de shakespeare-collectie

Brute kracht

Een nieuwe dvd-collectie toont de verscheidenheid aan Shakespeare-verfilmingen. Orson Welles vertegenwoordigt het visueel-psychologische kamp, Laurence Olivier het theatrale.

‘Shakespeare zou een grote schrijver voor de filmkunst zijn geweest’, zei Orson Welles, de op één na belangrijkste Shakespeare-cineast. Welles verfilmde Macbeth (1948) en Othello (1952) op onvergetelijke wijze, met bizarre, donkere sets en mijmerende, fluisterende hoofdpersonages die de kijker hypnotiseren. Maar het wonderkind van Hollywood deed eerder precies hetzelfde – met zijn eigen teksten en die van scenarist Herman Manckiewicz in Citizen Kane (1944). Net als in Welles’ Shakespeare-films zijn de bevreemdende, verwrongen achtergronden in Citizen Kane een expressie van de mentale staat van de personages. Misschien was het Welles om het even wie het script leverde, hijzelf of Shakespeare. Vast staat in ieder geval dat hij zijn tijd ver vooruit was, en in zijn Shakespeare-films bijna obsessief de psychologie van de personages op visuele wijze verbeeldt.

De keerzijde was dat Welles minder oog had voor de taal van Shakespeare. En bij Shakespeare is het visuele beeld nu juist ondergeschikt aan het gesproken woord, en is de performance alles. Peter Hall, stichter van The Royal Shakespeare Company, stelt dat Shakespeare een ‘verbale dramaturg’ was die op de associatieve en metaforische kracht van woorden vertrouwde. ‘Actie is secundair’, zegt Hall, ‘wat bedoeld wordt, zit allemaal in de gesproken teksten.’ En dat is nu juist niet de bedoeling in het cinematografische script, dat het moet hebben van contrasterende, visuele beelden: ‘Wat men zegt in een film is van ondergeschikt belang.’

Halls standpunten blijken goed uit George Cukors visueel spectaculaire Romeo and Juliet uit 1936. Cukor maakte de film in de jaren na de Depressie in opdracht van Irving Thalberg van mgm. Thalberg trok zijn echtgenote, Norma Shearer, aan voor de hoofdrol, naast Leslie Howard als Romeo. Maar de echte hoofdrolspeler is de art director, de legendarische Cedric Gibbons. Hij overgoot de productie met een weelderige mix van Hollywood-glitter en renaissancistisch detail, zo veel dat Shakespeare het nog net ‘overleeft’. Gelukkig is Shearer fenomenaal in de hoofdrol. Het is inmiddels deel van de Hollywood-folklore dat zij veel te oud was voor de rol. Dat is juist mooi: haar vertolking van een Juliet geobsedeerd door een donkere, volwassen romantische liefde past uitstekend bij Shakespeares tekst.

Ironisch genoeg was er iemand anders die eerder de rol van een film-Romeo in een mgm-productie van de hand wees. Deze acteur was Laurence Olivier, een man die meer dan wie ook in het filmbedrijf begreep dat Shakespeare een ‘verbale dramaturg’ was. Zijn Technicolor Henry V (1944), expressionistische Hamlet (1948) en gestileerde Richard III (1955) zijn exemplarisch voor het essentieel theatrale karakter van Shakespeare. Het beste bewijs dat die eigenschap ook heel goed in een film tot zijn recht kan komen, is een werk dat tot nu toe onderbelicht is gebleven in Oliviers oeuvre: Othello uit 1965. De regie was in handen van Stuart Burge, een Engelsman met veel ervaring op het gebied van verfilmde toneelstukken. Het is in feite een verfilmde versie van een stuk dat The National Theatre eind jaren vijftig op de planken bracht. De theaterwortels van de film zijn evident, met vrijwel dezelfde sets als in het stuk. Maar door inventief gebruik van de Panavision-camera neemt de intimiteit van het theater epische proporties aan. In dit brede beeld levert de zwart geschminkte Olivier een mokerslag van een acteerprestatie. In een van de laatste scènes, met een stervende Desdemona (Maggie Smith), is er een fabuleus moment wanneer de waanzinnige Moor (‘Speak of me as I am… Then you must speak/ of one who loved not wisely, but too well’) de borsten van een verbijsterde Smith grijpt. Je krijgt de indruk dat dit moment niet gepland was. De wijd opengesperde, verbaasde ogen van de jonge Maggie Smith bevestigen dat. Dit is Olivier op z’n best: puur en vol brute kracht. Het is alsof Othello alle grenzen met voeten treedt en zijn ‘overspelige’ geliefde wil verorberen, om zo nog beter te kunnen liefhebben. Het is filmisch een onvergetelijke scène. De camera laat het drama van dichtbij zien: je ruikt de schmink, je proeft het theater.

Olivier-biograaf Donald Spoto schreef in 1991 dat Henry V, Oliviers andere, gelauwerde Shakespeare-film, het bewijs was dat Shakespeare effectief en naar behoren kon worden verfilmd. Olivier liet zien dat een groot theaterstuk zijn vorm kon overstijgen, en hij was de eerste die dat deed. Anno 2007 blijkt hij óók de laatste.

Shakespeare Collection; nu te koop op import-dvd (A Midsummer Night’s Dream_, 1935, William Dieterle;_ Romeo and Juliet, 1936, George Cukor; Othello, 1965, Stuart Burge, en Hamlet_, 1996, Kenneth Branagh)_