruiksvriendelijk design, laten we graag aan anderen over.’