Toneel

BRULLEN IN STILTE

TONEEL Koning Lear (1)

Het kan zomaar gebeuren dat je twee versies kunt zien van Koning Lear, Shakespeares toneelstuk over de herfstdraden in de hersens van twee oude mannen, Lear en Gloucester. De eerste oude man verkwanselt zijn domeinen aan zijn oudste dochters, twee temende teven, en verstoot zijn jongste kind, dat niet wil slijmen. De tweede laat zich besodemieteren door een onwettig kind dat eigen wetten wil maken over de rug van de wettige zoon – het wettige kind wordt verstoten. Lear en Gloucester – twee oude mannen die dwaas werden nét voor ze wijs hadden kunnen worden. Die in de afgrond van dementie tuimelden toen ze nog één, twee passen terug hadden kunnen doen voor ze tot hun domme beslissingen kwamen.
Een acteur formuleerde ooit een paradox over de rol van Lear: als je oud en wijs genoeg bent om hem te spelen, heb je de fysieke kracht niet meer, heb je de fysieke kracht nog wel, dan mis je het inzicht om de geestelijke afgronden te kennen waar Lear in afdaalt. Het personage Lear is tachtig, Gloucester is een leeftijdgenoot. Het stuk wordt derhalve altijd jonger bezet. Rik van Uffelen (1948) speelt Lear nu bij het Maastrichtse gezelschap Het Vervolg (regie en bewerking: Léon van der Sanden). Jack Wouterse (1957) speelt Lear in een coproductie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg Brussel en het RO Theater Rotterdam, in de vertaling van Hugo Claus (regie: Alize Zandwijk).

De enige gelijkenis tussen de twee vertolkingen is de wijze waarop de toneelspelers hun personage opbouwen. Rik van Uffelen opent als dodelijk vermoeide, schuifelende, in alles teleurgestelde Mensch, die door het gekuip en gechicaneer ontsteekt in oudtestamentische woede. Jack Wouterse opent als een energieke man met een geestig uitgevoerd maar ernstig bedoeld idee over de machtsdeling in zijn rijk. Zeg: een zorgzame vader die bijtijds regelt dat er na zijn dood geen ruzies komen. Hij wordt razend als de jongste dochter Cordelia het spel niet mee wil spelen. Lear volhardt in die razernij wanneer de andere twee dochters er vrijwel onmiddellijk een zooitje van maken. Beide Lear-vertolkers vervallen op den duur in verstilde waanzin.

Zandwijk situeert de eerste twee bedrijven op een krap voortoneel voor een blauw-paars gordijn, met de orkestbak als kelder voor opkomsten en afgangen. De personages zijn maf geschminkt, uitgedost in rare kostuums, vertonen merkwaardige tics (zoals Lears oudste dochter Goneril, die voortdurend uit balans naar achteren lijkt te vallen) – het zijn kermisklanten in een freakshow.

Maar pas op! Hier is niets wat het lijkt. Hier worden de maskers snel afgelegd. Dan rest nog slechts kwaadaardigheid. Jack Wouterse’s Lear blijft een briesende, naar evenwicht zoekende gek. Zijn verbannen vertrouweling Kent (die hem in vermomming blijft beschermen – een geweldige partij van Bart Slegers) en zijn nar (Lukas Smolders, een toneelspeler die een briljant staaltje taalslapstick ten beste geeft) proberen hem in bedwang te houden. Tot dat niet meer gaat, tot de storm in de kop van Lear en de stormen die zijn omgeving én de natuur teweegbrengen zich samenballen. Dan bolt het gordijn, dan orgelt de muziek (Florentijn Boddendijk en Remco de Jong) en krijgen we een enorm trappengewelf (ontwerp: Thomas Rupert) te zien. En, net als in die andere _Lear-_voorstelling, valt in de storm alles stil. Lear brult in stilte. Shakespeare spreekt.

(wordt vervolgd)

Koning Lear, RO Theater / Koninklijke Vlaamse Schouwburg, 7 t/m 18 november; Het Vervolg, tournee t/m 18 december