Brugsma voor de moffen

‘U moet weten, de mens is een dier, met dat verschil dat dieren op een enkele chimpanseesoort na geen massavernietiging op de eigen soort plegen toe te passen. Er bestaat geen volk dat daarin minder erg is dan het andere. De Duitsers zijn erg, maar de Nederlanders ook. Wij zijn allemaal heel erg.’ De liefhebbers van de betere misantropie raden al wie hier aan het woord is. Inderdaad, oud-Haagse Post-hoofdredacteur W. L. ‘Boebie’ Brugsma. En hij is aan de lijn om toe te lichten waarom hij zijn naam heeft geleend aan een nieuwe persprijs voor journalisten, afgelopen weekend ingesteld door de sectie Duits van de Vereniging Leraren in Levende Talen, de Stichting ter Bevordering van de Duitse Taal en de ambassade van de Bondsrepubliek in Nederland.

Vanaf 1997 maken Nederlandse journalisten die ‘een bijzondere bijdrage leveren aan de verbetering van de relaties tussen Nederland en Duitsland’ kans op een oorkonde, een beeldje en een nog nader te bepalen geldbedrag. Het is de zoveelste poging om de houding van de Nederlanders jegens de oosterburen te verbeteren. Maar waarom mengt W. L. Brugsma zich in dat gebeuren? Als ex-gevangene van het concentratiekamp Dachau is hij wellicht niet de meest voor de hand liggende kandidaat voor een dergelijke liefdevolle benadering van het Duitse volk. Dit blijkt een vergissing. Brugsma: 'Ik vind dat het maar eens uit moet zijn met de absurde houding van de Nederlanders ten opzichte van de Duitsers. Zelfs de Polen hebben het Duitse volk onlangs vergiffenis geschonken voor de gebeurtenissen in de oorlog, en dat terwijl die met zes miljoen doden toch aanzienlijk meer hebben geleden dan de Nederlanders, die met 220.000 doden toch betrekkelijk klein bier hebben gehad. De oorzaak van de weinig vergevingsgezinde houding van de Nederlanders na de oorlog zit hem natuurlijk in het feit dat maar vier procent van de bevolking tijdens de oorlog verzet pleegde. Hetgeen overigens precies gelijk staat aan het percentage Nederlanders dat vrijwillig deel uitmaakte van de Waffen SS.
Doordat het overgrote deel van de Nederlanders tijdens de oorlog helemaal niets had gedaan, ontstond bij de jongere generaties vanaf de jaren zestig het gevoel dat de oorlog tegen de Duitsers nog moest worden uitgevochten. Het werd een oorlog apres la lettre. Vanaf dat moment begon de idiotie. Het begon met het protest tegen het huwelijk tussen Beatrix en Claus. Dan zien we situaties als die na de halve finale van de Europese voetbalkampioenschappen tussen Nederland en Duitsland in 1988: Erwin Koeman die zijn kont afveegt met het hemd van een Duitse speler. Dan zien we ook zo'n idiote 'Ik ben woedend’-briefkaartenactie, waarbij voor het gemak werd vergeten dat de meeste Duitsers even woedend waren over die aanslagen en dat in Nederland in die periode soortgelijke incidenten hadden plaatsgevonden. Of neem die recente enquete onder de Nederlandse jeugd door het Instituut Clingendael, waaruit blijkt dat driekwart van de Nederlandse jeugd er nog steeds anti-Duitse gevoelens op nahoudt.’ De anti-Duitse houding in de Lage Landen wekt in de Bondsrepubliek steeds meer irriatie. Kohl verklaarde al eens niet te begrijpen wat de Nederlanders tegen zijn land hadden. Nederland was tijdens de oorlog toch meer het slachtoffer geweest van Oostenrijkers als Seyss-Inquart en Rauter?
Volgens Brugsma is het gewoon een 'zaak van geestelijke hygiene’ dat de Nederlanders nu eindelijk eens met de Duitsers in het reine komen. 'Het is toch van de gekke dat we jonge Duitsers die niets met de oorlog van doen hadden, blijven veroordelen, terwijl in Nederland niet eens een begin is gemaakt met het zich rekenschap geven van de aangerichte schade in Indonesie? Lou de Jong mag niet eens opschrijven dat onze jongens zo'n 160.000 ploppers hebben neergelegd.’
Niettemin kan Brugsma zich wel iets voorstellen bij de irritatie bij sommige landgenoten over de groeiende economische macht van het herboren Duitsland over de buurstaten. De voortvarende wijze waarop het kabinet-Kok na een bliksembezoek van kanselier Kohl onlangs de voorgenomen aankoop van Amerikaanse legerhelicopters afblies en toch koos voor produkten van Frans-Duitse makelij, was een treffende illustratie daarvoor. Geluiden als dat Nederland zich 'moet neerleggen bij de natuurlijke machtspositie van Duitsland in het nieuwe Europa’ (zoals historicus Ronald Havenaar onlangs in Paradiso verkondigde), gaan Brugsma te ver. 'Nederland moet ten opzichte van Duitsland natuurlijk wel een “nuisance value” behouden.’ Was die 'Ik ben woedend’-actie dan geen goede 'nuisance’? Brugsma: 'Nee, dat toch maar liever niet.’