Buigzaam en zwierig

De uitgelatenheid van Ole njet van A.R. Penck, over de Wende, schenkt nieuwe inzichten in de werkwijze van Frans Hals.

NIEUWE, dus daarom verrassende vormgeving in hedendaagse kunst laat ons in het werk van een oude meester soms bijzondere kwaliteiten zien die we al bijna waren vergeten – of waar we zo aan gewend waren geraakt dat we er overheen keken. Hoe vaak heb ik niet staan kijken naar het bekende dubbelportret door Frans Hals, uit 1622, van vermoedelijk het jeugdige Haarlemse echtpaar Abraham Massa en Beatrix van der Laen. In 1875, op reis langs de musea om er de grote meesters op te zoeken, zag Eugène Fromentin het werk in het Trippenhuis in Amsterdam. Het werd toen nog beschouwd als een zelfportret van Hals met zijn vrouw omdat vooral, denk ik, de informele directheid van de pose opviel – ‘in dit al te ongegeneerde schilderij’, schreef Fromentin een jaar later in zijn reisverslag Les maîtres d’autrefois.

Hij vond ook dat de schilder ons in het gezicht uitlacht, de vrouw ‘van deze vrolijke pretmaker’ evenzo. Anders namelijk dan op de ernstige, bezonken portretten van bijvoorbeeld Rembrandt bestaan er van Hals schilderijen waarop de afgebeelde zit te lachen, zelfs met een kruik bier in de hand. Daarom gold Hals als een vrolijk type. De man op het dubbelportret zit onbekommerd te glimlachen naast de koket glimmende vrouw – een vlotte mise-en-scène en ‘de schilderwijze’, aldus Fromentin, ‘is al niet veel ernstiger’.

De schrijver zegt dit omdat hij de schilder Hals pas echt goed vindt in de beroemde latere groepsportretten (nu in het museum in Haarlem), meesterwerken van virtuoos schilderkunstig handwerk waarmee de meester, zegt Fromentin, als vakman zelfs Rubens en Velázquez naar de kroon steekt.

Het dubbelportret werd geschilderd toen Hals (1583-1666) tegen de veertig was. Op die leeftijd, herinner ik me, ben je sterk en je durft veel. Het schilderij is ongegeneerd omdat het brutaal is en buitengewoon veerkrachtig geschilderd. Voor het grootste deel bestaat het paar uit stevig en vlot gepenseelde partijen geplooide kleding – die van de man in tonen zwart (wisselend tussen dof en glanzend), terwijl de jurk van de vrouw ook stemmig zwart is (met borduursels) dat echter getemperd wordt door de zachtere tinten paars van een soort overgooier. De vrouw ziet er beduidend lichter uit. Dat komt ook door het ruime wit van de brede kraag die het wit-roze gezicht lichter maakt. Haar hoofd, ook nog met roze-witte kanten kapje, wiegt op de kraag als een lelie op water. De brede zwarte hoed van de man werkt als ruimtelijk tegenwicht tegen de kraag van de vrouw. Er is ook een subtiele symmetrie tussen de rechterhand van de man, in witte handschoen, en de linkerhand van de vrouw, in haar schoot gevlijd. Ondertussen blijven de gezichten rustig.

Aan zulke details, de positie van hoed en kraag en de mooie samenklank der handen, kun je zien dat de compositie van het schilderij helemaal niet zo vlot is opgezet als misschien wel lijkt. Wel heeft Hals die indruk van levendigheid willen geven. Die briljante vlotheid was zijn stijl en handelsmerk geworden die met overleg in elkaar moest worden gezet. Het landschap en de boom waartegen het paar poseert, alsmede het gebladerte, zijn allemaal kundig geschilderd: een sierlijke omlijsting van het echtpaar waarvan de schitterend geplooide kledij het ware schilderkunstige spektakel is van dit werk.

Maar er is nog iets: let ook op de vloeiend, golvend bewegende omtrek van, eigenlijk, het fraaie in plooien verscholen ornament dat de twee figuren samen vormen. Die omtrek levert de grondvorm die als een melodie door de compositie slingert en het echtpaar samenbindt als een boeket. Het was een schilderij van A.R. Penck uit 1995, Ole njet, dat mij daarop attent maakte – vooral de geweldige schwung van dat steigerende rode paard en het springende mannetje in blauw. Het dun geschilderde doek van drie bij drie meter viert de Wende in Duitsland, heeft de kunstenaar mij laten weten zonder verdere details te geven, behalve dat Ole een oude Duitse jongensnaam is. Die kun je, wat ik eerst deed, foutief ook als olé uitspreken. De wilde uitgelatenheid in dit schilderij is namelijk bijzonder: in de heldere kleurigheid maar vooral in de dansende beweging der contouren. Eigenlijk is het schilderij een ensemble van draaiende en springende maar ook stevige zwarte lijnen. Daarvan komt de feestelijkheid. Rond het echtpaar Massa heeft Frans Hals ook zo’n veerkrachtig dynamische contour gezet. Die begeleidt de fraaie, meesterlijke retorica van het schilderij. Die contour geeft het schilderij zijn buigzame zwierigheid. De gegroepeerde plooien binnen die contour zorgen weer voor een andere, krioelende beweeglijkheid. Zo is het schilderij statig en informeel tegelijkertijd.


PS Het boek van Fromentin, een waar meesterwerk van literaire kunstbeschouwing, is door mijn leermeester H. van de Waal vertaald als De meesters van weleer_. Het Franse origineel staat in Fromentins_ Oeuvres complètes_, in de Pléiade-reeks, in 1984 bij Gallimard verschenen. Het schilderij van Frans Hals hangt in het Rijksmuseum en is nog even fris als vroeger_