Gerard Groeneveld

Bruin zingen

Gerard Groeneveld
Zo zong de NSB: Liedcultuur van de NSB 1931-1945
Vantilt, 224 blz., € 27,50 (met cd)

‘Wo man singt, da lass’ dich ruhig nieder/ Böse Menschen haben keine Lieder!’ Wanneer de Duitse dichter Johan Gottfried Seume (1763-1810) anderhalve eeuw later was geboren, had hij deze regels waarschijnlijk nooit uit zijn pen gekregen. Achter de vaandels van de grote totalitaire bewegingen van de twintigste eeuw werd niet alleen driftig gemarcheerd, maar ook uit volle borst gezongen. Het gezamenlijk zingen van meeslepende of opzwepende liederen verbroedert, de propagandaleuzen worden er min of meer vanzelf ingehamerd, en het geeft moed. Groeneveld opent zijn boek met een citaat uit Mein Kampf, waarin Hitler beschrijft hoe tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn regiment al zingend de vuurdoop onderging.

De jonge nationaal-socialistische beweging had grote behoefte aan strijd- en marsliederen, maar had in dit opzicht een grote achterstand op de communisten. Die hadden militante liederen als het bekende Brüder, zur Sonne, zur Freiheit, met de slotregels: ‘Brüder, ergreift die Gewehre/ auf zur entscheidenden Schlacht!/ Dem Kommunismus die Ehre,/ ihm sei in Zukunft die Macht.’ Met enkele eenvoudige kunstgrepen werd dit lied omgebouwd tot het nazistische strijdlied Brüder in Zechen und Gruben. Zelfs de ‘heilige’ Internationale werd gekaapt en getransformeerd tot de Hitlernationale.

Na een uitvoerig overzicht van de Duitse bruine liedcultuur, met onder meer de geschiedenis van het Horst-Wessel-Lied, gaat Groeneveld in op de vele liederen die in de nsb en de aan haar gelieerde organisaties werden gezongen. Ook hier duurde het even voordat er een voorraadje meezingers was gefabriceerd. Interessant is dat de nsb in het begin vooral te pas en te onpas het Wilhelmus zong, te meer omdat dit pas sinds 1932 het officiële Nederlandse volkslied was. Na meer dan een eeuw Wien Neêrlands bloed in d’aders vloeit moest de Nederlandse bevolking erg wennen aan dit volkslied. Enigszins apodictisch stelt Groeneveld: ‘De nsb leerde de Nederlandse bevolking het Wilhelmus zingen.’

Echt grote tekst- en toondichters hadden de Nederlandse nazi’s niet in hun gelederen, en Groeneveld laat zien dat het vaak moeite kostte om aanvaardbare liederen te vinden. Zo werd een lied waarin koningin Wilhelmina ‘opoe’ werd genoemd en werd opgeroepen tot geweld tegen joden – ‘met koppels slaan wij ze tot brij’ – door de WA-leiding afgekeurd. Toch hebben deze kwaliteitseisen niet geleid tot liederen die het aanhoren nog waard zijn. Van de op de bijbehorende cd opgenomen liederen kun je je alleen van de Duitse bonus tracks – het Horst-Wessel-Lied, het lijflied van de Hitlerjugend Unsere Fahne flattert uns voran en het Englandlied – voorstellen dat ze mensen enthousiasmeerden.