Hoofdcommentaar

Bruut, bruter, brutus

De Ausbürgerung heeft nu ook in Nederland haar intrede gedaan. In bepaalde perioden van de Duitse geschiedenis was Ausbürgerung een geliefde maatregel van de autoriteiten in Berlijn. Erich Maria Remarque, Thomas Mann, Willy Brandt (een valse naam overigens, hij heette eigenlijk Herbert Frahm en is eens, in 1934, uit Nederland gegooid) en Wolff Biermann zijn op grond van deze wet ooit afgeschoven. In bepaalde perioden van de Russische geschiedenis werd een vergelijkbare wettelijke bepaling (artikel 18 van de wet Over het burgerschap van de USSR) gebruikt ter wille van de patriottische openbare orde. Aleksandr Solzjenitsyn en Vladimir Voinovitsj moesten op basis hiervan ooit hun paspoort inleveren.

Formeel heeft Nederland sinds een klein decennium enigszins vergelijkbare bepalingen. Voor buitenlanders is het staatsburgerschap vanaf eind jaren negentig een voorwaardelijke beloning voor goed gedrag. Wie geen aantoonbare moeite heeft gedaan om zijn dubbele nationaliteit ongedaan te maken, kan de Nederlandse met terugwerkende kracht alsnog verliezen. Wie bij zijn verzoek aan de koningin om Nederlander te worden valsheid in geschrifte heeft gepleegd, kan sinds 2003 conform artikel 14 van een rijkswet eveneens zijn staatburgerschap achteraf kwijtraken. Maar omdat Nederland volgens de algemeen aanvaarde opvatting geen gelijkenis vertoont met die bepaalde perioden uit de Duitse en Russische geschiedenis kraaiden er alleen hanen naar die werden bestempeld als «politiek correct» dan wel «paranoïde».

Sinds maandag 15 mei 2006 blijkt die paranoïde correctheid een naargeestige kern van waarheid te bevatten. Namelijk deze: in tijden van nood, als evenwichtig nadenken én rustig bestuurlijk handelen zijn geboden, verliest Nederland zijn verstand en compenseert dat door zich te storten op de administratie, die immers altijd buiten kijf hoort te staan.

Minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken & Integratie staat in die traditie. Binnen 48 uur had de minister haar onderzoek naar de feitelijke omstandigheden rond de naturalisatie van Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali afgerond. Vrijdag had Verdonk nog gezegd dat er niets aan de hand was. Zaterdagavond zei ze dat er toch enige studie was geboden. En maandagavond wist ze zo goed als alles. Ze had haast. Dat ze normaal geen haast heeft, was ze vergeten. Dat een buitenlander, die via een machtiging tot voorlopig verblijf naar Nederland wil komen, gemiddeld zes maanden moet wachten op een inreisfiat en daarna vaak nog eens zes maanden op een Hollandse «groene kaart» was even niet aan de orde. Voor reflectie had ze evenmin tijd. Verdonk zelf – die in enkele asieldossiers aantoonbaar heeft gelogen, althans onvoldoende belangstelling had voor de waarheid – heeft met wat verbale «ruiterlijke excuses» in de Staten-Generaal dit jaar te langen leste immers haar politieke lijf gered.

Dergelijke welwillende traagheid was Hirsi Ali niet gegund. Geen moment heeft de minister kennelijk overwogen dat dit «dossier» haar departement misschien wel boven de pet ging, dat de kwestie een nationale zaak zou kunnen zijn en dus een aangelegenheid van het kabinet-Balkenende of misschien zelfs van de Tweede Kamer. Hirsi Ali was in twee dagen klaar. «Op grond van deze uitzending (Zembla – hs) en de nu bekende gegevens moet vooralsnog worden aangenomen dat zij geacht wordt het Nederlanderschap niet te hebben verkregen, dit in lijn met jurisprudentie van de Hoge Raad», aldus de minister maandag. Hirsi Ali heeft van Verdonk zes weken de tijd gekregen om te reageren, een termijn die doet vermoeden dat we te maken hebben met een voorgenomen beschikking in de zin van het bestuursrecht.

Wie denkt dat de ambtelijke molens van Verdonk niet snel kunnen malen, vergist zich dus. Met de daadkracht van de potentiële leider van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) is niets mis.

De dreigende Ausbürgerung van de parlementariër Hirsi Ali heeft zo alle verwachtingen overtroffen. Het leek al wat langer een kwestie van tijd dat er ooit een politieke zaak-Hirsi Ali zou opdoemen. Het werd alleen geen zaak over de politicus Hirsi Ali of de activist Hirsi Ali. In die twee hoedanigheden zou Hirsi Ali onderwerp van openbare meningsvorming mogen zijn. Dat was ze ook. In beide rollen manifesteert ze veel missionaire vergezichten, maar weinig strategisch inzicht en tactisch handelen. Een oordeel over die taakopvatting heeft een politiek karakter. Trefwoorden: doel en middel.

