Brusseprijs 2017: dit schreef ‘De Groene’ over de 5 genomineerden

Boeken van Auke Kok, Martin Bossenbroek, Stefan Vermeulen, Frank Westerman en Jolande Withuis maken kans op de Brusseprijs, de jaarlijkse prijs voor het beste Nederlandstalige journalistieke boek die zaterdag 10 juni wordt uitgereikt. Dit schreef De Groene Amsterdammer over de vijf genomineerde titels.

Over Juliana: Vorstin in een mannenwereld, de achthonderd pagina’s tellende biografie van historica Jolande Withuis, was Koen Kleijn uitermate lovend. Kleijn: ‘een voortreffelijk geschreven boek, helder, intelligent en meeslepend’.

Dankzij een ‘bruikbare invalshoek’ is Withuis er volgens Kleijn in geslaagd een helder beeld te schetsen van koningin Juliana. Withuis beziet Juliana namelijk eerst als vrouw, en pas daarna als staatskundig fenomeen. En dat perspectief doet Juliana recht, vindt Klein. Haar carriere is vergelijkbaar met andere twintigste-eeuwse vrouwen met ambitie en talent. Ook zij kregen te maken met vooroordelen, seksisme en religieuze en maatschappelijke conventies.

Voor Heineken na Freddy stelde onderzoeksjournalist Stefan Vermeulen zich tot doel te reconstrueren wat de precieze erfenis is van Freddy Heineken, de in 2004 overleden oprichter van het bierbedrijf. Het boek deed Joost de Vries denken aan Jeroen Smits De Prooi: net als ABN Amro valt Heineken te omschrijven als een concern dat in de rijke jaren negentig plots een plek moest zien te vinden in een internationaal speelveld. Hoewel Heineken na Freddy volgens De Vries uiteindelijk ‘minder spectaculair [leest] dan de rooftocht en val van ABN Amro’, maakt dat de prestatie van Vermeulen er niet minder op. Het boek is voorbeeldige journalistieke non-fictie. De Vries: ‘Het is sterk verhalend, zit vol veelzeggende anekdotes en Vermeulen zet alle hoofdrolspelers in vlotte beschrijvingen neer.’

Na eerdere nominaties in 2006 en 2012, is schrijver en journalist Auke Kok met 1936: wij gingen naar Berlijn voor de derde keer genomineerd voor de Brusseprijs. Met 1936 wil hij ons volgens Pieter van Os nogmaals op het hart drukken dat de Olympische Spelen van Berlijn voor Hitler en de nazi’s een groter succes waren dan altijd wordt gedacht: ‘Ze toonden Duitsland aan de wereld als een normaal en zelfs aantrekkelijk land’, schrijft Van Os. Nazi-Duitsland werd in 1936 gepresenteerd als een land ‘dat in de woorden van Hermann Göring, andere volken 'de hand biedt in een open en eerlijke vriendschap’.‘

Een van de belangrijkste thema’s in 1936 is de selectieve verontwaardiging, zowel voor als na de oorlog, over de Nederlandse atleten die in het bijzijn van Hitler sportieve prestaties leverden. Bij zwemster Rie Mastenbroek, winnares van drie gouden en één zilveren medaille, zou de 'sticker van Hitler’ volgens Kok nooit meer van haar hoofd verdwijnen. Terwijl haar deelname aan de Spelen van 1936 voor atlete Fanny Blankers-Koen niet nadelig uitpakte.

Nederlandse hypocrisie is ook een thema in Fout in de Koude Oorlog, waarin historicus Martin Bossenbroek volgens Chris van der Heijden speelt met het goed-fout-schema: ‘In tegenstelling tot massamoorden van rechts hadden wij die van links niet aan den lijve ervaren dus was het eenvoudig daarvoor de ogen te sluiten.’

Centraal in Fout in de Koude Oorlog staan twee personen: filmmaker en links activist Joris Ivens (1898-1989) en Joseph Luns (1911-2002), minister van Buitenlandse Zaken (1956-1971) en secretaris-generaal van de Navo (1971-1984). Zij waren elkaars tegenpolen, concludeert Van der Heijden in zijn bespreking: ‘Zoals Ivens pal stond voor alles wat zweemde naar links en weerzin tegen kapitalisme, zo stond Luns voor ditzelfde kapitalisme onvoorwaardelijk op de bres.’ Uiteindelijk blijken deze twee hoofdpersonen niet het meest interessante aan Bossenbroeks boek. Van der Heijden: ‘Dat zijn de panorama’s over links, rechts en politiek gematigd Nederland tijdens de Koude Oorlog’. Vanwege stijl en opbouw is Bossenbroek volgens Van der Heijden ‘een van de betere historici van Nederland’.

In Een woord een woord van Frank Westerman, in 2006 met El Negro en ik genomineerd voor de allereerste Brusseprijs, staat weliswaar de Molukse treinkaping centraal: het boek gaat vooral over communiceren, schrijft Joost de Vries. Toch zit het page turner-gehalte van het boek vooral in de beschrijving van de treinkapingen bij De Punt en Wijster, en de basisschool in Bovensmilde. De Vries: ‘Hij doet dat lekker behendig, met cliffhangers en al, en vertelt het verhaal niet alleen vanuit de politieonderhandelaars, maar ook vanuit de buurtbewoners’.

Westermans Een woord een woord is volgens De Vries om meerdere redenen lezenswaardig. Het boek is ‘spannend, de personages die hij oproept zijn levendig, en de thema’s die hij aanboort hebben natuurlijkerwijs al genoeg dwarsverbanden om de lezer volledig bij de les te houden.’


De Brusseprijs is een initiatief van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. De prijs wordt sinds 2006 uitgereikt en werd onder andere gewonnen door Marcia Luyten, Annejet van der Zijl en Jeroen Smit. Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van € 10.000. De prijs is vernoemd naar journalist M.J. Brusse, over wie recent een biografie is verschenen.