Bruiloften-en-partijentheater

Sinterklaasavond. PSV speelt tegen Bremen. Op het publiek in het Amsterdamse Nieuwe de la Mar-theater hebben pakjesavond en voetbal geen uitwerking. John Lantings Theater van de Lach viert haar zilveren jubeljaar met Jubileum Hotel. Het Theater van de Lach produceert al een kwart eeuw kluchten. Van Dale verklaart ‘klucht’ als volgt: ‘Een kort toneelstuk, waarin een komiek geval uit het dagelijks leven op boertige wijze wordt behandeld.’

Is Two into One (door Lanting vertaald, bewerkt en geregisseerd tot Jubileum Hotel) van Ray Cooney een klucht? Het stuk is kort, er is sprake van een ‘komiek geval’ (parlementarier aast op overspel terwijl politieke aasgieren en zijn echtgenote in de buurt zijn), de behandeling wordt onder meer 'boertig’ door de stuntelende secretaris van de parlementarier, die alle ellende recht moet breien en desondanks overal de schuld van krijgt (Lanting, natuurlijk!).
Is Two into One ook een goede klucht? Het eerste bedrijf gaat goeddeels op aan goedkope flauwekul, waarbij de politicus tussen de 'klamme lappen’ van het onechtelijk bed poogt te belanden, terwijl de ongelukkige secretaris door de hitsige gemalin van de politicus kirrend in haar echtelijk bed wordt gelokt. De handeling is hilarisch, het decor zeer beweeglijk, maar overdaad schaadt. De ongelukkige secretaris (Lanting, natuurlijk!) is al held van de avond voor hij een woord heeft gesproken. De Italiaanse ober Gino Pasta (Niek Pancras) steelt de rest van de show. De dialogen zijn belabberd, de wilt-u-nog-koffie-nou-nee-doet-u-mij-maar- theeteksten sterven een zachte dood in gilletjes en andere oh’s en ah’s. Lanting bespeelt handig de vermoedens onder het publiek. Tegen de pauze ligt dit ongeleide acteerprojectiel al straatlengten voor op zijn ploeterende collega’s.
We gaan de pauze in met twee elkaar frontaal betrappende overspelige echtelieden. Mooie cliff hanger. Die na de koffie naadloos wordt herhaald. Waar moet dit nog heen? Laat dat maar aan John Lanting (en aan Ray Cooney) over. We misten immers nog de jonge, werkloze echtgenoot van de maitresse van de parlementarier (tevens secretaresse van de minister-president) - bent u daar nog? Iedereen verkeerde tijdens het eerste bedrijf in de veronderstelling dat die jonge echtgenoot op skivakantie was, in het tweede bedrijf keert hij (ski-ongeluk) plotseling terug. En dan moet de secretaris van de parlementarier alles uit de kast halen om iedereen ongezien dat hotel uit te smokkelen. En net als wij denken: deze gordiaanse knopen zijn niet meer te ontwarren, zegt de maestro (Lanting, natuurlijk!) met een vette knipoog naar de zaal: 'Ik geloof dat dit het einde is.’ En dan zakt het doek voor de laatste keer, morgen gaat het vanzelfsprekend weer op en John Lanting bedankt voor 25 jaar volle zalen. Theater van de Lach speelt Jubileum Hotel nog tot diep in april van 1996 door het hele land.
Laten we het even niet over seksisme hebben! Ik had iemand meegenomen die het almaar over seksisme had! Kluchten scharnieren op menselijke nieuwsgierigheid, het verlangen om door sleutelgaten te loeren en vervolgens te roepen: zij wel, wij niet! En omdat Lanting met zijn tijd meegaat, blaast ook de herenliefde in deze produktie een partijtje mee. Correctie: de vermeende herenliefde. Niemand is 'het’. Ook hier worden de associaties onder het publiek handig bespeeld: uiteindelijk lacht de toeschouwer om zijn eigen vermoedens - wie doet het met wie?
In de tweede akte draait het mechaniek van de klucht op volle toeren. Ik moest veel meer lachen dan over dat zich traag voortslepende eerste bedrijf. Na de pauze trad een personage op de voorgrond dat me zeer beviel: de hotelmanager, gespeeld door Flip Heeneman, een arme kleinburger die de hoeveelheid seksuele strapatsen in zijn hotel niet meer verdraagt. De man denkt dat er in zijn hotelkamers de meest verschrikkelijke dingen plaatsgrijpen. De grap zit opnieuw in de suggestie, die Heenemans personage niet doorziet. Het verschrikkelijke vindt namelijk niet plaats. En dat is nou juist zo verschrikkelijk!
Met de kwaliteit van de suggestie heb ik moeite. Lanting, Pancras en Heeneman komen een heel eind. De rest van de Theater van de Lach-acteurs komt niet veel verder dan ranzige afdrukken van wat in de volksmond 'boertig’ heet. Leuk doen dus, bruiloften-en- partijentheater. Ik zou Lanting wel eens in een Moliere willen zien. Toneelgroep Amsterdam heeft hem een paar jaar geleden benaderd. Toen had hij geen tijd. Na april 1996 is hij vrij. Dus, dames en heren van TGA: grijp uw kans!