Sport

Brugman

In de finale van de Champions League in Athene tussen AC Milan en Liverpool dragen de spelers van Milan oordopjes. Als Milan wint is dat voor een deel te danken aan sterspeler Clarence Seedorf, zoals altijd. Niet alleen door zijn voetballende kwaliteiten. Er is meer.
Ze zeggen wel eens over iemand die een beetje stil of stug was: ‘Ome Piet was een man van weinig woorden.’ Dat betekent dat Ome Piet bij zijn leven niet veel sprak, maar áls hij sprak, dan wás het ook wat. Je hoort zelden: ‘Hij was een man van veel woorden.’
Over Clarence Seedorf zou je dat wel kunnen zeggen. Hij houdt van woorden, vooral die van hemzelf. Seedorf is een echte prater.
Voor de wedstrijd praat hij met zijn medespelers, na de wedstrijd ook, en vooral tijdens de wedstrijd houdt hij niet op met communiceren. Vanaf het eerste fluitsignaal tot na het allerlaatste praat Clarence Seedorf tegen het elftal. Niet alleen over de wedstrijd zelf, niet eens per se over voetbal. Nee, Seedorf heeft over veel meer dingen iets te zeggen. Hij praat als drie Brugmannen op speed.
Dus terwijl hij een balletje breed legt op Inzaghi zegt hij: ‘… maar het gaat niet puur om hoe je je ontwikkelt als voetballer, begrijp je, maar ook als mens. Ik bedoel, je kunt aan mij zien, bijvoorbeeld, dat die dingen samengaan…’
Terwijl hij door de verdediging van de tegenstander slalomt: ‘… is de enige manier om te overwinnen. Persoonlijkheid heb je of heb je niet. Ik bijvoorbeeld heb wel persoonlijkheid, en het is goed als een coach dat ziet…’
De Milan-spelers worden er zenuwziek van. De hele tijd dat geklets aan hun hoofd – kan die gast even stil zijn?
Seedorf kwam ter wereld met een indrukwekkend lichaam – dat hem bij de geboorte de bijnaam King Kong opleverde – en met een vergroot communicatievermogen. Vanaf zijn vroegste jeugd wil Seedorf al communiceren. Hij overwoog in zijn kleutertijd nog om tafeltennisser te worden – wat hem de bijnaam Ping Pong opleverde – maar vond dat te eenzaam en koos voor het voetbal. Hij is daar rijk mee geworden, en koopt gouden sieraden – wat hem de bijnaam Bling Blong opleverde. Vanwege zijn spirituele instelling wordt hij ook wel Ying Yong genoemd.
Seedorf eist de bal op bij Kaká en zegt ondertussen: ‘… dan kun je allemaal wel op je pik getrapt gaan zitten doen, maar het is nu eenmaal zo dat wie een grote pik heeft er eerder op getrapt wordt. Da’s een kwestie van verhoudingen. Ikzelf, qua pik, ben er behoorlijk op getrapt, dus…’
Seedorf posteert zich achter de bal voor een vrije trap, en zegt tegen Pirlo dat híj hem neemt, en vervolgt dan: ‘… als aanvaller zijnde bedoel ik, en dat ook in overdrachtelijke zin. Het leven is aanvallen, en met verdedigen kom je nergens…’
Door het goede werk van (sport)journalist Simon Kuper weten we dat Clarence in de crèche al iedereen suf lulde en bemiddelde bij ruzies over speelgoed. Een voetbalelftal ziet hij ‘als een soort discussiegroep om mensen te helpen’.
Dat Seedorf de taal serieus neemt bewijst ook de publicatie van een gedicht van hem in het tijdschrift Hard Gras. Met name één regel maakte diepe indruk: ‘in deze maatschappij is te veel haat, racisme en discriminatie (…)’
(Wij van de sportredactie zouden willen zeggen: hou dit vast, Clarence. Zet het door. Je hebt iets bij de kop. Toi toi toi!)
Seedorf doet rek- en strekoefeningen tijdens de warming-up. Naast hem ligt Costacurta. Seedorf steekt van wal: ‘… altijd zo negatief gedaan. Als je ziet wat ze hebben betekend voor het Nederlandse voetbal, voor de hele maatschappij… Dan ga je toch denken dat je een naar geurtje ruikt, de geur van discriminatie…’
De oordopjes gaan in. Maar Clarence praat gewoon door.
Dezelfde Simon Kuper meldt ons dat Seedorf in de tijd dat hij werd uitgefloten door het eigen Nederlandse publiek telkens zeer aangeslagen was: ‘Op een kerstavond overwoog hij een gedicht aan het Nederlandse volk te schrijven (Seedorf bedient zich altijd van gedichten en liederen als gewone woorden tekortschieten).’
(Dat bracht hem de bijnaam Sing Song.)
Bij mijn weten heeft Seedorf dat gedicht aan het Nederlandse volk nooit gepubliceerd. We kunnen er slechts naar gissen. Misschien zou hij verwijzen naar zijn eerdere werk, want intertekstualiteit, ook daar draait hij zijn hand niet voor om.
‘O Nederland, land van polderachtige schoonheid en gratie,
Voetbal is een spel van samenwerking, rust en roulatie.
Soms denk ik als ik onrecht tussen zwart en blank op straat zie:
In deze maatschappij is te veel haat, racisme en discriminatie.’