Ach Europa (6)

Brrr…ussel

Hoe meer de datum van de Europese verkiezingen naderde, hoe stiller het werd in de Europese wijk in Brussel. Het is een krachtige paradox die duidelijk maakt hoe de EU werkt. Want hoe Europees de verkiezingen in woorden ook klinken, ze vonden niet plaats in Brussel, maar in de nationale arena’s. Het is zoals een medewerker van een europarlementariër me onlangs vertelde: ‘Als het gaat om de verkiezingen mogen wij in Brussel niets. Het hoofdkantoor van onze partij in Amsterdam voert de campagne. Niet wij in Brussel en dat is behoorlijk frustrerend.’
Het massale vertrek van de europarlementariërs leidde in Brussel tot een geluid dat inmiddels zeer kenmerkend is geworden voor de stad: een ratelend, rollend brrrr… Het geluid van kofferwieltjes. De wieltjes staan symbool voor de mobiele transnationale biotoop die Brussel geworden is. De in- en uitstroom van de europarlementariërs, nationale politici en commissiemedewerkers, samen met die van de vele toeristen, studenten, stagiaires, migranten, lobbyisten en journalisten, is in belangrijke mate het ritme van de stad gaan bepalen. En de stad vaart daar wel bij. Brussel is opgeleefd dankzij de vestiging van EU-instituties en dankzij de grenzeloze vrijheid van beweging, een van de grootste verdiensten van de EU.
Eigenlijk is de transformatie van Brussel van een naar binnen gekeerde stad tot een zeer internationale, levendige stad verrassend snel gegaan. In minder dan twintig jaar is Brussel een metropool geworden met, afgezien van de platgetreden straten rondom de Grote Markt, een verfijnde keuken, heerlijke cafés, betaalbare appartementen en kantoren en een aantrekkelijk, bijna mondain karakter.
Illustratief is dat Brussel, de stad met de straatnamen in twee talen, in toenemende mate ook een stad van het Engels wordt. Die open, internationale sfeer maakt dat de Eurocraten, de mensen die werken voor de EU, zich er meestal snel opgenomen en goed voelen. Zeker, ook Brussel kent grootstedelijke problemen, zoals vervuiling, achterstand, gevoelens van uitsluiting en criminaliteit. Er was aanvankelijk veel begrijpelijke wrevel over de lokale verdringingseffecten die de snelle internationalisering van Brussel met zich meebracht. Maar inmiddels worden de problemen en de kritiek overstegen door een onmiskenbare bloei van de stad als geheel. Brussel heeft, te midden van de verder vrij chaotische, nationalistische politieke kermis die België heet, het karakter van een belangrijke internationale carrousel gekregen, die velen met trots vervult. En hoewel Brussel steeds minder op België lijkt, houdt de stad volgens sommigen België voorlopig nog wel bij elkaar.
Ik zeg met nadruk carrousel. Want zoals in de meeste moderne metropolen maken maar weinig reizigers van Brussel een nieuw levenslang thuis. Van migratie zoals er klassiek over wordt gedacht – assimileren in het land van aankomst en het vorige thuis definitief afzweren – is eigenlijk nauwelijks sprake. Door de globalisering is migratie van karakter veranderd. In de metropolen in Europa domineert nu de transnationalisering, de permanente heen-en-weer-bewegingen van burgers en bedrijven over nationale grenzen heen. Ook Brussel is een plaats in transit. Een stad die permanent beweegt.
Velen draaien maar tijdelijk mee in deze carrousel. De reizigers bewonen de tijdelijkheid in de vorm van een hotelkamer of een pied-à-terre in Brussel en leven in en met koffers in verschillende werelden. Geheel in stijl met deze fluïde moderniteit wisselen veel ambtenaren ook om de zoveel jaar van baan. Een carrière op rolletjes. Enkelen hebben hun koffers definitief uitgepakt en wonen wel permanent in Brussel. Maar van assimilatie is ook dan geen sprake. De transmigranten, zoals de Eurocraten, leven doorgaans in een Brusselse bubble, zoals ook Adrian Favell en Caroline de Gruyter onlangs in hun afzonderlijke boeken over de Eurocraten duidelijk maakten. Ze zijn of voelen zich geen Belg, maar Europeaan en Brusselaar, en vaak vermengen die twee zich.
Onduidelijk is ook waarin geïntegreerd zou moeten worden, want Brussel is een archipel van gemeenschappen uit alle windstreken, van Eurocraten, Afrikaanse migranten, Italiaanse restaurateurs, Chinese en Japanse ondernemers en Navo-Amerikanen. En daar doorheen bewegen de geboren Brusselaars, toeristen, studenten, wetenschappers, journalisten en nieuwe stedelingen. Brussel: één stad, maar met een telkens wisselende samenstelling van nationaliteiten. Het negentiende-eeuwse ideaal van één grondgebied, burgerschap en identiteit doet in Brussel daardoor hopeloos verouderd aan. In Brussel is iedereen een minderheid.
Binnenkort gaan ze dus (weer) naar Brussel, de pas gekozenen. De karavaan van volksvertegenwoordigers en hun medewerkers vangt weer aan. Ik zie nu alweer uit naar de kofferwieltjestrillingen. Het is als schone straatkunst. De symfonie van een Europese metropool. Brrr…ussels, here we come.

Henk van Houtum is verbonden aan het Nijmegen Centre for Border Research van de Radboud Universiteit Nijmegen