Buik

Ik heb het jaren geleden zelf gezegd, in een vlaag van kille klaarheid. Het ging over een dichteres die ik bijzonder hoogacht. Een vriend vroeg me naar mijn oordeel over haar nieuwste bundel en ik wist niet hoe ik mijn teleurstelling uit moest drukken.

Er was iets weeks aan die bundel. Iets zoetigs. Het was helemaal niet de poëzie die ik van haar kende (want die is nietsontziend en prachtig) maar een wollige versie daarvan. Woorden gefluisterd vanonder een roze dekentje. De dichteres in kwestie had een kind gekregen en de bundel ging daarover. ‘Ach’, zei ik tegen die vriend, alvorens ongewild aan de drooglijn van Bomans te denken, ‘het is vruchtwaterpoëzie.’ De laatste tijd vraag ik me af of dat terecht was. Terwijl ik zelf probeer woorden te vinden voor wat sowieso te intiem en bij uitstek veel te vrouwelijk is, merk ik dat ik obsessief om het gevoelige heen draai. Dat is blijkbaar hoe het moet. Afstand nemen, scherp blijven. Niet schrijven dat het beeldscherm waarop je je kind voor het eerst ziet je doet denken aan een raam met uitzicht ‘op het verborgene’. Daar niet aan toevoegen ‘en niemand om haastig, geschrokken, de gordijnen dicht te trekken’. Wél schrijven over de keiharde boeren die je al wekenlang laat. Boeren hard genoeg om mannen die vijftien meter verderop aan het heien zijn vol ontzag op te laten kijken. Niet schrijven over geluk. Over je hand die steeds afdwaalt naar je buik, het onafhankelijke bewegen dat daar soms plaatsvindt. En als je er toch over schrijft, dan natuurlijk vergelijken met een tumor, een buitenaards wezen of een bovenmatig gevulde maag na een avond onbeperkt spareribs eten. (Waarna weer keihard boeren.) Omdat je altijd wel iets of iemand verraadt of te kort doet. Omdat het nooit goed is. Want natuurlijk moet er een middenweg zijn tussen vruchtwaterpoëzie en gekunsteld machismo. Maar is die in de basis niet óók truttig, loopt die soms niet keurig tussen de piketpaaltjes van hoe we vinden dat het hoort en moet? Ik denk dat ik gewoon eens lekker sentimenteel ga worden de komende maanden. En dik. En gelukkig.