Brutale kwajongen

Mariëtte Wolf, Het geheim van De Telegraaf. € 39,95

Het geheim van het succes van De Telegraaf bestaat eruit dat de krant vrijwel altijd ‘denkt vanuit de lezer’. De geschiedenis van de krant van wakker Nederland leest als een jongensboek

Het is op de terugweg van een vakantie in Italië. Terwijl de rest van het gezin het toilet bezoekt, sta ik met onze jongste zoon in de kiosk van het Nederlandse wegrestaurant. Ik wijs hem op een krant met een grote foto van Sail Amsterdam en zeg hem dat het misschien leuk zou zijn om over een paar dagen al die grote schepen in het echt te gaan zien. ‘Maar is dat wel waar, dat al die boten daar zijn?’ vroeg hij. ‘Hoezo’, antwoordde ik. ‘Nou ja, dit is De Telegraaf!’
Hoewel ik mij niet kan herinneren dat ik tegenover mijn kinderen ooit een uitgebreid exposé heb afgestoken over de journalistieke betrouwbaarheid van De Telegraaf zal onze jongste wellicht ooit een sceptische opmerking over ‘de krant van wakker Nederland’ hebben opgepikt. In hoeverre was een dergelijke opmerking terecht? Was dit weer eens een typisch voorbeeld van linkse zelfgenoegzaamheid? De Telegraaf is al sinds jaar en dag de grootste krant, dus wie ben ik om daar kritisch over te doen?
Het is daarom heel verheugend dat Mariëtte Wolf, voormalig directeur van het Persmuseum, met een zeer omvangrijke en uiterst degelijke studie over De Telegraaf is gekomen. Hoewel het boek geschreven is in opdracht van De Telegraaf heeft Wolf volledige vrijheid gekregen en is het allesbehalve een hagiografisch geschrift geworden. Wel tekent zich af en toe een zekere spanning af tussen een milde vorm van moralisme, als Wolf duidelijk laat merken dat de krant soms fors over de schreef ging, en haar gevoeligheid voor de charmes van een journalistiek bedrijf waarvan de geschiedenis zich laat lezen als een spannend jongensboek.
Vanaf de oprichting van het blad in 1893, door de avontuurlijke jonkheer Henry Tindal, manifesteerde De Telegraaf zich als een brutale kwajongen, die zich weinig tot niets aantrok van de mores in journalistiek Nederland. Het blad was tegelijk uiterst commercieel én politiek bijzonder vooruitstrevend. Volgeschreven door socialisten en linkse liberalen ijverde De Telegraaf voor algemeen kiesrecht, armoedebestrijding en herziening van het strafstelsel. Tindal bracht het succesvolle blad overigens aan de rand van de afgrond, door al zijn geld te steken in vergeefse experimenten waarbij getracht werd vervuild water te zuiveren met behulp van ozon.
Na Tindals dood in 1902 kwam de krant in handen van Hak Holdert, die zich ontwikkelde tot een succesvolle en despotische persmagnaat zoals we die vooral kennen uit Engeland en Amerika. Door Holderts francofilie kwam De Telegraaf tijdens de Eerste Wereldoorlog regelmatig in conflict met de autoriteiten die Nederland neutraal wilden houden en belandde hoofdredacteur Schröder zelfs in de gevangenis. Na de oorlog verloor de krant haar vooruitstrevende politieke karakter en in de jaren dertig steunde De Telegraaf de antirevolutionaire premier Colijn. Het blad ontwikkelde zich tot een rabiate socialistenvreter en maakte eind jaren dertig de Amsterdamse SDAP-wethouder Monne de Miranda willens en wetens kapot. Wolf laat duidelijk zien dat het ging om een schandelijke lastercampagne, waarbij de krant ook na rehabilitatie van De Miranda geen excuses aanbood, maar dat van een antisemitische aanval geen sprake was. Dit nam overigens niet weg dat hoofdredacteur Goedemans in 1942 probeerde zijn schorsing door de Duitse bezetter te voorkomen door te wijzen op het feit dat hij voor de oorlog de joodse De Miranda tot aftreden had gedwongen.
Met die oorlog zijn we inmiddels aanbeland bij wat doorgaans wordt gezien als de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van De Telegraaf. Wolf toont aan dat het blad zich niet beroerder heeft gedragen dan bijvoorbeeld de NRC, al kwam het vanaf oktober 1944 wel onder volledige controle te staan van de SS’er Hakkie Holdert, zoon van de oude Hak. Dat De Telegraaf na de bevrijding onevenredig zwaar werd aangepakt, had wellicht iets te maken met het feit dat de krant al voor de oorlog de reputatie had gehad van een zuiver opportunistisch, onethisch en puur op winst gericht blad.
