Broze vrede

Eindelijk vrede in Noord-Ierland. Dankzij de katholieke lobbes John Hume en de protestantse kameleontische David Trimble. Althans: zo had men het in Oslo begrepen. Sardonisch was het dat precies het toekennen van de Nobelprijs leidde tot crisis.

‘De vrede blijft broos’, zei laureaat Trimble, beoogd premier, 'zolang de IRA niet begint met inlevering van wapens’. Tot dat moment geen Sinn Feín, politieke vleugel van de IRA, in de regering.
Vredesprijs? Mes op tafel!
Tony Blair, Brits premier, zag het kaartenhuis instorten. Noodberaad. Martin McGuinness, verpersoonlijking binnen Sinn Feín van de IRA, en David Trimble, ex-aanvoerder van een oranjemeute, naar Downing Street. Urenlang praten met Blair, afzonderlijk. Resultaat: nul.
McGuinness: 'We hebben twee jaar voor ontwapening afgesproken.’
Trimble: 'Ik werk niet samen met mensen die een bom achter hun rug houden.’
De realiteit: Trimble, het protestantse midden, heeft de hete adem van extremist Paisley in de nek. De ex-strijdmakkers van McGuinness zien inlevering van maar één pistool vooraf als overgave. Het Ierse Republikeinse Leger (tachtig jaar historie) geeft zich niet over, het sluit eervolle vrede.
Spijtig. Oslo onderschatte de diepte van het Ulsterse conflict. Zoals destijds dat tussen Israel en de Palestijnen.