Economie

Brussels genadebrood

Oké, er zijn geen goede economische argumenten voor paniekbezuinigingen. En er zijn wel goede argumenten om tijdens ontschuldingscrises de staatsteugels een beetje te laten vieren. En ook al zijn er genoeg rotte plekken in de Nederlandse verzorgingsstaat aan te wijzen om een grondige renovatie te overwegen, dit is bepaald niet het moment; daken repareer je als de zon schijnt, niet als het regent. En dat geldt eigenlijk voor al die lang gekoesterde hervormingswensen die links door de strot van de onderhandelaars probeert te douwen.

En oké, het is inderdaad weinig solidair met mede-eurolijers die nog minder te makken hebben en nog dieper moeten snijden. Het lot van zuidelijke knoflookvreters zou met wat meer consumptie en wat minder zelfonthouding van steile Teutonen ten minste enigszins gelenigd kunnen worden. In een muntunie is begrotingsbeleid immers geen nationale maar een regionale kwestie; jouw loonmatiging is mijn concurrentieverlies, jouw bezuinigingen zijn mijn krimp, jouw rentelasten mijn inkomsten.

En toch dreigt er eind deze week witte rook uit het Catshuis te komen over tien tot vijftien miljard tekortreductie. Ongeacht de consequenties. Ook al gaat het land naar de ratsmodee. Ook al veroordelen we Europa tot de internationale marge. Ook al zadelen we toekomstige generaties op met een economie die nimmer de groeicijfers zal halen die nodig zijn om verwende babyboomers de zorg te geven die ze eisen. Ook al betekent het verder uitstel van de o zo noodzakelijke renovatie van onze industriële verzorgingsstaat. En ook al zetten we de deur naar verdere maatschappelijke polarisatie en sociale onlusten ermee open.

Waarom zijn weekdieren van politici op budgettair vlak plotseling zulke Prinzipienreiters? Behalve allerlei gemakzuchtige speculaties – verkeerde adviseurs, slechte nachtrust, onderlinge irritaties, toxische verfdampen – kan ik twee serieuze antwoorden verzinnen. De ‘triple A rating’ van Moody’s en Standard & Poor’s. En angst voor Brussels gezichtsverlies.

Mijn vermoeden is dat als Rutte’s eerste verdedigingslinie van blij­moedig schateren dat ‘dit is wat het land nodig heeft’ langs bovenstaande lijnen is geslecht, het kredietwaardigheidsargument de volgende defensielijn wordt. Een lagere rating betekent immers hogere rente en meer rente­betalingen, hogere overheidsuitgaven en dus meer bezuinigingen om op termijn de heilige graal van begrotingsevenwicht te bereiken. Nou zijn er goede redenen om dit kredietwaardigheidsverhaal met een fikse korrel zout te nemen. Ten eerste omdat kredietwaardigheidsbureaus sinds eind 2011 niet meer uitsluitend naar de hoogte van staatsschuld en begrotingstekort kijken, maar naar wat je het beste kunt vertalen als ‘schuldhoudbaarheid’. En dat wordt mede bepaald door groeiperspectieven. Of zoals Standard & Poor’s in haar verklaring bij de verlaging van de rating van Frans schuldpapier van AAA naar AA+ schreef: ‘Naar onze mening is een hervormingsproces dat uitsluitend steunt op bezuinigingen kannibalistisch, omdat weg­vallende bestedingen door onzekere consumenten leidt tot hogere overheidsuitgaven in de vorm van uitkeringen en lagere inkomsten in de vorm van belastingen.’ Wat suggereert dat politici anno 2012 niet kunnen volstaan met zo hard mogelijk snijden, maar ook een groeiagenda moeten overleggen. Zoals de EU, getuige de groeinota die Barosso later deze week zal presenteren, schoorvoetend lijkt te onderkennen.

En ten tweede omdat er volgens het imfeen nijpend en groeiend tekort aan betrouwbaar schuldpapier is: alles boven AA+. Veilig schuldpapier vormt de ruggengraat van de beleggings­portefeuilles van institutionele beleggers, speelt een sleutelrol in het prudentieel toezicht op banken, fungeert als standaard voor de prijsbepaling van een breed scala aan financiële producten en is onontbeerlijk als onderpand voor het verkrijgen van kortlopende leningen op de interbancaire markt en – sinds de crisis – bij centrale banken. Oftewel, zonder veilig schuldpapier geen internationaal financieel stelsel.

Door de eurocrisis en het instorten van de markt voor verpakte hypo­theken is het aanbod van veilig schuldpapier volgens het imfsinds 2008 met bijna zestien procent of negenduizend miljard dollar geslonken, terwijl er bij banken door verscherpte toezichtseisen tegelijkertijd een grote en groeiende behoefte aan dit soort papier is ontstaan. Als gevolg daarvan verwacht het imfdat de prijs die beleggers willen betalen voor veilig schuldpapier sterk zal stijgen en de grens tussen veilig en onveilig zal zakken. Oftewel, een A’tje meer of minder maakt voor de rente op Nederlands schuldpapier geen sikkepit uit.

Hou je gezichtsverlies over. Toe­gegeven, het is gênant als je na boertig gehamer op de gebreken van anderen plotseling zelf over de schreef gaat. Maar Rutte zal toch niet zo ijdel zijn om een nationale sociaal-economische ramp te verkiezen boven een hap kakelvers Brussels genadebrood?