‘Waarom zou een vrouw geen ayatollah kunnen zijn?’

Bruggenbouwster tussen de VS en Irak

Zainab Al-Suwaij, strijdster tegen religieus extremisme en vrouwenonderdrukking, vluchtte na de Eerste Golfoorlog voor Saddam Hoessein naar Amerika. Daar werd zij gesprekspartner van de regering.

AAN DE VOORAVOND van de invasie in Irak, in maart 2003, belegde George W. Bush een bijeenkomst met Iraakse ballingen. Zainab Al-Suwaij was een van hen. Zij beschuldigde Amerika tijdens de bijeenkomst van verraad. Twaalf jaar eerder, aan het einde van de Eerste Golfoorlog, had zij als twintigjarig meisje gehoor gegeven aan de oproep van Bush senior om in opstand te komen tegen Saddam Hoessein. Bush beloofde steun maar stond vervolgens toe dat Saddam de opstand van de sjiieten in Zuid-Irak meedogenloos neersloeg. ‘Dat zal dit keer niet gebeuren’, zei Bush junior terwijl hij haar aankeek. ‘Ditmaal zal Irak bevrijd worden, en dat gaat snel gebeuren.’
Bush de vader steunde het verzet tegen Saddam niet omdat hij bang was voor een sjiitisch bestuurd Irak dat onder de invloed van Iran zou komen. Dat is voor een groot deel uitgekomen na de invasie, maar Zainab heeft voor die strategische overwegingen ook nu geen begrip: ‘Er is geen rechtvaardiging mogelijk. Als ze gezegd hadden: we willen Irak niet bezetten en ons niet in dat wespennest begeven, goed. Maar ze konden paal en perk stellen aan Saddam.’
Ze vertelt hoe de Koeweiters aan de vooravond van de oorlog in 2003 haar en andere sjiitische kopstukken ervan probeerden te overtuigen dat het lot van Irak beter in handen van een soennitische leider kon worden gelegd. De naam van de Jordaanse ex-kroonprins Hassan werd genoemd. Hassan, de broer van wijlen koning Hoessein van Jordanië, lobbyde zelf tevergeefs in Washington om koning van Irak te worden.

ZAINAB AL-SUWAIJ (1971) is de kleindochter van een vooraanstaand ayatollah in Basra in Zuid-Irak. Haar grootvader was de naaste medewerker van grootayatollah Sistani, de meest gezaghebbende geestelijke van het land. ‘Ik had een heel nauwe band met mijn grootvader’, vertelt Zainab, ‘de nauwste band die ik ooit met iemand heb gehad.’
Ze groeide op in een prominent religieus gezin, maar weigerde al als jong meisje de traditionele dienende rol van de vrouw te vervullen. Direct na de Golfoorlog in 1991 nam ze actief deel aan de opstand van de sjiieten in Zuid-Irak. Toen de opstand werd neergeslagen moest ze onderduiken en vluchten. ‘Ik kwam aan de grens met Jordanië. De Iraakse douane had een kaartenbak, er waren toen nog geen computers. De kaartenbak kende drie categorieën: doorlaten, arresteren of ter plaatse afmaken. De douanebeambte bladerde door de kaartenbak, zag mijn naam en stopte. Ik wist wat er onder mijn naam stond: ter plaatse afmaken. Ik gaf hem geld onder de tafel, en hij bladerde verder.’
Zainab vertrok naar Amerika. Ze werd Amerikaans staatsburger, trouwde, kreeg kinderen, studeerde en ging doceren aan Yale University.
Ze geniet van de vrijheid in Amerika en is niet van plan naar haar vaderland Irak terug te keren, althans niet om er permanent te wonen. Maar na de terreuraanslagen van 11 september 2001 gaf ze wel haar baan als docent op om zich te wijden aan de strijd tegen religieus extremisme en onderdrukking van vrouwen. Ze was een van de oprichters van het American Islamic Congress (AIC), een organisatie die stem wil geven aan progressieve, gematigde moslims en zich zowel richt op de moslimgemeenschap als op de dialoog met andersdenkenden. Van begin af aan is ze voorzitter van het AIC. Ik spreek haar op haar kantoor in Washington.
‘Je kunt niet volstaan’, zegt ze, ‘met te zeggen: de moslims en de islamitische wereld worden besmeurd, we worden gediscrimineerd, wij zijn perfect. Wij kunnen niet doen alsof we geen probleem hebben, want natuurlijk hebben we dat als de radicale islam predikt dat mensen die niet geloven wat wij geloven verdienen te sterven. Dat maakt van mij ook een ketter. Iemand doden omdat hij anders is, in kleur, geloof of seksuele oriëntatie, is fout.’
Na 9/11 en de oprichting van het AIC schreef Zainab opiniestukken voor gezaghebbende kranten als The New York Times en The Wall Street Journal, verscheen ze regelmatig op tv en liet zich raadplegen door de regering-Bush: ze was een factor geworden als het ging om Irak en moslims in Amerika. Ze realiseerde zich al snel dat de Amerikanen geen idee hadden van Irak: ‘De Amerikanen wilden als bevrijders worden gezien, niet als bezetters. Ze dachten dat democratie in Irak net zo vanzelfsprekend werkt als in Amerika. Maar Irakezen waren gewend dat Saddams wil wet was en bevrijding betekende voor hen dat ze ongestraft konden plunderen, roven, moorden en vernielen. Het is alsof je een klas met kinderen een week opsluit en dan de deur opent en verwacht dat ze zich netjes zullen gedragen.’
Maar Zainab was George W. Bush dankbaar voor het omverwerpen van het regime van Saddam en sprak daarom op de Republikeinse Conventie in 2004 voor de herverkiezing van de president.

