Brutale variatie op clichés film

Een genrefilm is een film waarvan er te veel gemaakt zijn. Dit is bedoeld als een handzame aanduiding. Een goede genrefilm is een film die slim, speels en brutaal met dat teveel omgaat. Het gaat dus zeker niet alleen om de herkenning. Noem het een afspraak tussen film en publiek: ik geef jullie wat jullie willen en een beetje meer dan dat en dan vieren jullie het feest der herkenning.

De film met de prettig onhandige titel Lock, Stock & Two Smocking Barrels van de jonge Engelsman Guy Ritchie is een leuk voorbeeld van een film met een afspraak over het teveel. Zolang je je aan die afspraak houdt, kun je veel plezier aan deze film beleven. Mocht je geen zin hebben in de zoveelste film waarbij gangsters elkaar overvallen en grote hoeveelheden drugs en bankbiljetten telkens van eigenaar wisselen, dan kun je de afspraak beter niet aangaan. Dan ga je naar een film die geen voorwaarden vooraf stelt.
Het kijken naar Lock… veronderstelt dat je al menig gangsterfilm hebt gezien, en dat je dat leuk vond en uitkijkt naar de volgende. In zekere zin is iedere potentiële kijker van Lock… een gangsterfilmspecialist. En daarmee bedoel ik niet veel anders dan dat iemand die regelmatig natregent een weerdeskundige is. En omdat ook weerdeskundigen nooit precies weten wanneer het gaat gieten, kunnen de variaties op clichés in Lock… soms nog aardig verrassen.
Ritchie is er bepaald niet op uit het wiel uit te vinden. Hij heeft goed gekeken naar de hedendaagse Hollywood- en Hongkong-misdaadfilm en geeft daarop een brutale Engelse variatie. Dat levert een aardige combinatie op tussen East End -authenticiteit en de onwerkelijkheid van personages die slechts dankzij de filmische verbeelding kunnen bestaan.
Bijna overbodig is het om te zeggen dat humor hier een belangrijke rol speelt. Zwarte humor uiteraard, anders zou er niets te lachen zijn om een film waarin de lijken over elkaar buitelen. Dat in Lock… alle bedriegers op zijn tijd bedrogen worden, levert een reeks grappen op die vooral leuk zijn vanwege de inventiviteit waarmee het al te voorspelbare steeds net wordt ontweken. Onder de uiterlijke nonchalance en speelsheid van de film ligt een zorgvuldig uitgeknobbeld geheel van in elkaar passende puzzelstukjes.
Er waren ook reacties op Lock… van critici die maling hadden aan de genre-afspraak. Die gingen flink tekeer. Het ontbreken van een origineel gegeven is dan het minste wat er valt aan te merken. En als je zwarte grappen serieus gaat nemen, kun je het ene na het andere morele bezwaar aanvoeren. Een daarvan is het optreden van de voetballer Vinnie Jones als een soort deurwaarder van de gangsterwereld. Jones heeft als hardhandige speler een opmerkelijke aanhang onder voetbalvandalen. Hoe valser hij speelt hoe meer hij wordt vereerd. Door Jones in zijn film op te nemen profiteert Ritchie van de agressieve reputatie van zijn acteur buiten de film.
Gesuggereerd wordt ook dat er meer mensen met een dubieuze reputatie in de film rondlopen. Misschien wel echte gangsters. De paradox wil dan dat een film met echte gangsters geen gangsterfilm kan zijn omdat de wetten van de fictie zouden zijn geschonden. Maar hoe crimineel iemand in werkelijkheid ook is, zodra hij in een film iemand vermoordt is dat geen misdaad, maar het spelen van een rol. De zware jongens in de film van Ritchie zien eruit als zware jongens, en daarom passen ze goed in het spel met de clichés. Werkelijke misdadigers hebben de neiging om er helemaal niet als filmmisdadigers uit te zien en zijn daarom voor genrefilms ongeschikt. Alleen de toevallige echte crimineel die er ook nog als een filmcrimineel uitziet is bruikbaar. Dus zit Jones in de film omdat hij je het gevoel geeft dat hij iemand een rotschop kan geven, en niet omdat hij dit in het echt ook regelmatig doet. Ik geef direct toe dat als je dit weet het toch een beetje helpt. Dat is dan de speelsheid en brutaliteit van Ritchie. Niet zijn immoraliteit.

  • Een hele plus voor de helft van Snake Eyes. De film van veteraan Brian De Palma is een verwarrende en virtuoze reconstructie van een moordaanslag in een bokspaleis. Ieder nieuw perspectief zet het licht van het vorige weer in het duister. De Palma speelt in dat eerste deel een knap en spannend spel met standpunten, zichtlijnen, de opnamen van bewakingscamera’s en de subjectiviteit van getuigen. Na die duizelingwekkende eerste helft valt het relatief simpele duel van de laatste helft wat tegen.