Branie: Het leven van Mina Kruseman

Brutaal als een koetspaard

‘Ik verlang werk voor elk mensch dat werken kan en voor dat werk eisch ik betaling, onverschillig door wie het verricht wordt (…) Daarom verlang ik geld als schrijfster, geld als actrice, geld als zangeres, altijd en altijd geld voor alles wat ik als artiste doen zal.’

Medium resolve

Op velen zal deze hartenkreet van Mina Kruseman niet erg sympathiek overkomen, maar volgens biografe Annet Mooij is hier de belangrijkste drijfveer te vinden voor het optreden van deze flamboyante feministe, die in de jaren zeventig van de negentiende eeuw als een komeet aan het vaderlandse firmament verscheen, om al spoedig even plots weer in relatieve anonimiteit weg te zinken. Niet dat geldelijk gewin Krusemans voornaamste motief was, maar wel het besef dat economische zelfstandigheid de grondslag vormt voor zelfbeschikking en eigenwaarde.

Wie met enige regelmaat gevraagd wordt om gratis een artikel te leveren of voor een fles wijn een lezing te geven, weet dat de strijd die Kruseman voerde nog niet geheel gestreden is. Mensen die het niet in hun hoofd zouden halen om een loodgieter te vragen voor nop hun toilet te ontstoppen of van een bakker te verlangen brood voor half geld te leveren, ‘omdat ons budget erg klein is’, zien er nog altijd geen been in om kunstenaars of publicisten te vragen of ze gratis diensten willen verlenen. ‘U vindt het toch leuk om te doen?’

Dat Mina Kruseman zich inzette voor de belangen van kunstenaars was op zich al opmerkelijk, maar het feit dat zij dat als vrouw deed, zorgde in het wat ingedutte Nederland van rond 1875 voor een publicitaire schokgolf. Dit werd niet in de laatste plaats veroorzaakt door de manier waarop zij dat deed – namelijk met een zelfverzekerdheid die velen toen als uiterst ‘onvrouwelijk’ bestempelden. Als dochter van een hoge officier die in Nederlands-Indië carrière had gemaakt was Kruseman voorbestemd voor een leven dat bestond uit thee drinken, borduren en wat vrijblijvend musiceren. De enige manier om enige inhoud aan dit leven te geven was het baren en verzorgen van kinderen, waarvoor de vrouw wel eerst afstand diende te doen van haar juridische zelfstandigheid en netjes te trouwen met een man die voortaan haar heer en gebieder zou zijn. Mina, van wie als kind al werd gezegd dat ze zo ‘brutaal als een koetspaard’ was, voelde daar niets voor. ‘Ik ben geboren om vrij en om gelukkig te zijn, en mijn grootste verdriet is altijd geweest dat niemand dit begreep’, zou zij later aan Multatuli schrijven.

Hoewel Krusemans feminisme niet erg theoretisch onderbouwd was, geloofde zij heilig dat de capaciteiten van vrouwen in aanleg niet minder waren dan die van mannen. Het was echter de opvoeding die hen degradeerde tot afhankelijke, inhoudsloze theemutsen. Zelf greep ze een zeker zangtalent aan om op eigen benen te kunnen staan. Nadat ze in Nederland, Brussel en Parijs geen voet aan de grond had gekregen – wat volgens haar lag aan de benepenheid en onwetendheid van de door mannen gedomineerde muziekwereld – vertrok ze in 1871 naar Amerika. Ook in New York werd ze naar eigen zeggen stelselmatig tegengewerkt, waarna ze uiteindelijk in het zuiden enkele concerten gaf. Eveneens naar eigen zeggen waren die een absolute triomf, terwijl de critici uiteraard van alles te zeuren hadden.

Na terugkeer in Europa manifesteerde zij zich vooral als schrijfster die voordroeg uit eigen werk, en die op uitdagende wijze aandacht vroeg voor de ondergeschikte positie van de vrouw. Welbewust wierp zij haar uiterlijk in de strijd, en droeg zij volgens haar biografe ‘fluwelen sleepjaponnen met decolletés die in haar hoogtijdagen een spraakmakende diepte konden bereiken’. Hoewel er veel kritiek was op haar middelmatige schrijfsels, en velen het uitermate onfatsoenlijk vonden dat een vrouw sowieso een podium betrad, kwam een flink deel van de – uiteraard mannelijke – critici behoorlijk onder de indruk van deze uiterst zelfbewuste vrouw, die met haar wat mollige figuur uitstekend voldeed aan het toenmalige schoonheidsideaal.

Ondertussen creëerde Kruseman echter bewust het imago van de door de kritiek onbegrepen kunstenares, die niettemin door het publiek op handen werd gedragen. Hiermee leek zij sterk op Multatuli, in wie zij een geestverwant meende te herkennen en iemand die haar gelijke was. Aanvankelijk was Douwes Dekker ook erg gecharmeerd van Kruseman, die beloofde zijn toneelstuk Vorstenschool op de planken te zullen brengen. Dit lukte haar, maar de hooghartige en volstrekt eigengereide manier waarop zij dat voor elkaar kreeg, en de weinig overtuigende wijze waarop zij de hoofdrol van koningin Louise vertolkte, zorgde ervoor dat de vriendschap al snel omsloeg in een allesverzengende, wederzijdse haat.

Nadat Kruseman in 1877 Mijn leven had gepubliceerd, dat voor een groot deel bestond uit brieven van en aan haar, vertrok zij naar Nederlands-Indië, om zich zes jaar later voorgoed in Parijs te vestigen. Hoewel ze, doorgaans kwalitatief uiterst teleurstellende, boeken bleef publiceren, zakte Kruseman weg in vergetelheid, zodat in 1898 de organisatoren van de eerste Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid bij haar neef inlichtingen inwonnen over ‘wijlen Mina Kruseman’. Pas na de Eerste Wereldoorlog kwam er weer wat belangstelling voor haar, en toen zij in 1922 overleed werden er in talrijke necrologieën herinneringen opgehaald aan deze feministe, die met haar onconventionele levenswandel, ‘opvallend schone gestalte’, moed en strijdlust vijftig jaar daarvoor zoveel indruk had gemaakt. Dat Annet Mooij, in het voorwoord bij haar kritische en goed geschreven biografie, Krusemans optreden vergelijkt met de komeetachtige verschijning van Ayaan Hirsi Ali in Nederland is niet alleen opmerkelijk, maar (voorlopig?) ook in hoge mate terecht.


Annet Mooij
Branie: Het leven van Mina Kruseman (1839-1922)
Balans, 296 blz., € 27,50