ZAINAB ZET ZICH behalve voor Irak in voor de rechten van moslimvrouwen: ‘Ik geloof dat verandering van binnenuit mogelijk is. Niet de religie is het probleem, maar de mensen zijn dat. Veel gewoonten in verschillende islamitische landen komen voort uit de lokale cultuur, daar heeft de religie niets mee van doen. In Irak zeggen ze bijvoorbeeld dat iets “aib” is, dat is: cultureel onaanvaardbaar. De aib is onderdrukkender voor moslimvrouwen dan de islam. Een werkende vrouw is cultureel onaanvaardbaar, maar is volgens de islam geen probleem.’
Ze vertelt dat mannen en vrouwen in Irak gescheiden leven, zeker in het gezin van een ayatollah. Vrouwen mogen naar school en studeren, maar ze werken niet buitenshuis: 0‘Toen ik naar Irak ging voor een project werkten er 120 man voor mij, velen ouder dan ik. Dat was heel moeilijk voor mijn grootvader. Niet alleen woont zijn kleindochter in Amerika en verschijnt daar op de televisie, maar zij werkt ook nog in Irak, geeft leiding aan mannen en treedt op in het openbaar. Ik herinner me een gesprek met mijn grootvader waarin hij zei: “Waarom ben je buitenshuis gaan werken? Ik betaal je het drievoudige van wat je nu verdient als je thuisblijft.” Ik antwoordde: “Het gaat mij niet om het geld.” Dat was voor hem geen eenvoudige zaak, maar hij accepteerde het, hoewel in zijn milieu van ayatollahs een werkende vrouw niet aanvaardbaar is.’
Na de bevrijding van Irak had Zainab een aanvaring met het geestelijke establishment: ‘Ik organiseerde een conferentie over politieke en economische rechten van vrouwen in Hela, het historische Babylon. Veel deelnemers waren traditionele vrouwen. Na de eerste dag zeiden ze: we moeten onze imam raadplegen, wat hier gebeurt, is strijdig met de islam. De imam herkende mijn naam, hij kende mijn grootvader en mijn oom. Ik legde hem het programma voor: politieke en economische rechten van vrouwen. Hij zei: “Dat kan niet. In onze maatschappij moeten vrouwen thuis zijn en voor de kinderen zorgen.” Ik hield hem voor dat de profeet Mohammed trouwde met Chadidja, zijn eerste vrouw. Zij was een zakenvrouw en hij werkte voor haar. Is dat geen voorbeeld van economische zelfstandigheid? Mohammed trouwde verder met Aisha, zijn laatste vrouw, die een leger naar Basra leidde om te vechten. Is dat geen politieke participatie? De imam had geen antwoord. Hij zei: “Ga je gang en laat mij verder met rust.”’
Vond uw grootvader werken onzedelijk?
‘In de kring waarin hij verkeert nemen vrouwen een ondergeschikte positie in, maar toch steunde hij mij. Wel zei hij steeds: “Ik maak me zorgen over je veiligheid.” Hij zag mij, zijn kleindochter, als een voorbeeld. In cultureel opzicht was hij het waarschijnlijk met zijn collega’s eens, maar op grond van religieuze beginselen stond hij achter mij.’
Zou een vrouw een ayatollah moeten kunnen worden?
‘Waarom niet? Volgens de traditie is dat mogelijk. Als je een ayatollah wordt, heb je een bepaalde studie gedaan en een bepaald ontwikkelingsniveau bereikt. Waarom zou een vrouw dat niet kunnen?’
Veel vrouwen zijn niet in hun rechten geïnteresseerd.
‘Dat klopt. Vrouwen in de islamitische wereld kennen hun rechten niet en willen ze niet kennen. Ze bedenken niet hoe ze hun lot kunnen verbeteren. Het is een recent verschijnsel dat steeds meer vrouwenbewegingen de kop opsteken. Vrouwen beginnen te studeren en te leren.’