Sinds het voorgenomen besluit van Verdonk is dat een gepasseerd en vooral leeg station. Het dossier-Hirsi Ali is nu de spiegel van de Nederlandse samenleving geworden. Die spiegel toont een onaangenaam ponem, om niet te zeggen pervers gezicht. Wat donderdag begon met het televisieprogramma Zembla is maandag verworden tot een overwinning van de politieke franc tireur Hilbrand Nawijn.

De feiten die Zembla te berde bracht, waren ten dele oude koek, ten dele amendementen op wat op hoofdlijnen al bekend was en ten dele larie. De toonhoogte van commentariërende stem en muzak suggereerde vooral veel. Wat overbleef was heel simpel. Hirsi Ali is gewoon de dertiende asielzoeker uit het dozijn. Ze heeft gedaan wat iedere verstandige migrant doet die een toekomst in Europa zoekt en dus het anti-immigratiebeleid van datzelfde Europa moet omzeilen: het vluchtverhaal wat aandikken, contraproductieve feiten zo veel mogelijk wegpoetsen en wat gerommel met de data. Weliswaar noemen we dat in Nederland tegenwoordig «fraude», omdat we met dat woord de zogeheten gelukzoekers nog wat verder kunnen demoraliseren, maar die fraude is soms rationeel. Hirsi Ali had immers wel degelijk iets te vrezen. Eerwraak is in Somalië op papier dan wel geen dogma, in de praktijk heeft een vrouw er geen vrije partnerkeuze. Sociaal isolement, manipulatie en eventueel ook bedreiging liggen er op de loer als een vrouw het waagt haar eigen plan te trekken. De mededeling van Zembla over haar huwelijk laten we voor wat die is: een zoals bijna altijd tot mislukken gedoemde poging om journalistiek en psychiatrie te vermengen.

Waarom Zembla dit juist nu uitzond, is niet helder. Het kan journalistieke opwinding zijn geweest. Hoe dan ook. De aanblik van de fall out van de uitzending had eerst iets smoezeligs en oogt nu simpelweg als drek, de drek waarin Nederland zich sinds een jaar of vijf wentelt. Sommigen betrokken de barricaden. Anderen hulden zich in angstvallig zwijgen. Want het tempo van de gebeurtenissen had veel weg van «duizeligheid door de successen», zoals een sovjetleider het ooit cynisch formuleerde.

Tot maandag leek het er nog op dat xenofobie en xenofilie voor de gelegenheid even gebruikmaakten van een vergelijkbaar discours – «gelijke monniken, gelijke kappen» – al beoogden ze er iets totaal anders mee. Anti-neger-rechts rook een kans om een nog hardvochtiger vreemdelingenbeleid via een symbolische figuur in marmer te metselen. Ook al nam Hirsi Ali de islam als godsdienst en de naïviteit van het Nederland van Ooit de maat, ze kon en mocht eigenlijk nooit Nederlander van Nu zijn. Nawijn was er om hem moverende redenen – er zijn weinig ambtenaren te vinden die zo getuigen van bureaucratische zelfhaat als deze voormalige chef van de Immigratie- & Naturalisatiedienst – als de kippen bij om te eisen dat haar paspoort zou worden ingetrokken. In Nederland is het woord «neger» niet meer oorbaar. Maar via Kafka is daar altijd een mouw aan te passen. In retrospectief was de beruchte column van Pamela Hemelrijk van september 2002 in het Algemeen Dagblad («Somalische pin-up», «kleine hittepetit», «doorsnee bakvis») profetisch, al had de auteur het indertijd op Hirsi Ali gemunt omdat ze toen nog bij de pvda zat.

Toen professor naturalisatierecht René de Groot uit Maastricht een dag later – overigens tot zijn verdriet, omdat de nieuwe wetgeving hem niet zint – verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarmee het beleid van Verdonk voor -identiteitsfraude in november vorig jaar was bekrachtigd, had Nawijn de minister te pakken. En liet de minister zich pakken, omdat ze maar met één ding bezig is: de nationaal-liberale beweging à la Nawijn en Wilders paaien.

Multicultureel liberaal en/of links wisten zich iets minder raad, de zorgvuldig opererende fractieleider Femke Halsema van GroenLinks niet te na gesproken. Voormalig fractievoorzitter Hans Dijkstal van de VVD bijvoorbeeld balde, zij het behoedzaam geformuleerd, al zijn wrok en wroeging over zijn partij zondag in Buitenhof samen tot een oordeel over de politieke toekomst van Hirsi Ali terwijl hij partijgenoot en amateur-vastgoedhandelaar Neelie Kroes juist ontzag. PvdA-parlementariër Klaas de Vries was tot maandag op zijn weblog in de weer met begrippen als «integriteit» en «gelijke behandeling». Zijn weerzin jegens Verdonk had de overhand. En nadat Hirsi Ali haar voortijdige vertrek naar de Verenigde Staten bekend had gemaakt, noemde erelid Hans Wiegel haar vertrek geen verlies voor het Nederlandse liberalisme.

