Cindy Hoetmer, Het beest in Daisy

Brrrrr

Cindy Hoetmer

Het beest in Daisy

De Arbeiderspers, 208 blz., € 15,95

Hoe kom je aan de man? Deze vraag heeft sinds Charlotte Brontë’s meesterwerk Jane Eyre heel wat meisjes- en jongensharten sneller doen slaan. Nog steeds verschijnen verspreid over de wereld iedere week duizenden nieuwe titels op dit gebied, ik denk niet dat ik overdrijf. Cindy Hoetmer schreef een eigentijdse variant die begint met de nu al klassieke zin: «Mannen gaan altijd weg.» Als geroutineerd, geduldig en zeker ook liefdevol lezer van dit genre wist ik meteen hoe laat het was. Dit wordt een verhaal van ach en wee.

De heldin vertelt inderdaad een sombere en sterk zelfmedelijdende ge schiedenis over twee relaties die haar niet wat je noemt het gewenste geluk brachten. De ene had ze vroeger met een jeugdvriend, haar eerste vriendje, dat haar afranselt, aan de drugs brengt, ervoor zorgt dat ze haar school verlaat en nooit eens gezellig een leuk gesprek voert of met haar op zeilkamp gaat. Het enige wat hij wil is wiet telen, huizen kraken, speed gebruiken en de boerenlul uithangen. «Wonen in een kraakpand was niet leuk», laat Hoetmer haar heldin dreigend zeggen, voor het geval we nog niet begrepen hadden dat zij het echt zwaar te verduren kreeg.

De andere relatie heeft ze met een «bekend» producent «van de televisie» in wie je met een beetje fantasie John de Mol kunt herkennen. Hij is de botheid zelve, misbruikt haar, behandelt haar systematisch als een slet en ze moet hem tot overmaat van ramp met een zweep afranselen. Maar ja, hij kan wel lekker neuken, dat scheelt. «Hij gééft meer dan hij neemt.» Maar hij blijft een eikel. «Wanneer we de liefde hebben bedreven bij mij thuis gaat hij even onder de douche en vertrekt hij, als het in een hotel is maakt hij duidelijk dat ik moet opzouten door zijn kleren aan te trekken en te gaan telefoneren of werken op zijn laptop.» Ik heb lang op deze rampzalige zin zitten studeren. Moet de heldin de kleren van die man aantrekken?

Hoetmer heeft er hard aan gewerkt om het dwangmatig passieve gedrag van haar heldin plausibel te maken. Ze doet haar uiterste best het allemaal te verklaren uit een ongelukkige jeugd. Ze maakt van haar een verwaarloosd kind: haar vader is een slappe zak en haar moeder heeft haar zelfs nooit aan geraakt. Zo krijgt deze roman iets «lo gisch». Ja, natuurlijk doet Daisy zo raar: kijk maar naar haar jeugd en opvoeding. Ik kreeg steeds meer het idee dat Hoetmer een veel sterker boek zou hebben geschreven wanneer ze al die verklaringen weg had gelaten. Waar om niet alleen ingezoomd op die cynische, depressieve en passieve Daisy? Had ons toch niet lastiggevallen met dat wee makende psychogebabbel over een kille moeder, geestelijke verwaarlozing, eenzaamheid en wat al niet meer. Hoetmer laat zelfs haar heldin in dit soort babbeltermen denken. «Er is geen externe factor die ik de schuld kan geven van mijn voorkeur voor klootzakken», staat er gens. En elders: «Aan mijn sociale isolement kwam na een jaar of drie een eind (…)» Externe factor, sociaal isolement? Ik vind dat een heldin als deze dit soort kletsmeierwoorden bin nen dit genre nooit en te nimmer mag denken. Ze mag zich wel door iedereen laten naaien, om binnen het jargon te blijven, zich volgieten, iedereen afzeiken, altijd de verkeerde vriendjes kiezen, maar ze mag uiteraard geen enkel idee hebben waarom. Dat geklets over het waarom van alles behoort tot de Oprah Winfreys en de dokter Phils op de televisie en de zieluitleggers in de krant. Dat willen de mensen graag horen, opdat ze niet op straat hardop gaan lopen schreeuwen. Maar als je schrijver wil zijn, mag je daar nooit aan meedoen, streng verboden. Zeker niet binnen dit genre, hou toch op. Had gewoon een verpletterend boek ge schreven over een vrouw die alles doet wat verboden is, er niks aan kan doen en er niks van snapt. Dan had ik lekker zitten huiveren, ik weet het zeker, en dan had ik die vrouw misschien zelfs wel willen redden.

Daar gaat het toch om in literatuur, dat je als lezer, terwijl je leest, de held of heldin wil redden van de ondergang? Dat je het als lezer tijdelijk beter weet? Nu kon het me geen bal schelen wat er met haar gebeurde. Ja, logisch, voelde ik mezelf steeds denken, van het een komt het ander, dat zeggen ze allemaal, «geestelijk verwaarloosd», «geen externe factor», «isolement», «eenzaamheid». Waarom zou ik nog verder lezen als haar gedrag vanzelfsprekend daartoe terug te brengen is?

Vermoedelijk heeft Hoetmer niet kunnen of durven kiezen toen ze dit boek schreef. Moest het een satire worden over jonge vrouwen die zich een weg banen naar maatschappelijk ge luk? Dat had iets kunnen zijn. Of een psychologisch verantwoorde studie over de depressie van een tragische jonge vrouw? Brrrrr. Het is iets ertussenin geworden. En dan heb je dus twee keer niks.