Volgens Ayaan Hirsi Ali sliep de profeet Mohammed met een meisje van negen en was hij dus een perverseling.
‘Mohammed was een mens en tegelijk een profeet met een boodschap. Voor veel zaken moeten de moslims en de Arabieren zich schamen, of het nu het kinderhuwelijk is, dat tot vandaag de dag plaatsvindt, eerwraak of steniging. Maar de islam heeft in de tijd van Mohammed de status van vrouwen verbeterd in vergelijking met de preïslamitische toestand. In de geschiedenis van de islam is er geen serieuze poging geweest tot verandering en nieuwe interpretatie, tot een soort Reformatie. Dat is de oorzaak van de stagnatie.’
Waarom draagt u een hoofddoek?
‘Ik ben opgegroeid in een religieus gezin. Het is deel van mij. Dat ben ik, dat is Zainab.’
Wilt u dat uw dochter een hoofddoek draagt?
‘Als zij dat wil.’
Maar wat is uw advies?
‘Dat moet ze helemaal zelf beslissen. Ze is nu negen.’
Zainab zelf is toen ze negen was een hoofddoek gaan dragen, na terugkomst van de bedevaart naar Mekka. Dat was in een tijd dat je nog maar weinig hoofddoeken zag, zeker in Irak onder het seculaire regime van Saddam: ‘De eerste dag dat ik naar school ging dacht ik: ik wil een hoofddoek dragen. Ik was de enige op school die dat deed en ik werd er enorm mee gepest.’
Uw echtgenoot is een Irakees die in Amerika is opgegroeid. Als hij zegt: Zainab, ik smeek je, doe de hoofddoek af. Wat zegt u dan?
Ze begint hartelijk te lachen: ‘Dat heeft hij gedaan.’
Stond hij erop?
‘We zijn niet meer getrouwd.’
En was dit een van de redenen?
‘Hij wilde eerst een vrouw trouwen die een hoofddoek droeg. Later veranderde hij van mening. Een hoofddoek dragen is mijn recht, net zoals het zijn recht is om atheïst te zijn.’
Heeft u na de aanslagen op 11 september 2001 ervaren dat mensen u verdacht vonden met uw hoofddoek?
‘Ja zeker. Ik was in Nederland voor een conferentie. Ik wilde een taxi nemen in Amsterdam, tegenover de opera. De chauffeur snauwde: “Stap uit.” Ik nam een taxi achter hem. Die chauffeur zei: “Hij wilde u niet meenemen vanwege uw hoofddoek.” Ik was diep geschokt.’
Hoe dacht uw grootvader over homoseksualiteit?
‘Dat onderwerp is nooit ter sprake gekomen. Toen ik jong was kende ik het verschijnsel niet. Volgens de traditie in Irak wordt daarover nooit in het openbaar gesproken. Het probleem wordt ontkend. Ik stel het nu wél ter discussie.’
En wat gebeurt er dan?
‘Mensen zeggen: dat is slecht, God zal ze straffen. En mijn antwoord is: prima, laat het dan aan God over. Jullie zijn God niet.’


Zainab Al-Suwaij is, net als Tariq Ramadan, een van de deelneemsters aan de Nexus-conferentie Reflections on Man after the End of History op 6 september in Amsterdam, waarin de kwestie tolerantie versus fundamentalisme centraal zal staan. Zie www.nexus-instituut.nl