De politicus of activist Hirsi Ali was op dat moment nog steeds een tegenstander, soms zelfs het vleesgeworden contrapunt van het geliefde poldermodel. De kwestie leek tot maandagavond eerder een breekijzer te bieden om de personificatie van de hardvochtigheid (Verdonk) tot een terugtocht te bewegen en de VVD op een fatsoenlijk spoor terug te krijgen. Hirsi Ali was immers een partijgenoot. Als zij mag liegen, mag Taïda Pasic het ook. Deze opportuniteit was weliswaar wat sentimenteel, maar er was geen speld tussen te krijgen. Sterker, het zou mooi zijn als het volstrekt normale verhaal van en over Hirsi Ali de botte geesten wat zou verlichten. Ook al weet iedereen dat er voor Pasic en de haren geen hoop is.

De bureaucratische colonne is en blijft gewoon in beweging. Kafka wist dat in 1925 al. Verdonk laat zich liever leiden door haar lievelingsboek Alleen op de wereld van Hector Malot. Oog in oog met concurrent Mark Rutte – en met een steelse blik op de opiniepeilingen die negatief uitpakten voor Hirsi Ali, en niet zo’n beetje ook – toonde ze maandagavond de «daadkracht» die ze het volk heeft beloofd. Niet naar links of naar rechts laveren maar recht door zee gaan, al weet elke zeiler dat je zo nooit en te nimmer in de haven aankomt.

De ellende is nu niet te overzien. Verdonk heeft dat aan zichzelf te wijten. Haar geheugen is niet alleen slecht, haar staatsvrouwelijke allure is ook beneden peil. Nadat ze een eindje was opgelopen met Nawijn kon ze niet meer terug en ontbeerde ze zelfs de politieke creativiteit om de zaak even de tijd te geven. Hoewel Hirsi Ali haar die ruimte gaf, door haar verklaring van maandag dat ze zich voortijdig uit Nederland en dus uit de Tweede Kamer zou terugtrekken. Dat zat al langer in het vat (zie De Groene Amsterdammer van 30 september 2005). Maar het was nog niet genoeg. Haar staatsburgerschap moest van Verdonk ook ter tafel komen.

Verdonk heeft haar eigen VVD hiermee naar een serieuze crisis geleid, een crisis die oogt als een afgrond maar in essentie een ideologische dimensie heeft. De liberale partij is sinds maandag gebroken, in twee of misschien wel vier delen: de nationale polderfractie (Wiegel), de kosmopolitische poldergroep (Dijkstal), een rechtgeaard conservatieve club (Hans van Baalen) en een bureaucratisch-nationale vleugel (Verdonk). Ze schelden elkaar onbekommerd uit. Het einde is nog niet in zicht. Voor het sluiten van dit nummer hadden te veel VVD’ers, Rutte incluis, namelijk gezwegen over hun positie. Ook de zwijgers zullen nu voor de draad moeten komen.

Verdonk heeft echter niet alleen de VVD in het hart getroffen. Ze heeft heel Nederland gechanteerd. Ten eerste zijn de bondgenoten van Hirsi Ali, die de minister steunden tegen de vermaledijde «politiek correcte» gemeente, nu sprakeloos. De Leidse hoogleraar Afshin Elian noemde burgemeester Job Cohen van Amsterdam ooit «moreel corrupt». Nu zal Elian nóg grotere woorden moeten zien te vinden. En die zijn er niet.

Ten tweede, en dat is veel verontrustender, heeft ze antineger-rechts een onheilspellend duwtje in de rug gegeven. Hirsi Ali is heus niet de enige die zich aan «identiteitsfraude» heeft schuldig gemaakt. Er zijn veel meer gevallen. Advocaten kennen die. Zoals dat geval van een Turk die zelf vier decennia geleden werd uitgeloot voor de gastarbeidersmarkt maar wiens broer in drie landen werd ingeloot. Ze hebben toen hun identiteit uitgewisseld om beider migratie mogelijk te maken. Ongeveer 38 jaar later kwam het uit. Ausbürgerung was het gevolg, plus een taakstraf wegens fraude uiteraard.

Met de dreigende sanctie tegen Hirsi Ali kunnen de remmen nu los: niks geen discretionaire bevoegdheden van een minister meer, administreren die handel. Het budget voor kliklijnen kan omhoog. Er zou de komende jaren wel eens een schrijnend tekort kunnen ontstaan aan telefonisten om de Nawijnse meldingen te behandelen.

Is er dan echt geen uitweg? Jazeker, die is er. Toen deze editie naar de drukker ging, moest de Tweede Kamer nog bijeenkomen om zich te buigen over het beleid van Verdonk. Een mogelijke uitkomst ligt voor de hand. Er komt een uitzonderingsregel. In dat geval blijkt de mogelijke liberale leider ook een mens te zijn.

Maar daarbij mag het niet blijven. De regering moet nu eindelijk eens interveniëren. Ook al retireert Verdonk, het kwaad is pars pro toto geschied. Hirsi Ali is meer dan alleen Hirsi Ali. De administrateurs weten dat maar al te goed en moeten dus hun hok weer in. Want xenofobe bureaucratie is gevaarlijk: voor economie en samenleving.