Brrritain

Londen - Veel scheelde het niet of Gordon Brown had een internationale topconferentie belegd om met andere wereldleiders te delibereren over de ‘heavy snow events’ van de afgelopen weken. Terwijl de meeste Engelsen stoïcijns het beste probeerden te maken van de 'snowliday’ handelden de autoriteiten en de media alsof het einde der tijden is aangebroken. De Met Office, dat een milde winter had voorspeld, sprak van 'extreme weather’, door de ongeletterde windvanen van het KNMI vertaald als 'extreem weer’, en de extreem-weerredactie van de BBC ging al snel over tot een voorlichtingscampagne. Tot diep in de Londense ondergrondse klonken waarschuwingen voor gladheid.
Het is inmiddels een traditie dat de meeste Britse scholen na de eerste sneeuwvlok de deuren sluiten. Scholen die wél openblijven, verbieden scholieren om tijdens de pauze buiten te spelen, bang als ze zijn voor sneeuwbalgevechten. De ware reden dat scholen de strijd zo snel opgeven, is dat bij slecht weer niet alle kinderen naar school kunnen komen en hoge absentie leidt tot een slechte beoordeling van de onderwijsinspectie. Door helemaal te sluiten kan dit worden voorkomen. Een dergelijke logica speelt ook bij het advies van veiligheidsprekers aan burgers en middenstanders om stoepen niet ijsvrij te maken om zodoende gevrijwaard te blijven van schadeclaims door uitglijdende passanten.
Al het voorgaande is wezensvreemd voor de generatie van 1947, het jaar waarin de Engelsen, omringd door het puin van de Tweede Wereldoorlog, te maken kregen met de strengste winter van de afgelopen eeuw. Wekenlang vroor het dubbele cijfers en viel er meters sneeuw. 'All my pipes, including w.c. pipes, are frozen, so a bath or wash is out of the question’, noteerde de deftige architectuurhistoricus James Lees-Milne op 29 januari in zijn dagboeken. Boeren gebruikten bikhamers om pinksternakels uit de grond te hakken, treinpassagiers groeven gestrande stoomlocomotieven uit, maar scholen bleven gewoon open. Er viel nooit verkeerde sneeuw. Er heerste een Blitz-mentaliteit waarbij mensen niet wachtten op goedbedoelde overheidsadviezen. 'Sneeuw is anarchistisch’, zo vatte Christopher Howse het in The Daily Telegraph samen.
Iets nauwkeuriger is wellicht 'anarcho-conservatief’. In The Times wees Melanie Reid namelijk op de conservatieve deugden die in tijden van sneeuwoverlast naar boven komen, zoals burgerplicht, zelfredzaamheid en onverzettelijkheid. Vooral op het platteland is dit zichtbaar, waar veel mensen dankzij het opmerkelijke gedrag van de mollen al lang wisten wat er aan te komen zat. Daar staat tegenover het soft living van de frappuccino-drinkers in de steden, wier overgevoeligheid zich niet beperkt tot de weersomstandigheden. Ze hebben een angst voor risico, voelen zich prima thuis in de slachtofferrol en stellen zich afhankelijk op van de autoriteiten. Bovenal voelen ze zich snel beledigd, aangevallen of 'niet in hun waarde gelaten’. Daarom noemen ze een 'snow man’ een 'snow person’.