Antoine de Kom, Ritmisch zonder string

Bruine tantes

‘Antoine de Kom (1956)’, aldus de vreemdste blurb die ik ooit las, ‘is een kleinzoon van de Surinaamse nationalist en verzetsstrijder Anton de Kom. Hij bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door in Suriname. (…) In het dagelijks leven is hij forensisch psychiater en gehuwd met de mensenrechtenactiviste Lilian Gonçalves-Ho Kang You.’ Wat is de relevantie van deze informatie? Ontleent de poëzie haar waarde en betekenis aan het feit dat de dichter gelieerd is aan belangrijke Surinamers?

Medium antoine de kom   ritmisch zonder string

De vraag klemt te meer daar de titel van het boek, afgezien van zijn verwijzing naar minimaal ondergoed, de kreet ‘no strings attached’ oproept. Het zou dan gaan om swingende, erotisch geladen poëzie die de totale vrijheid zoekt. Daar horen geen beroemde opa’s en politiek actieve bedgenotes bij.

De omslagtekst is misleidend en doet de dichter te kort. Niet alleen kan de poëzie heel goed op eigen benen staan, bovendien zou een exclusief Surinaams of politiek geëngageerd perspectief de lectuur gijzelen. De Kom is namelijk een meeslepend dichter die de lezer alle hoeken van de wereld laat zien. Zeker, er komt de nodige Caribische geschiedenis voorbij, maar de bundel begint in Marokko en eindigt in Oman, om onderweg ook Kaapstad, Istanbul, Menorca, Damascus, New Orleans en Sint Petersburg aan te doen. De gedichten bedienen gul alle zintuigen en zoeken een taal voor de zinderende rijkdom van de wereld. Dat zoeken is geen behoedzaam tasten, maar een dans die het eerder van vaart moet hebben dan van precisie. In dat opzicht herinnert zijn werk aan dat van Federico Garcia Lorca en Tsjêbbe Hettinga.

In een flagrante schending van heersende typografische mores heeft De Kom de meeste gedichten gecentreerd laten afdrukken, hetgeen de bladspiegel een ongedurig karakter verleent. De gedichten willen niet stilstaan, maar wervelen als derwisjen over de pagina, zoals ‘de soefi zich in hun trances opschroevend/ wervelen naar verre twijgen bittere sinas’, of

als bruine tantes ritmisch dansend
zonder string en in hun handen klappend op
het altaar goddelijk genot in
goddelijk genot veranderen

Nergens, zo klinkt een stem op Hawaii, ‘is het beter dichten dan op aanrollende golven. men neme een stevige regel en houde zich daaraan vast. de golven breken op. de regel wordt schuimend gedicht en als de golf op het punt van omslaan komt is de bladzij altijd sneller. dichten is zulk omslaan golven zijn al brekend en ontrollen dan pas echt hun poëzie.’ De vorm van de gedichten wordt geacht de beweeglijkheid van de wereld te representeren.

Wat gebeurt er als je je laat meevoeren? Je maakt kennis met de geliefde van de dichter: ‘heb het over haar vele lichamen die volkomen in elkaar passen/ heb het over haar vingers en kleuren haar oogwenken/ poses en franse lachjes voorkeuren pasta’s en hoedjes’. Je bezoekt een festival voor sacrale muziek in het Marokkaanse Bab Al-Makina. Je reist samen met de dood naar een decadente disco in Zuid-Afrika. En je verneemt dat ‘de mooiste billen ter wereld wonen op het eiland waar de mensen in bomen leven en verlegen katers zich hun eerste sterven proberen te herinneren’.

Al die zintuiglijkheid, al die seksuele energie is echter doortrokken van een melancholie die voortkomt uit een diep besef van politieke misstanden. De reeks liefdesgedichten waarmee de bundel opent, eindigt in een mengeling van grimmigheid, verdriet en levensdrift:

we staan op een lijst met nummers.
de ramen zijn beslagen we
ademen met wijd open mond en
asemen onze aanwezigheid aftellend
na. we nemen met de doden op ieders zandrits
alle denkbare rouw voor lief
die is vluchtig in onze omarming neergeslagen
tropisch ochtendlicht.

Intrigerend is een lyrische, in Paramaribo gesitueerde e-mailwisseling tussen Slau, Marlon, Maureen en Devanand, waarbij de protagonist wel een afsplitsing van de rusteloze romanticus Slauerhoff moet zijn. ‘In december de regens. heel veel regen. zoveel dat de orchideeën op de telefoonlijn bloeien’, schrijft Slau. Marlon antwoordt: ‘Vandaag bij de rossige muur rond dat witte huis geel dak spraken de palmen koningspalmen zacht en hoog en vrij.’ We volgen de correspondentie van 24 tot en met 29 november 2007, en gaandeweg wordt duidelijk dat er niet alleen gedanst en gedronken wordt, maar dat zich op de achtergrond politieke verwikkelingen afspelen. Dat is niet verwonderlijk, want op 30 november zou het turbulente proces tegen de daders van de Decembermoorden beginnen. ‘Poëzie is napraten over wat nog te gebeuren staat’, zegt Slau. Niettemin weet de dichter vakkundig suspense op te bouwen. Poëzie is immers ook vooruitlopen op wat al gebeurd is.

Een van de sterkste reeksen speelt in Damascus, en wel in maart 2011, toen de protesten tegen Assad begonnen. De dichter laat zien hoe een stad met een indrukwekkende maar verwarrende culturele traditie zich opmaakt voor sektarisch geweld. ‘Wij aten in een licht turkooizen zaal/ en groot ons bad vol bloesem schuim en plattegronden.’ Er blijken antilopes rond te lopen, en ‘naast de moskee dreven gelige/ karkassen naar de waterval die vrij opstandig ruiste. het binnenplein/ was glad van bloed’.

Er wordt gebeden en gepreekt, er worden oudheden bezocht en Libanese wijnen gedronken, onder boerka’s ‘kwispelen lusten in hun lingerie’, maar ‘donkere brullende mannen’ scholen samen en overal klinkt het gefluisterd refrein ‘hafez bashar maher’. Subtiel loopt De Kom vooruit op wat een gruwelijke burgeroorlog zou worden, desondanks suggereert zijn poëzie dat schoonheid en levenslust uiteindelijk zullen zegevieren. Hij heeft gelijk.


Antoine de Kom, Ritmisch zonder string_. Querido, 112 blz., € 17,95_