Na de wederopstanding in 1949 profileerde de krant zich onmiddellijk als uiterst rechts, onder meer door zich fel te verzetten tegen de onafhankelijkheid van Indonesië. Ook voerde De Telegraaf campagne voor de economische collaborateur Pieter Menten, die later zelfs als oorlogsmisdadiger werd ontmaskerd. Tegelijkertijd echter had De Telegraaf nog altijd een uitstekend oog voor wat een steeds groter wordend deel van het publiek wilde. De krant profiteerde enorm van de ontzuiling en het ontstaan van een moderne consumptiecultuur. ‘De individualistische Nederlander keert zich bij de keuze van zijn krant steeds duidelijker af van bevoogding door een pers, die hem als een soort propagandist of predikant in een of andere politieke of kerkelijke richting wil sturen’, schreef De Telegraaf in 1967, bij het bereiken van de 500.000ste abonnee. Politiek mocht het blad dan soms tamelijk onfris zijn, in feite speelde politiek in De Telegraaf een tamelijk ondergeschikte rol. Misdaad, sport, beroemdheden, het koningshuis, human interest, amusement – dat waren de pijlers waarop de krant rustte.
Hoewel begin jaren tachtig ongeveer een kwart van de abonnees PVDA stemde, en ook een deel van de redactie linkse sympathieën had, was De Telegraaf een onmiskenbaar rechtse krant. Dat bleek niet alleen uit de rabiate columns van Leo Derksen. Adjunct-hoofdredacteur Jan Heitink stond in de jaren zeventig op de loonlijst van de BVD en chef van de parlementaire redactie Hans de Haas formuleerde regelmatig Kamervragen voor Hans Wiegel, om de VVD-leider vervolgens in de krant te feliciteren met zijn scherpe interpellaties. Omdat prins Claus in de ogen van De Telegraaf veel te links was, werd hij tot 1980 in de krant nooit met name genoemd en steevast aangeduid als ‘de echtgenoot van prinses Beatrix’. Begin jaren tachtig begon dit te veranderen. De PVDA werd niet voortdurend verketterd – toen een redacteur met informatie kwam dat Den Uyl zich mogelijkerwijs had verrijkt door gebruik te maken van voorkennis die hij als wethouder van Amsterdam had gehad, werd hier niets mee gedaan – en vooral parlementair redacteur Kees Lunshof ontwikkelde zich tot een objectief en gezaghebbend commentator. Hoewel de krant een fijne neus had voor onvrede in de samenleving was het opvallend dat De Telegraaf ten tijde van de Fortuyn-revolte de rug veel rechter hield dan de ooit zo linkse Volkskrant.
Jarenlang was de krant een gesloten bolwerk geweest, wat deels veroorzaakt werd door het feit dat buitenstaanders hun neus ophaalden voor de krant. Vooral na 1945 was dit heel sterk geweest. Hierdoor, en door de riante salarissen, ontstond er een sterk esprit de corps en was het verloop heel gering. Leidinggevende posities werden ingenomen door mensen die al jaren voor de krant werkten, voor buitenstaanders was er geen plaats.

Zoals gezegd is Wolf kritisch, maar tegelijkertijd heeft ze grote waardering voor de tomeloze inzet en het journalistieke instinct waarmee Telegraaf-redacteuren hun krant maken. Het geheim van het succes van De Telegraaf bestaat er volgens haar uit dat de krant vrijwel altijd ‘denkt vanuit de lezer’. Ze citeert in dit verband Jan Blokker, die ooit plastisch schreef: ‘Geen enkele krant heeft de thermometer zo diep in de billen van de samenleving als De Telegraaf.’ Wat dit betreft is het opvallend dat Wolf, als ik goed heb geteld, slechts één keer het woord ‘populisme’ gebruikt. Want eigenlijk is De Telegraaf vrijwel altijd populistisch geweest. Overigens valt dat woord als het gaat om de begin dit jaar aangetreden hoofdredacteur Sjuul Paradijs, die duidelijk lijkt terug te verlangen naar de agressief rechtse Telegraaf uit de Koude Oorlog.

MARIËTTE WOLF
HET GEHEIM VAN DE TELEGRAAF: GESCHIEDENIS VAN EEN KRANT
Boom, 565 blz., € 39,95